logo

Minder pessimistisch over Nederland

30 december 2016

Burgerperspectieven 2016|4

  • Minder pessimistisch over waar het met Nederland heen gaat
  • Economische stemming beter en oordeel over de politiek milder
  • Opleving in EU-steun alweer voorbij
  • Immigratie en de manier van samenleven blijven de belangrijkste problemen
  • Veel consensus tussen kiezers over wat grote maatschappelijke kwesties zijn
  • … maar aanzienlijke verschillen in waarderingen en houdingen

Kwartaalthema: Energietransitie

  • Energietransitie geen urgent vraagstuk in de publieke opinie
  • Afscheid fossiele brandstoffen goede zaak maar niet zozeer vanwege het klimaat
  • Liever zon dan wind
  • Weinig animo voor overheidsdwang, tenzij het tegen bedrijven gericht is

Dit zijn enkele uitkomsten van het vierde kwartaalbericht van 2016 over het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB). Het SCP besteedt hierin aandacht aan de stemming in Nederland en opvattingen over politieke en maatschappelijke kwesties. Speciale aandacht is er dit kwartaal voor de energietransitie.

Minder pessimistisch over waar het met Nederland heen gaat

37% vindt dat het de goede kant op gaat; vorig kwartaal was dat nog 28%. Mensen noemen de goede economische vooruitzichten en de dalende werkloosheid als redenen voor optimisme. De grootste groep blijft echter negatief: 53% vindt het de verkeerde kant op gaan (was 61%). Zij maken zich zorgen over de verruwing van de omgangsvormen, vluchtelingen en de gezondheidszorg. Sommigen hebben het idee dat ‘Nederland Nederland niet meer is’.

Economische stemming steeds beter en oordeel over de politiek milder

Sinds 2014 worden Nederlanders positiever over de economie en die ontwikkeling zet ook dit kwartaal door. 74% geeft de Nederlandse economie een voldoende, 82% verwacht de komende twaalf maanden geen economische verslechtering. De oordelen over de politiek zijn een stuk negatiever, maar ook daarover is men de afgelopen twee kwartalen positiever. In oktober 2016 geeft 52% een voldoende voor vertrouwen in de Tweede Kamer en 50% voor vertrouwen in de regering. In april was dat nog respectievelijk 45% en 41%.

grafiek bij economische stemming en oordeel over politiek


Opleving in EU-steun alweer voorbij

In juli was er, waarschijnlijk door het nieuws over negatieve gevolgen van de Brexit, een opleving in de steun voor de Europese Unie: 46% vond het Nederlandse EU-lidmaatschap een goede zaak tegen 39% het kwartaal ervoor. Dit kwartaal is er van die opleving weinig meer te zien: de steun voor de stelling dat het EU-lidmaatschap een goede zaak is, is weer terug op 39% – net zo hoog als in april 2016. 26% vindt het lidmaatschap geen goede zaak, 35% is neutraal of weet het niet.

Immigratie en de manier van samenleven blijven de belangrijkste problemen

Na een periode waarin het probleembesef werd gedomineerd door zorgen over immigratie en integratie, voeren immigratie/integratie en de manier van samenleven nu samen de probleemlijst aan. Zorgen over immigratie zijn dus minder dominant dan in 2015, maar de bezorgdheid is duidelijk niet verdwenen. Gezondheids- en ouderenzorg staat op de derde plaats in het nationale probleembesef. Zorgen over economie en inkomen worden sinds najaar 2013 steeds minder vaak genoemd en staan nu op de vierde plaats. Politiek en bestuur staan op plek vijf.

Veel consensus tussen kiezers over wat grote maatschappelijke kwesties zijn

Er is tussen kiezersgroepen een grote consensus over de belangrijkste maatschappelijke kwesties in 2016 (immigratie en integratie; samenleven). Het meest gebruikte woord om het grootste maatschappelijke probleem aan te geven is in 2016 in vrijwel alle electorale groepen ‘vluchtelingen’ en over de afgelopen vijf jaar in alle groepen ‘zorg’.

… maar aanzienlijke verschillen in waarderingen en houdingen

Er zijn wel grote verschillen tussen kiezersgroepen als het gaat om waarderingen en houdingen. Zo zijn mensen die niet willen gaan stemmen of op de PVV willen stemmen veel negatiever over de multiculturele samenleving en over het EU-lidmaatschap dan mensen met een voorkeur voor D66 en GroenLinks.

Verschillen in persoonlijk geluk en maatschappelijk optimisme hangen ook meer samen met politieke voorkeuren (stemintenties) dan met voorkeuren in mediagebruik (kranten en tv-programma’s; zie figuur). De extremen worden gevormd door mensen met een VVD-voorkeur (gelukkig en optimistisch), met een PVV-voorkeur (ongelukkig en pessimistisch) en met een SGP-voorkeur (gelukkig en pessimistisch).

grafiek politieke voorkeuren en voorkeuren in mediabeleid

Energietransitie

Dit kwartaal is in de enquête en in de gesprekken met vier focusgroepen ingegaan op de energietransitie, de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. Dat is geen urgent vraagstuk in de publieke opinie. Slechts 2% van de bevolking noemt spontaan woorden als ‘klimaat’, ‘(groene) energie’ of ‘duurzaam’ als gevraagd wordt naar de grootste maatschappelijke problemen.

Afscheid fossiele brandstoffen goede zaak maar niet zozeer vanwege het klimaat

Ongeveer de helft van de bevolking is het eens met de stelling dat Nederland sneller dan nu het gebruik van fossiele brandstoffen moet verminderen. Men denkt dat deze energietransitie onvermijdelijk is, omdat fossiele brandstoffen opraken en om afhankelijkheid van onbetrouwbare landen te vermijden. Burgers koppelen de noodzaak voor de energietransitie niet direct aan de opwarming van de aarde. Desgevraagd vindt 41% van de geënquêteerden wel dat overtuigend is aangetoond dat het gebruik van fossiele brandstoffen grote invloed heeft op het klimaat (19% is het daarmee oneens; 41% is neutraal of weet het niet).

Liever zon dan wind

Zonne-energie is veel populairder dan windenergie. Mensen associëren windenergie met geluidsoverlast en horizonvervuiling. En men betwijfelt of windenergie rendabel is. Vooral windmolens op land moeten het ontgelden.

Weinig animo voor overheidsdwang, tenzij het tegen bedrijven gericht is

In het algemeen is er weinig steun voor dwingende milieumaatregelen vanuit de overheid. Slechts 15% ziet graag dat de overheid veel harder optreedt door vormen van energiegebruik te verbieden of zwaar te belasten en door hoge eisen te stellen aan energiebesparing en verduurzaming. Uitzondering zijn milieumaatregelen voor bedrijven. Slechts 13% van de bevolking is van mening dat de overheid bedrijven zelf moet laten beslissen hoe het milieu te sparen, zelfs als dat betekent dat zij niet altijd het juiste doen.


Het SCP doet sinds 2008 het COB voor het kabinet op verzoek van de Voorlichtingsraad. Elk kwartaal wordt een enquête gehouden en zijn er afwisselend focusgroepen (even kwartalen) en telefonische vervolginterviews met geënquêteerden (oneven kwartalen). De enquête is dit kwartaal gehouden tussen 1 oktober en 8 november 2016. In de kwartaalberichten komt ook ander opinieonderzoek aan bod. Dit kwartaal zijn de onderzoekers Paul Dekker, Josje den Ridder, Pepijn van Houwelingen en Andries van den Broek.

Home / Nieuws / Minder pessimistisch over Nederland

Menu