logo

Beperkte omvang cumulatie-effecten in de jeugdhulp

19 mei 2016

Worden er meer kosten gemaakt voor jeugdhulp voor kinderen als er sprake is van meerdere risicofactoren per kind (het zogenaamde ‘cumulatie-effect')?

En zo ja: zou dit cumulatie-effect op kindniveau moeten leiden tot een herverdeling van de financiering voor jeugdhulp over de verschillende gemeenten? Het antwoord op deze tweede vraag luidt: in zeer beperkte mate. 

Het gaat om een verbetering van slechts 5 tot 10% van de verklaring van gemeentelijke verschillen in kosten van jeugdhulp. In grote gemeenten worden cumulaties van problemen weliswaar vaker waargenomen, maar niet in een dusdanige mate dat dit grote kostengevolgen heeft. Dit blijkt uit het vandaag verschenen rapport Cumulaties in de Jeugdhulp van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Aanleiding voor SCP-onderzoek naar cumulatie-effecten jeugdhulp

De Jeugdhulp is in 2015 in handen van gemeenten gekomen. Zij kregen vanaf dat moment verantwoordelijkheid voor de zorg die vroeger viel onder provinciale jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg en zorg voor kinderen met (lichte) beperkingen. Ook de financiering verschoof van het rijk naar lagere overheden. De budgetten worden vooral verdeeld op basis van de zogeheten ‘risicokenmerken’. Dit zijn onder meer het aantal kinderen in elke gemeente, het aantal eenoudergezinnen, de psychische gezondheid van ouders en het aantal uitkeringsontvangers. Ook het gemiddeld inkomen in een gemeente speelt een rol, maar juist als beschermende factor, omdat zorgen om geld en schulden hier niet of nauwelijks spelen. Als deze zogeheten cumulaties ook tot verschillen tussen gemeenten zouden leiden, zou het verdeelmodel voor de budgetten daarvoor moeten worden verfijnd. Om deze reden heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) het SCP gevraagd de kosteneffecten van cumulatie te onderzoeken, wat heeft geleid tot dit rapport.

Cumulatie-effecten op gemeentelijk niveau: lage opleiding en niet-Westerse afkomst

Het SCP maakte voor dit onderzoek gebruik van de integrale gegevens van het CBS voor alle kinderen tot 18 jaar in 2012, met uitzondering van kinderen met een geldende voogdijmaatregel. Er blijken inderdaad enkele (bescheiden) cumulatie-effecten op te treden. Op gemeentelijk niveau spelen slechts twee typen daarvan een rol van betekenis: 1. Kinderen die een lage opleiding volgen, kosten gemiddeld meer als ze daarnaast nog andere risicokenmerken hebben.
2. Kinderen van niet-Westerse herkomst met risicokenmerken kosten vaak minder. Dit geldt overigens niet voor kinderen met een Surinaamse en Antilliaanse achtergrond. Deze relaties duiden mogelijk eerder op onderconsumptie dan op minder problematiek, in vergelijking met autochtone kinderen.

Gevolgen voor gemeenten

Of en hoe deze (bescheiden) invloed van cumulatie-effecten in het verdeelmodel voor de budgetten kan worden opgenomen, viel niet onder de opdracht van VWS. Wel is zichtbaar dat de verschillen tussen gemeenten van verschillende omvang maar weinig zouden veranderen als de cumulatie-effecten worden meegenomen. In grote gemeenten worden cumulaties van problemen vaker waargenomen, maar dus niet in zo’n mate dat dit grote kostengevolgen heeft. De enkelvoudige effecten van risicokenmerken verklaren daar de kostenverschillen al voor verreweg het grootste deel.

Home / Nieuws / Beperkte omvang cumulatie-effecten in de jeugdhulp

Menu