logo

Bevolkingsopvattingen steeds positiever, LHB’s wel meer problemen

12 mei 2016

Dit blijkt uit de SCP-publicatie LHBT Monitor 2016 die 12 mei verschijnt, de vooravond van IDAHOT (International Day Against Homophobia and Transphobia).

Dr. Lisette Kuyper verrichte dit onderzoek op verzoek van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), verantwoordelijk voor het beleid op het gebied van emancipatie.

Het onderzoek is gebaseerd op verschillende grootschalige bevolkingsonderzoeken zoals de Veiligheidsmonitor, de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden, de Leefstijlmonitor, de Vrijetijdsomnibus en de SCP Leefsituatie Index. Het is voor het eerst dat de LHBT Monitor verschijnt en dat in Nederland op basis van grootschalige bevolkingsstudies een beeld is verkregen van de leefsituatie van LHB burgers.

De belangrijkste uitkomsten zijn:

  • Nederland behoort tot de landen in Europa die het meest positief over homoseksualiteit denken. In 2006 was 15% van de Nederlanders negatief over homo- en biseksualiteit, nu is dat gedaald tot 7%. Over transgenders denkt 10% negatief.
  • De houding is in alle sociaaldemografische groepen positiever geworden, ook in groepen waar men van oudsher negatief over homoseksualiteit denkt, zoals oudere of religieuze personen.
  • Desondanks zijn er nog zaken waar men in Nederland nog steeds meer problemen mee heeft: twee zoenende mannen of vrouwen in de openbare ruimte worden nog altijd als meer aanstootgevend ervaren dan een man en een vrouw die zoenen (resp. 32%, 23% en 12%).
  • Lesbische, homoseksuele en biseksuele (LHB) personen hebben meer problemen dan heteroseksuelen op het werk. LHB’s hebben bijvoorbeeld vaker met intimidatie op het werk te maken en hebben vaker burn-out verschijnselen.
  • Ook in de openbare ruimte ervaren LHB’s meer problemen. Zij voelen zich op veel plekken minder veilig en worden vaker slachtoffer van geweld dan heteroseksuelen.
  • Er zijn, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Amerikaanse studies, in Nederland weinig verschillen in leefstijl tussen LHB’s en heteroseksuelen.

Opvattingen in Europa

In Nederland, Zweden en Denemarken vindt meer dan 9 op de 10 inwoners (92%) dat homoseksuele mannen en lesbische vrouwen hun leven moeten leiden zoals ze dat zelf willen. Van de Poolse bevolking is ongeveer de helft (51%) het hiermee eens en van de Estse bevolking 41%. In Europa zijn de afgelopen 12 jaar de opvattingen eerder verder uit elkaar, dan dichter bij elkaar komen te liggen. West-Europese landen waren in 2002 al relatief positief en zijn veelal anno 2012 nog positiever gaan denken over homoseksualiteit, terwijl Oost-Europese landen in 2002 negatiever waren en de meeste landen daar weinig verandering laten zien.

Opvattingen in Nederland

De Nederlandse bevolking heeft al lange tijd een positieve houding tegenover homoseksualiteit en ook recent wordt die houding steeds positiever. In 2006 was nog 15% homonegatief, in 2014 is dat gedaald tot 7%. Men heeft weinig of geen moeite met het ‘homohuwelijk’, het recht om te leven zoals homoseksuele mannen en vrouwen zelf willen en een homoseksuele oriëntatie van de eigen kinderen of van een leerkracht. Maar op andere punten worden negatievere opvattingen zichtbaar: 17% vindt dat homoseksuelen en heteroseksuelen géén gelijke rechten moeten hebben met betrekking tot adoptie, 32% neemt aanstoot aan twee zoenende mannen en 23% aan twee zoenende vrouwen (12% aan een zoenende man en vrouw). Ook zegt 23% meer moeite te hebben met twee mannen die hand in hand lopen dan met een man en vrouw die dat doen.

Eén op de tien inwoners heeft een negatieve houding ten opzichte van transgenders. Op het terrein van vriendschappen met transgenders of steun voor medische transities doen zich weinig negatieve opvattingen voor, maar een aanzienlijk deel van de Nederlandse bevolking vindt dat er iets mis is met mensen die zich geen man of vrouw voelen (25%), vindt het ook belangrijk om bij de eerste ontmoeting te weten of iemand man of vrouw is (46%) en vindt wel dat transgenders geslachtsaanpassende operaties zelf moeten betalen (36%).

