Naar andere tijden? Tijdsbesteding en tijdsordening in Nederland,
1975-1995 geeft een beeld van de wijze waarop Nederlanders de wekelijks
beschikbare 168 uur besteden. Vragen als "Hoe lang werkt men?", "Wat doet
men in de vrije tijd?" en "Hoe ziet de gezinsagenda er uit?" worden
beantwoord. Andere aandachtspunten zijn de 24-uurssamenleving en de
rol-verdeling tussen mannen en vrouwen.
Ook de ordening van de tijd wordt besproken. De uitwaaiering van werk en
huishouden naar de avonden en de weekenden komt aan de orde, evenals de
zondagse tijdsbesteding en de dagelijkse en doordeweekse routines.
De beschikbaarheid van vijfjaarlijkse gegevens uit het Tijdsbestedingsonderzoek, gedurende
het tijdvak 1975-1995, maakt het mogelijk ontwikkelingen over een periode
van 20 jaar te schetsen.
Enkele bevindingen:
- Tussen 1975 en 1995 zijn mensen meer verschillende taken gaan
vervullen. Meer vrouwen gingen werken, terwijl mannen geleidelijk aan wat
meer huishoudelijk werk gingen verrichten. Aangezien slechts weinig mannen
ook minder gingen werken, nam de tijdsdruk van taken (werk, studie,
huishouden) toe. Dit geldt in het bijzonder in tweeverdienersgezinnen met
kinderen.
- Ondanks deze tijdsdruk maken ouders meer tijd vrij voor contact met hun
kinderen (voorlezen, praten, spelletjes en tochtjes). Op dit punt
verschillen gezinnen met één kostwinner niet (meer) van
tweeverdienersgezinnen.
- Nederlanders zijn 's avonds minder thuis dan voorheen, al gaat dit
voornamelijk op voor alleenstaanden en paren zonder kinderen. Overigens was
betaald werk daarbij in 1995 nog van weinig belang. Verenigingsleven, sport
en mobiliteit hielden 's avonds grotere groepen en sneller groeiende
aantallen mensen van huis dan betaald werk.
- De vrije tijd wordt vaker buitenshuis doorgebracht, huiselijke
activiteiten als lezen, praten met huisgenoten en visites namen af.
Televisiekijken won enigszins aan populariteit. Vaker dan voorheen wordt
tijdens het eten naar de televisie gekeken.
- Dagelijkse en doordeweekse routines bleven goeddeels in stand, al
vlakte de concentratie van activiteiten op bepaalde tijdstippen wat af. Zo
is er meer spreiding in activiteiten als eten en woon-werkverkeer.
- De traditionele (vrije) zondag verliest terrein, al was dat in 1995
meer het gevolg van huishoudelijke beslommeringen dan van betaalde arbeid.
In 1995 besteedde 60% van de Nederlanders op zondag minimaal één uur aan
huishoudelijk werk, terwijl slechts 7,5% één uur of langer betaald werk
verrichtte. De zondagsrust heeft veel te danken aan de populariteit van
uitslapen en tv-kijken.