logo

Studiekeuze en studieloopbanen hoger onderwijs: veel wikken en wegen

06 oktober 2016

In deze studie beschrijven SCP-onderzoekers Lex Herweijer en Monique Turkenburg ontwikkelingen in de studieloopbanen van studenten in het hbo en wetenschappelijk onderwijs en het instellingsbeleid van hogescholen en universiteiten ten aanzien van de studiekeuze en studiebegeleiding van hun studenten.

  • De mbo-hbo route is belangrijk voor jongeren met een niet-westerse achtergrond en uit de lagere opleidingsmilieus, maar staat onder druk.
  • In het hbo is het studiesucces teruggelopen, in het wetenschappelijk onderwijs verbeterden de studieloopbanen.
  • Hogescholen en universiteiten zijn gematigd positief over de studiekeuzecheck, het instrument waarmee de match tussen student en opleiding wordt onderzocht, maar er is ook twijfel over het effect daarvan.
  • Instellingen twijfelen over de juiste criteria om de geschiktheid van studenten voor een studie te kunnen beoordelen.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie ‘Wikken en wegen in het hoger onderwijs’ die op 6 oktober 2016 verschijnt. De studie beschrijft ontwikkelingen tot afgelopen studiejaar. Belangrijke thema’s die aan bod komen zijn: de toegankelijkheid van het hoger onderwijs, studierendement en de ervaringen met de studiekeuzecheck. Er is onder andere gebruikgemaakt van kwantitatieve gegevens van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en van kwalitatieve gegevens uit gesprekken met medewerkers van instellingen in het hoger onderwijs.

Mbo-hbo route belangrijk alternatief

Jongeren met een niet-westerse achtergrond en jongeren uit de lagere opleidingsmilieus maken vaker gebruik van de mbo-route naar het hbo. Het percentage mbo’ers dat doorstroomt naar het hbo is afgenomen. Bij studenten van niet-westerse herkomst en met lager opgeleide ouders was deze terugloop nog wat sterker, ook al maken studenten met een niet-westerse achtergrond de mbo-hbo overstap nog wel altijd vaker dan autochtoon Nederlandse mbo’ers.

Ook de overstap van het hbo naar het wetenschappelijk onderwijs is voor studenten van niet-westerse herkomst belangrijker dan voor autochtoon Nederlandse studenten. Door de jaren heen is de doorstroom van hbo naar wetenschappelijk onderwijs afgenomen. De overstap van de hbo-propedeuse naar de universiteit bleef constant, maar is niet omvangrijk.

Ongunstige ontwikkeling studieloopbanen in het hbo

Studieloopbanen in het hbo hebben zich de afgelopen jaren niet gunstig ontwikkeld. Studenten zijn er langer over gaan doen om hun diploma te halen: steeds minder studenten hebben na vijf jaar een diploma. Positief is dat de kwaliteitsbewaking van het eindniveau in het hbo is toegenomen, maar dit lijkt ten koste te zijn gegaan van het studiesucces. Deze neerwaartse trend was bij studenten met een mbo-vooropleiding de laatste jaren sterker dan bij havisten. Haalden mbo’ers in het verleden nog vaker dan havisten een diploma na vijf jaar, het laatste jaar is dat niet meer zo. Binnen de groep met een mbo-vooropleiding blijft het studiesucces van studenten met een niet-westerse achtergrond aanzienlijk achter bij dat van autochtoon Nederlandse studenten. Ook liepen de resultaten van deze groep mbo’ers sterker terug dan die van de autochtoon Nederlandse mbo’ers. De opbrengst van de mbo-hbo route staat kortom het sterkst onder druk voor de groep die er het meest gebruik van maakt.

Meer studiesucces op universiteiten

Op de universiteiten is het studiesucces de afgelopen jaren flink toegenomen: aanzienlijk meer studenten halen een diploma na vier jaar. Ook het studiesucces van studenten die met een hbo-propedeuse zijn overgestapt naar de universiteit is toegenomen, maar blijft de laatste jaren wel achter bij dat van studenten met een vwo-vooropleiding. De resultaten na wisselen van studie zijn in het wetenschappelijk onderwijs positiever dan in het hbo, waar het vaker dan in het wetenschappelijk onderwijs een voorbode is van uitval.

Waardering studiekeuzecheck, maar werkt het ook?

Om de studiekeuze te verbeteren bieden hogescholen en universiteiten studenten na aanmelding een zogenoemde studiekeuzecheck aan. De instellingen zijn hierover voorzichtig positief: ze waarderen met name het vroege contact met de student. Knelpunten doen zich voor bij de docenten die studenten in hun studiekeuze moeten adviseren: ze willen aankomende studenten niet graag afschrikken met een negatief advies; en bij aankomende studenten zelf: zij beschouwen de studiekeuzecheck soms als een toelatingsexamen, maar nemen bij een negatieve uitslag dat advies niet altijd ter harte.

Instellingen hebben moeite om studiegeschiktheid te bepalen

Hogescholen en universiteiten twijfelen over de juiste criteria om te kunnen voorspellen of een aankomende student geschikt is voor de studie. Ook wil men een soms moeilijk tot stand gekomen studiekeuze niet op voorhand frustreren, zelfs al wijst de studiekeuzecheck uit dat de student hier minder geschikt voor lijkt. Om vergelijkbare redenen stellen hbo-instellingen vaak geen aanvullende eisen aan mbo’ers die doorstromen naar het hbo in een andere studierichting dan ze op het mbo volgden.

Home / Nieuws / Studiekeuze en studieloopbanen hoger onderwijs: veel wikken en wegen

Menu