Armoede en sociale uitsluiting bij kinderen
Armoede beperkt kinderen in hun maatschappelijke deelname. Dat bleek uit een beknopte rapportage over armoede en sociale uitsluiting bij kinderen uit 2007. Het kabinet besloot maatregelen te treffen. In 2008 en 2009 stelde het kabinet jaarlijks 40 miljoen euro ter beschikking aan gemeenten. Met als doel dat meer kinderen uit arme gezinnen zouden deelnemen aan sport, cultuur of andere activiteiten.
ASOUK
De beleidsdoelstelling was: het aantal kinderen dat door armoede maatschappelijk niet meedoet, neemt in de periode 2007-2010 met de helft af. Het onderzoek armoede en sociale uitsluiting bij kinderen (ASOUK) keek of deze beleidsdoelstelling is gehaald. Dit gebeurde met monitoring (meting in 2008 en 2010). Daarnaast geeft het onderzoek inzicht in de omvang en achtergrond van armoede en sociale uitsluiting bij kinderen en in de langetermijneffecten van opgroeien in armoede. Meer informatie over de surveys staat in de korte onderzoeksbeschrijving.
Maatschappelijke deelname weinig toegenomen
Uit de nulmeting kwam naar voren dat in 2008 ongeveer 500.000 kinderen tussen 5 en 17 jaar niet deelnamen aan (georganiseerde) sport- en culturele activiteiten. Bij 150.000 van hen was dat om financiële redenen. Ruim de helft van deze kinderen woonde in een huishouden met een inkomen onder 120% van het sociaal minimum. De tweede meting van het monitoringonderzoek toonde aan dat kinderen in 2010 iets vaker deelnamen aan vrijetijdsactiviteiten dan in 2008. De toename (+3%) is wel veel kleiner dan het kabinet zich had voorgenomen. Het aantal kinderen dat om financiële redenen nergens aan deelnam, was gestegen van 150.000 naar 180.000. Deze stijging vond vooral plaats binnen de niet-arme groep. Onder kinderen uit bijstandsgezinnen is het aantal dat om financiële redenen niet meedoet, juist iets gedaald.
Achtergrond van sociale uitsluiting
Het onderzoek naar de achtergrond van sociale uitsluiting bij kinderen richtte zich niet alleen op hun maatschappelijke deelname. Het hanteerde een bredere definitie. Wat houdt sociale uitsluiting bij kinderen precies in en hoe meet je dit? Hoe vaak komt sociale uitsluiting bij kinderen voor? Welke factoren bepalen of er sprake is van sociale uitsluiting? Opnieuw blijkt dat kinderen uit arme gezinnen vaker sociaal uitgesloten zijn dan niet-arme kinderen. Daarnaast spelen ook andere factoren een rol. De belangrijkste zijn het opgroeien in een eenoudergezin, de etnische herkomst en of de ouders betaald werk hebben.
Effecten op de lange termijn
De studie naar de langetermijneffecten onderzocht of armoede in de kindertijd leidt tot armoede als volwassene. Lopen mensen die in de jaren tachtig in een arm gezin opgroeiden 25 jaar later meer risico op armoede en sociale uitsluiting? Het blijkt dat die kans bijna twee keer zo groot is. Toch gaat het om een vrij kleine groep. 7% van de arme kinderen is als volwassene ook arm. Van de niet-arme kinderen is nu 4% arm. Het verschil is goed verklaarbaar. Arme kinderen bereiken een lager opleidingsniveau en hebben vaker gezondheidsproblemen. Hierdoor is hun kans op een (goedbetaalde) baan kleiner.
Publicaties
- Gerda Jehoel-Gijsbers. Kunnen alle kinderen meedoen? Onderzoek naar de maatschappelijke participatie van arme kinderen, nulmeting. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (2009)
- Annette Roest, Anne Marike Lokhorst en Cok Vrooman. Sociale uitsluiting bij kinderen: omvang en achtergronden. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (2010)
- Maurice Guiaux, m.m.v. Annette Roest en Jurjen Iedema. Voorbestemd tot achterstand? Armoede en sociale uitsluiting in de kindertijd en 25 jaar later. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (2011)
- Annette Roest. Kunnen meer kinderen meedoen? Veranderingen in de maatschappelijke deelname van kinderen, 2008-2010. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (2011)
Contact
Wilt u meer weten over het project ASOUK? Neem contact op met Cok Vrooman of Maurice Guiaux. AIS voerde ASOUK uit in opdracht van het ministerie van SZW.
Twitter
Facebook
del.icio.us
Hyves
LinkedIn
Digg
Google Bookmarks