Verschenen: 'Transgender personen in Nederland'.
Dit blijkt uit de SCP-publicatie Transgender personen in Nederland die op 9 mei 2017 verschijnt op de vooravond van IDAHOT (International Day Against Homophobia and Transphobia).
Burgers kunnen de registratie van hun geslacht in Nederland wijzigen. Sinds 1995 hebben in totaal 1960 Nederlanders hun registratie gewijzigd. Het afgelopen jaaris het aantal wijzigingen zeer sterk toegenomen. In de periode 2007-2014 lieten zo’n 80 burgers per jaar hun geslachtsregistratie aanpassen, in 2015 waren dit 770 mensen. Vóór 2014 moesten zij hiervoor aan bepaalde medische eisen voldoen en langs de rechter. Deze eisen vervielen met ingang van 1 juli 2014 met de invoering van de ‘transgenderwet’ (BW1 Art.28). De nieuwe wet verklaart mogelijk de toename in het aantal wijzingen. De toename van het aantal wijzingen is in lijn met de toenames van aanmeldingen bij genderklinieken en het aantal mensen dat zich in andere (buitenlandse) onderzoeken transgender noemt.
Uit het onderzoek naar de Basisregistratie blijkt dat burgers die hun geslachtsregistratie hebben laten aanpassen, in een sociaaleconomisch kwetsbare positie verkeren. Zij hebben veel vaker een laag inkomen (53% van de transgenders, 30% bij algemene bevolking) en zijn minder vaak als werknemer of zelfstandige aan de slag (41% transgenders, 62% algemene bevolking). Mogelijke verklaringen voor hun slechtere positie zijn vooroordelen en discriminatie ten aanzien van transgenders, eerdere problemen op de arbeidsmarkt en een verminderde weerbaarheid.
Op sociaal-demografisch gebied zijn er ook verschillen tussen transgenders en de algemene bevolking. Waar in Nederland over het algemeen 44% van de mensen gehuwd is, ligt dit percentage onder transgender personen op 14% een stuk lager. Transgender personen zijn vaker gescheiden (14% vs. 9%) en ook vaker ongehuwd (71% vs. 46%). Ook de huishoudenssamenstelling reflecteert deze verschillen: transgender personen voeren veel vaker een eenpersoonshuishouden (50% vs. 17%) en vormen veel minder vaak een paar met kinderen (17% vs. 48%). Tot slot wonen transgender personen in meer stedelijke gebieden dan de algemene bevolking.
De verschillen in economische en demografische positie zien we zowel bij transmannen (personen die hun geslachtsregistratie van vrouw in man lieten veranderen) als bij transvrouwen (personen die hun geslachtsregistratie van man in vrouw lieten veranderen), al zijn de verschillen vaak groter onder transvrouwen.
Uit eerdere onderzoeken komt de nadelige positie van transgenders op leefdomeinen als veiligheid, eenzaamheid, psychische problemen en suïcidaliteit naar voren. De meest betrouwbare gegevens hierover komen vooralsnog voornamelijk uit buitenlands onderzoek, omdat Nederlandse grootschalige bevolkingsstudies nog nauwelijks naar een mogelijke transgenderachtergrond van deelnemers vragen.
Bij het verklaren van problemen van transgenders is het van belang om een levensloop perspectief te hanteren: eerdere negatieve ervaringen bleken in het onderzoek de beste voorspellers voor latere negatieve ervaringen. Dit illustreert ook het vicieuze karakter en de hardnekkigheid van de problemen. Ook van belang is het multidimensionale karakter van de ervaren problemen: problemen op verschillende domeinen versterken elkaar en vergroten de kans op andere problemen. Bijvoorbeeld: iemand die werkeloos is én single is én geen ander sociaal netwerk heeft, maakt veel meer kans op psychische problemen dan iemand werkloos is óf geen partner óf sociaal netwerk heeft. Ook beïnvloeden de problemen elkaar over en weer. Bijvoorbeeld: een beperkt sociaal netwerk kan tot psychische problemen leiden, die op hun beurt weer tot een beperkt sociaal netwerk leiden.
Er zijn drie concrete risico- en beschermingsfactoren uit het onderzoek naar voren gekomen: sociale steun, een negatieve houding tegenover het eigen trans-zijn en weerbaarheid. Transgenders die weinig sociale steun hebben, zelf negatief denken over hun eigen trans-zijn en minder sterk in de schoenen staan, zijn vaker eenzaam, minder gezond, hebben meer psychische problemen en hebben vaker aan zelfmoord gedacht.
SCP-onderzoeker dr. Lisette Kuyper verrichte dit onderzoek op verzoek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), verantwoordelijk voor het beleid op het gebied van transgender emancipatie. Het rapport is gebaseerd op informatie uit de Basisregistratie Personen, een literatuurstudie, vragenlijstonderzoek onder transgenders in 2012 en 2015 en focusgroepen met transgenders en experts.
Delen op: