logo

Overheid wil dat burgers meer werken, zorgen en leren; maar lukt dat?

30 augustus 2016

Verschenen: Aanbod van arbeid 2016.

  • Nederlanders werken meer, zorgen meer, maar scholing blijft constant. De combinatie werken, zorgen en leren niet voor iedereen goed te doen.
  • Een op de vijf werkenden met een zorgtaak (kindzorg of mantelzorg) ervaart combinatiedruk. Zelfstandigen ervaren meer combinatiedruk dan werknemers.
  • Laagopgeleiden en mensen met een flexibel arbeidscontract volgen minder scholing. Zij hebben ook minder toegang tot flexibele werkvormen, zoals thuiswerken.
  • Ook oudere werknemers volgen relatief weinig scholing. Het verlenen van mantelzorg neemt juist toe met de leeftijd. Veel ouderen willen eerder met pensioen (rond 61 jaar) dan de pensioengerechtigde leeftijd.
  • Groepen die weinig formele scholing ontvangen (zoals een cursus of opleiding) compenseren dit niet door meer informeel leren (bijleren door het werk te doen).
  • Thuiswerken neemt toe. Het thuis afmaken van (over)werk is de belangrijkste reden voor thuiswerk, niet het combineren werk en zorg.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Aanbod van arbeid 2016 die op 30 augustus 2016 verschijnt. In deze studie beschrijven SCP-onderzoekers de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt vanuit het perspectief van werkenden en niet-werkenden. Belangrijke thema’s die aan bod komen zijn: de combinatie van arbeid en zorg, flexibilisering van de arbeidsmarkt en formele en informele scholing. Er is gebruikgemaakt van het tweejaarlijkse onderzoek onder werkenden en niet-werkenden dat het SCP uitvoert: het Arbeidsaanbodpanel. Deze editie van het aanbodpanel is afgenomen in het najaar van 2014.

Meer werken, meer zorgen, meer leren?

De overheid vraagt van de burger meer te werken, meer te zorgen en meer te leren. De overheid wil dat de arbeidsdeelname toeneemt, dat burgers meer zorgen voor hun naasten, en dat werkenden blijven leren om “duurzaam inzetbaar” te zijn tot aan hun pensioen. Het aandeel mensen met betaald werk steeg de afgelopen decennia sterk, al daalde het na 2010 weer iets door de economische crisis. Ook steeg het aandeel werkenden die de zorg voor naasten op zich nemen (mantelzorg) van 12% in 2004 tot 18% in 2014. Scholing van werkenden nam echter niet toe. In de periode 2004-2014 lag het aandeel werkenden dat een cursus of scholing volgt steeds rond de 40%. Dit komt niet overeen met het belang dat de overheid hecht aan een toename van scholing voor de duurzame inzetbaarheid van werkenden.

Combinatiedruk

Een op de vijf werkenden met een zorgtaak (kindzorg of mantelzorg) ervaart combinatiedruk. Dat wil zeggen dat ze moeite hebben om hun werk te combineren met de zorg die ze aan kinderen of aan mensen in hun naaste omgeving geven. Vrouwelijke werknemers ervaren vaker (22%) combinatiedruk dan mannen (16%). Zelfstandigen ervaren meer combinatiedruk (24%) dan werknemers in loondienst (19%).

Kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt minder scholing en flexibele werkvormen

Groepen met een zwakke arbeidsmarktpositie volgen de minste scholing. Het gaat dan om ouderen, laagopgeleiden, mensen met een flexibel arbeidscontract en mensen met een slechte gezondheid. Laagopgeleiden en mensen met een flexibele arbeidscontract hebben ook minder toegang tot flexibele werkvormen, zoals thuiswerken en flexibele werktijden.

Informeel leren vult formele scholing niet aan

Groepen die weinig formele scholing ontvangen (middels opleiding en cursussen) compenseren dit niet door meer informeel leren. Informeel leren is nieuwe kennis en ervaring opdoen op de werkplek door te doen en door te leren van collega’s of leidinggevenden. De mensen die een cursus volgen, zijn juist ook degenen die veel informeel leren. Groepen die weinig formele scholing ontvangen compenseren hun lagere deelname aan formele scholing dus niet door een hogere deelname aan informeel leren.

Thuiswerken neemt toe

Eén op de vijf werknemers werkt minstens één dag per week thuis. Dit is een stijging van 5 procentpunten over de laatste 10 jaar. Het aantal uren dat thuis gewerkt wordt, is ook gestegen van 6,5 uur in 2004 tot ruim 8 uur in 2014. Het thuis afmaken van (over)werk en de concentratie en efficiëntie waarmee het werk kan worden gedaan, zijn de belangrijkste redenen om thuis te werken. Het combineren van arbeid en zorg is veel minder vaak de reden om thuis te werken. Dit verklaart mogelijk ook waarom thuiswerk niet altijd tot minder combinatiedruk leidt.

Werken, zorgen, leren niet voor iedereen haalbaar ideaal

De resultaten over werken, zorgen en leren laten zien dat de combinatie niet voor iedereen makkelijk te bereiken is. Scholing en flexibele werkvormen worden als mogelijke instrumenten gezien om de burger in staat te stellen op alle terreinen te kunnen participeren. Kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, zoals ouderen, lageropgeleiden en flexwerkers krijgen echter relatief weinig scholing. Ook hebben flexwerkers, deeltijders, en lageropgeleiden minder toegang tot flexibele werkvormen, zoals thuiswerken. Voor hen lijkt werken, zorgen en leren op een flexibele arbeidsmarkt vooralsnog een moeilijk te realiseren ideaal.

Home / Nieuws / Overheid wil dat burgers meer werken, zorgen en leren; maar lukt dat?

Menu