Verschillen binnen Nederland

Niet onder alle groepen in de Nederlandse samenleving heeft slechts 7% een negatieve houding ten opzichte van homoseksualiteit. Onder religieuze mensen is het percentage met een negatieve houding bijvoorbeeld hoger (28%). Wel werden zij de laatste 8 jaar steeds positiever. Had in 2006 nog 56% van de wekelijkse kerkgangers een negatieve houding, anno 2014 is dat afgenomen tot 40%. Andere relatief negatieve bevolkingsgroepen, zoals mannen, ouderen, dorpsbewoners en stemmers op christelijke partijen zijn ook steeds positiever over homoseksualiteit gaan denken. Hierdoor komen de opvattingen over homoseksualiteit in Nederland steeds dichter bij elkaar te liggen.

Niet-westerse migranten hebben vaak meer moeite met homoseksualiteit dan autochtone burgers. Zo ligt het percentage autochtone Nederlanders (83%) dat het goed vindt dat homoseksuelen met elkaar mogen trouwen, twee tot drie keer zo hoog dan het percentage onder Somalische (27%), Marokkaanse (30%) en Turkse Nederlanders (35%). Ook liggen de percentages deelnemers die het een probleem zouden vinden als hun kind een vaste partner van dezelfde sekse zou hebben, vele malen hoger onder Marokkaanse (78%), Turkse (76%), Somalische (66%) en Poolse (44%) deelnemers dan onder autochtone respondenten (11%). Binnen alle herkomstgroepen is wel de meerderheid, variërend van 57% van de Somalische tot 85% van de Surinaamse Nederlanders, van mening dat homoseksuele mannen en lesbische vrouwen hun leven moeten kunnen leiden zoals zij dat willen.

Ervaringen op het werk

Er zijn een aantal verschillen in de werksituatie en werkbeleving van lesbische homoseksuele en biseksuele (LHB) en heteroseksuele werknemers (tabel 1). De verschillen tussen biseksuele en heteroseksuele werknemers zijn vaak het grootst.

LHB’s hebben vaker conflicten op het werk, met bijvoorbeeld collega’s of hun leidinggevende, en ze krijgen vaker te maken met intimidatie. LHB werknemers hebben vaker burn-out klachten en het verzuim in de afgelopen 12 maanden ligt ook wat hoger. Er zijn amper verschillen tussen de groepen als het gaat om ontwikkelingsmogelijkheden (zoals promotie krijgen of cursusmogelijkheden) of inzetbaarheid en bevlogenheid op en voor het werk.

Tabel 1. Werkbeleving van LHB en heteroseksuele werknemers (in %)

 

lesbisch/

homoseksueel

biseksueel

heteroseksueel

conflict met collega

29

37

24

conflict met leidinggevende

22

29

16

ervaring met intimidatie

19

30

15

burn-out klachten

21

22

12

verzuim

53

53

48

Ervaringen met onveiligheid en slachtofferschap

Ook op het terrein van veiligheid en slachtofferschap doen zich veel verschillen voor tussen lesbische/homoseksuele en heteroseksuele burgers (tabel 2). Biseksuele personen verschillen op dit terrein minder van heteroseksuelen. De verschillen zijn vaak niet heel groot, maar wel consistent over de verschillende aspecten van veiligheid heen. LH’s ervaren een lagere sociale cohesie in de buurt; zij vinden bijvoorbeeld de buurt minder gezellig met minder saamhorigheid. Ook voelen lesbische/homoseksuele personen zich vaker onveilig in de eigen buurt en op andere plekken zoals rond uitgaansgelegenheden en op plekken waar veel jongeren hangen. Zij ervaren ook relatief vaak respectloos gedrag van onbekenden en personeel van commerciële of overheidsinstellingen. In de afgelopen 12 maanden zijn zij ook vaker slachtoffer geworden van geweld, het gaat dan vooral om bedreigingen.

Tabel 2. Veiligheid van LHB en heteroseksuele burgers (in %)

 

lesbisch/

homoseksueel

biseksueel

heteroseksueel

voelt onveilig …

 

 

 

… in eigen buurt

21,7

20,2

17,2

… rond uitgaansgelegenheden

30,2

25,2

24,4

… op plekken waar jongeren hangen

49,8

41,9

42,9

ervaart respectloos gedrag van…

 

 

 

…onbekenden op straat

27,0

21,3

21,9

…personeel van winkels/bedrijven

19,8

16,9

16,3

slachtoffer van geweld

3,8

3,0

2,4

Leefstijl

Uit internationale studies komt vaak het beeld naar voren dat LH’s een ongezondere leefstijl hebben: zij roken en drinken meer en hebben mogelijk meer overgewicht. In de Nederlandse data zien we daar vooralsnog weinig tekenen van. Corrigeren we voor de verschillen in zaken als leeftijd, opleiding en stedelijkheid, dan zijn er bijna geen verschillen in alcoholgebruik, gezond gewicht, sporten en bewegen tussen LHB en heteroseksuele burgers.

Publicatie downloaden

 

Home / Nieuws / Bevolkingsopvattingen steeds positiever, LHB’s wel meer problemen

Menu