logo

Angst voor slachtofferschap lost niet vanzelf op door aanpak van onveiligheidsgevoelens

23 maart 2017

Niet iedereen die zich wel eens onveilig voelt, heeft angst voor slachtofferschap.

Een concrete doelstelling van het ministerie van Veiligheid en Justitie is dat het aandeel mensen dat zich wel eens onveilig voelt in 2017 met 10% moet zijn afgenomen ten opzichte van 2012, toen dit voor ruim een derde van de Nederlanders gold. Het is echter niet zeker dat de aanpak van dit algemene onveiligheidsgevoel ook de meest belastende problematiek voor burgers zal verlichten. Een algemeen gevoel van onveiligheid hangt sterker af van kenmerken van de publieke ruimte. Angst voor slachtofferschap hangt sterker af van de sociaal-demografische kenmerken van mensen en van hun risicoperceptie. Naast de aanpak van de feitelijke criminaliteit is doelgroepenbeleid daarom kansrijker tegen angst voor slachtofferschap dan gebiedsgericht beleid, waarop de nadruk ligt in de huidige aanpak van de onveiligheidsbeleving. Te denken valt aan het stimuleren van de fysieke of mentale weerbaarheid van kwetsbare groepen. Dit blijkt uit de publicatie Achtervolgd door angst van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), waarin angst voor slachtofferschap met een algemeen gevoel van onveiligheid wordt vergeleken. Met bestaande data uit 2012 is een model ontwikkeld om risicofactoren voor angst voor slachtofferschap te vinden die aanknopingspunten voor beleid bieden.

Angst voor slachtofferschap bij kleine groep van invloed op dagelijks welbevinden

Terwijl ruim een derde van de Nederlanders zich wel eens onveilig voelt, geeft krap een vierde aan in het voorgaande jaar behoorlijk tot erg angstig te zijn geweest voor ernstig slachtofferschap; nog geen zevende ondervindt enige of sterke impact van angst voor slachtofferschap op het dagelijks gevoelsleven of het dagelijks handelen. Een tiende schat de kans op slachtofferschap behoorlijk tot zeer hoog in. Vergeleken met een derde van de Nederlanders die in de jaarlijkse Veiligheidsmonitors aangeven zich wel eens onveilig te voelen, heeft dus een relatief kleine groep te maken met angst voor slachtofferschap die hun dagelijks welbevinden beïnvloedt. De veiligheidsbeleving kent meerdere dimensies die onafhankelijk van elkaar kunnen optreden. Een gevoel van onveiligheid impliceert dan ook niet dat mensen angst hebben voor slachtofferschap en ook niet dat zij het risico op slachtofferschap hoog inschatten. Wel hangt angst voor slachtofferschap door bekende daders samen met de inschatting van een reële kans daarop. Ook hangt een gevoel van onveiligheid samen met angstaanjagende locaties zoals hangplekken, vooral in het donker.

Vier typen veiligheidsbeleving onder Nederlanders

Er zijn vier dominante typen veiligheidsbeleving te onderscheiden onder de Nederlandse bevolking. Meer dan twee derde (71%) toont zich op alle dimensies nagenoeg onbevreesd. Een vijfde (19%) van de bevolking heeft bovenmatige angst voor slachtofferschap in de persoonlijke sfeer, door inbraak of door bekende daders, en acht de kans hierop ook reëel. In de onveiligheidsbeleving van 5% speelt angst voor slachtofferschap een overheersende rol, niet geflankeerd door een hoge risicoperceptie of een sterk gevoel van onveiligheid. Een laatste groep van 4% wordt in het dagelijks leven achtervolgd door een onveiligheidsbeleving waarvan vrijwel alle ingrediënten overmatig aanwezig zijn. Niet de persoonlijke omgeving, maar de publieke ruimte geeft aanleiding tot hun sterke angst, hoge risicoperceptie en sterke gevoel van onveiligheid.

Grotere kans op angst voor slachtofferschap onder sommige bevolkingsgroepen

Sociaal-demografische kenmerken van burgers blijken vaker relevant voor angst voor slachtofferschap dan voor een gevoel van onveiligheid; ook zijn heel andere sociaal-demografische kenmerken relevant voor de een dan voor de ander. Lageropgeleiden blijken angstiger dan hogeropgeleiden, maar beide groepen voelen zich even (on)veilig bij een gelijke inschatting van het risico. Jongeren zijn angstiger voor geweld door onbekenden dan mensen van middelbare leeftijd, maar deze groepen voelen zich even (on)veilig bij een gelijke inschatting van het risico. 65-plussers zijn angstiger voor geweld door bekenden dan jongeren, maar beide groepen voelen zich net zo (on)veilig bij een gelijke inschatting van het risico. Ook gelovigen hebben meer angst voor geweld door bekenden, maar ze voelen zich net zo (on)veilig als niet-gelovigen bij een gelijke inschatting van het risico. Vrouwen hebben meer angst voor geweld dan mannen, maar dit is helemaal te verklaren doordat vrouwen het risico hoger inschatten.

Doelgroepenbeleid kansrijker tegen angst voor slachtofferschap dan alleen gebiedsgericht beleid

Angst voor slachtofferschap hangt behalve met sociaal-demografische eigenschappen sterker samen met de risicoperceptie dan een algemeen gevoel van onveiligheid, terwijl het algemene gevoel van onveiligheid sterker wordt gevoed door een stressgevoelige persoonlijkheid, door slachtofferervaringen onder kennissen in de sociale of fysieke omgeving en door de veiligheid van de buurt dan angst voor slachtofferschap. Deze ruimtelijke factoren spelen een veel kleinere rol in angst voor slachtofferschap. Van het mogelijke succes van een aanpak in de publieke ruimte om de situationele gevoelens van onveiligheid terug te dringen, zullen mensen met angst voor slachtofferschap dan ook veel minder profiteren. Daarvoor zou de aandacht zich meer moeten richten op specifieke sociaal-demografische groepen in de bevolking. Doelgroepenbeleid zou kunnen inspelen op het gevoel van kwetsbaarheid binnen deze groepen, die voor elke groep een andere achtergrond kan hebben. Een interdepartementale aanpak op het gebied van veiligheid, zorg, onderwijs en sociaal beleid biedt daarvoor extra kansen.

Weerbaarheid heeft veelomvattend effect

Het gevoel van weerbaarheid blijkt van invloed op alle onderzochte dimensies van veiligheidsbeleving. Naarmate mensen zich meer weerbaar voelen, rapporteren zij minder angst voor geweld door bekenden, schatten zij het risico hierop lager in, rapporteren zij minder angst voor geweld door onbekenden, en schatten zij het risico hierop lager in, zeggen zij minder vaak zich wel eens onveilig te voelen, en ervaren zij zelfs minder dagelijkse impact van eventuele angstgevoelens die ze hebben. Een aanpak die de weerbaarheid van mensen effectief weet te bevorderen, bijvoorbeeld via het onderwijs of via slachtofferzorg, vangt daarmee ten minste zes vliegen in 1 klap. De effecten zijn echter niet altijd even groot, waardoor een gevoel van weerbaarheid de onveiligheidsbeleving zal verlichten, maar niet zal wegnemen.

Home / Nieuws / Angst voor slachtofferschap lost niet vanzelf op door aanpak van onveiligheidsgevoelens

Menu