Verschenen: Burgerperspectieven 2017|1
Dit zijn enkele uitkomsten van het eerste kwartaalbericht van 2017 over het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB). Het SCP besteedt hierin aandacht aan de stemming in Nederland en opvattingen over politieke en maatschappelijke kwesties. Het veldwerk voor dit onderzoek vond in januari en begin februari plaats, dus ruim voor de Tweede Kamerverkiezingen van 15 maart.
De afgelopen kwartalen verbeterde de economische stemming en die trend zet zich in het eerste kwartaal van 2017 door. In januari 2017 geeft 76% van de Nederlanders de Nederlandse economie een voldoende (dat was een jaar geleden 71%) en verwacht 83% de komende twaalf maanden een gelijke of betere economie (tegen 74% een jaar geleden). Ook over de eigen financiële situatie blijft men positief. 87% verwacht daarin de komende twaalf maanden geen verslechtering. 77% geeft de eigen financiën een voldoende.
Het aandeel dat het de goede kant op vindt gaan, daalde van een uitzonderlijk hoge 37% vorig kwartaal naar 25% nu, hetzelfde percentage als begin 2016. Nu vindt 64% het meer de verkeerde kant op gaan: dat was vorig kwartaal 53% en begin 2016 62%. Ook de licht positieve trend in het politieke vertrouwen stagneert. In januari 2017 heeft 47% voldoende vertrouwen in de regering en 48% in de Tweede Kamer (vorig kwartaal was dat resp. 50% en 52%).
De manier van samenleven en immigratie staan bovenaan de lijst met belangrijkste maatschappelijke zorgen. 42% noemt spontaan zorgen over immigratie en integratie als we vragen naar de belangrijkste problemen in Nederland. 37% noemt de manier waarop we samenleven (o.a. verharding, intolerantie, ik-cultuur). De ongerustheid over immigratie is daarmee aanzienlijk lager dan in januari 2016 toen vanwege de vluchtelingencrisis 65% immigratie noemde – maar het thema blijft belangrijk. Als we mensen vragen welk onderwerp hoog op de agenda van de Haagse politiek zou moeten staan, staat de gezondheids- en ouderenzorg met stip op één.
Het aandeel mensen dat het duidelijk de verkeerde kant op vindt gaan met Nederland stijgt trendmatig met grote schommelingen. Dat geldt ook voor sterk onbehagen, gemeten als combinatie van dit pessimisme en grote politieke onvrede. De toename is sterker bij lageropgeleiden en bij mensen met een benedenmodaal inkomen.
In toelichtingen waarom mensen Nederland duidelijk de verkeerde kant op vinden gaan, zien we dit kwartaal zeven vaak terugkerende argumenten, in volgorde van afnemende frequentie:
Nederland zit – met Ierland, Malta en Luxemburg – in een positief gestemd kwadrant waarin een per saldo optimistische kijk op de ontwikkelingen in het land wordt gecombineerd met het overheersen van vertrouwen in de (eigen) toekomst. Tegenover deze landen staat Griekenland met gemiddeld een zeer pessimistische kijk op de ontwikkeling van het land en extreem weinig vertrouwen in de toekomst. Ter vergelijking: de uitspraak ‘u heeft vertrouwen in de toekomst’ wordt in Nederland door 83% bevestigd en door 16% verworpen en in Griekenland door 14% bevestigd en door 86% verworpen. In de meeste landen is er per saldo wel vertrouwen in de toekomst, maar overheerst pessimisme over ontwikkelingen van het land.
Het SCP doet sinds 2008 het COB voor het kabinet op verzoek van de Voorlichtingsraad. Elk kwartaal wordt een enquête gehouden en zijn er afwisselend focusgroepen (even kwartalen) en telefonische vervolginterviews met geënquêteerden (oneven kwartalen). De enquête is dit kwartaal gehouden tussen 2 januari en 2 februari 2017. In de kwartaalberichten komt ook ander opinieonderzoek aan bod. Dit kwartaal zijn de onderzoekers Paul Dekker, Josje den Ridder en Pepijn van Houwelingen.
Delen op: