Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home / Organisatie / Onderzoeksgroepen / Tijd, Media & Cultuur / Recent afgesloten onderzoek van TMC / Toerisme en recreatie

Toerisme en recreatie

Eind 2009 startte TMC een onderzoek naar de vrijetijdsbesteding buitenshuis. De resultaten geven inzicht in die 'uithuizige vrijetijdsbesteding' van Nederlanders. Voorbeelden zijn museumbezoek, winkelen, een terrasje pakken, sporten, saunabezoek, een dagje naar de dierentuin en openluchtrecreatie.

Sociale ongelijkheden en sociale contacten

TMC onderzocht ook of er een relatie bestaat tussen verschillen in vrijetijdsbesteding en sociale ongelijkheden. Ook keek TMC naar sociale contacten tijdens vrijetijdsactiviteiten en naar de mobiliteit die bij vrije tijd hoort.

Belangrijkste conclusies

Nederlanders hebben steeds minder vrije tijd tot hun beschikking: in 2005 ruim drie uur per week minder dan in 1975. Het aantal uur vrije tijd dat mensen buitenshuis doorbrengen, bleef in de afgelopen dertig jaar wel gelijk. Nederlanders brengen tegenwoordig dus een groter deel van hun vrije tijd buitenshuis door.

Opvallend

Opvallende uitkomsten van het onderzoek zijn:

  • De ouderen van nu zijn actiever en trekken er meer op uit dan de ouderen van vroeger. Bovendien zetten de ouderen hun actieve vrijetijdspatroon tot op hogere leeftijd voort.
  • De meeste 'uithuizige' vrijetijdsactiviteiten vinden plaats in gezelschap van anderen (meestal de partner of andere gezinsleden), slechts 29% niet. Ruim een derde (37%) van de bevolking wil er vaker samen met anderen op uit gaan.
  • Vrije tijd is veruit de belangrijkste bron van mobiliteit. Van alle persoonsverplaatsingen is 38% voor vrijetijdsdoeleinden (woon-werkverkeer 17%).
  • De auto is het dominante vervoermiddel in de vrije tijd: voor 42% van de vrijetijdsactiviteiten wordt de auto gebruikt.

Publicatie

Desirée Verbeek en Jos de Haan. Eropuit! Nederlanders in hun vrije tijd buitenshuis. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (2011)

Contact

Wilt u meer weten over dit onderzoek? Neem dan contact op met Jos de Haan.