Persbericht: Beter voor de dag
Evaluatie Experimenten Dagindeling:
Naar een betere balans tussen werk en privé-leven
-
In maart 1999 trad de Stimuleringsmaatregel Dagindeling in werking ter stimulering van lokale initiatieven die het combineren van zorg en arbeid moesten vereenvoudigen. De Stimuleringsmaatregel lokte 385 subsidieaanvragen uit, waarvan er 140 werden gehonoreerd. De experimenten liepen in de jaren 1999-2003 en er is ruim 22 miljoen euro aan besteed.
-
Op grond van vijf criteria kan een meerderheid van de experimenten als geslaagd worden beschouwd. Bij deze experimenten werden de beoogde resultaten (deels) gehaald, werden bruikbare modellen ontwikkeld, is voortzetting van het experiment verzekerd (in 60% van de gevallen) of werden de resultaten opgenomen in het reguliere beleid.
-
Veel experimenten hadden betrekking op dagarrangementen of de afstemming van werk en privé binnen arbeidsorganisaties (31 resp. 34), andere richtten zich op projecten in kinderopvang en persoonlijke dienstverlening (beide 21). Relatief weinig projecten waren er in de sfeer van de mantelzorg (8) en de ruimtelijke ordening (10).
-
De resultaten van de stimuleringsmaatregel zijn vooral opgenomen in het beleid van de lokale overheid. Nauwelijks aandacht krijgt het thema bij de sociale partners. Het minst is dit het geval bij de werkgeversorganisaties.
Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Beter
voor de dag. Evaluatie Stimuleringsmaatregel Dagindeling die vandaag is
gepresenteerd tijdens de slotbijeenkomst van de Stimuleringsmaatregel
Dagindeling. In het rapport, onder redactie van dr. Saskia Keuzenkamp, geven
SCP-onderzoekers een oordeel over de resultaten van 140 experimenten die in
het kader van de Stimuleringsmaatregel Dagindeling werden uitgevoerd. De
experimenten bestreken uiteenlopende terreinen: van afstemmingproblemen
binnen de arbeidsorganisatie tot projecten rond kinderopvang en persoonlijke
dienstverlening.
De evaluatie is verricht op verzoek van het projectbureau Dagindeling.
Stimuleringsmaatregel Dagindeling
Precies vier jaar geleden, op 24 maart 1999, stelde het
tweede paarse kabinet de Stimuleringsmaatregel Dagindeling in. Het doel van
deze maatregel was om allerlei lokale initiatieven te stimuleren en te
ondersteunen die het voor mensen mogelijk zouden maken de combinatie van werk
en privé te vergemakkelijken. Meer toegespitst gaat het om drie doelen: het
stimuleren van experimenten met een voorbeeldfunctie en landelijke
uitstraling; het creëren van een maatschappelijk draagvlak voor het idee van
dagindeling; en het bevorderen dat de resultaten van de experimenten worden
vertaald in regulier beleid.
Voor de Stimuleringsmaatregel werden 385 subsidieaanvragen ingediend, waarvan
er 140 werden gehonoreerd. De experimenten liepen in de jaren 1999-2003.
Negen experimenten werden voortijdig beëindigd.
Het kabinet stelde 27 miljoen euro beschikbaar, waarvan ruim 22 miljoen
besteed is aan experimenten.
Betere afstemming tussen werk en privé
Van de 140 experimenten richtte de grootste groep (34) zich op het verbeteren
van de balans tussen werk en privé in arbeidsorganisaties. Hierbij ging het
om experimenten met arbeidstijdenmanagement, verandering van de cultuur in
arbeidsorganisaties en telewerken. Een bekend voorbeeld zijn de zogenoemde
moedercontracten , die werden ontwikkeld voor werkende vrouwen in een
ziekenhuis. In zo'n contract zijn de werktijden afgestemd op de schooltijden
van de kinderen (dus niet werken buiten schooltijd en in de vakanties).
Een andere groep experimenten (31) had betrekking op 'dagarrangementen' die
passen in het concept van de 'brede school', zoals voor- en tussenschoolse
opvang en culturele, educatieve en sportieve activiteiten na schooltijd. 21
experimenten zijn uitgevoerd rond flexibele en kleinschalige kinderopvang en
opvang van zieke kinderen en eveneens 21 rond persoonlijke dienstverlening.
De markt van persoonlijke dienstverlening is gericht op het uit handen nemen
van allerlei taken in en rond het huis. Zo is er een experiment in een
thuiszorginstelling, waar voor het personeel een dienstencentrum is
opgericht. Werknemers kunnen daar bestellingen doen voor maaltijden en
gebruik maken van een strijk- en klussendienst en een bloemen-bezorgservice.
Een ander voorbeeld is de instelling van een zorgmakelaar, die mantelzorgers
ten dienste staat bij het oplossen van problemen die voortvloeien uit de
combinatie van arbeid en zorg.
Beperkte beschikbaarheid evaluatiemateriaal
Op verzoek van het projectbureau Dagindeling heeft het Sociaal en Cultureel
Planbureau de werking van de maatregel geëvalueerd. Daartoe zijn
beleidsdocumenten geanalyseerd, is een selectie van dertien experimenten
gemaakt voor intensief onderzoek en zijn ongeveer 75 personen op
sleutelposities uitvoerig ondervraagd.
Van veel experimenten is op grond van de beschikbare documentatie niet erg
duidelijk wat zij precies beogen. Ook valt de vraag wat zij precies hebben
opgeleverd niet eenvoudig te beantwoorden. De experimenten zijn zeer
heterogeen en om een goed zicht te verkrijgen op de doelen en resultaten
moesten de onderzoekers te rade gaan bij de experimenten zelf.
Meerderheid experimenten geslaagd
De resultaten van de 140 experimenten werden getoetst aan de volgende vijf
criteria: zijn de beoogde resultaten behaald, zijn zij opgenomen in beleid,
zijn ze overgenomen door anderen, is vervolgfinanciering verzekerd en heeft
het project bruikbare modellen opgeleverd. Op grond van deze criteria kan
tweederde van de experimenten als geslaagd worden beschouwd. Overigens viel
op dat een aantal experimenten is gehinderd door knellende regelgeving,
bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van nieuwe vormen van kinderopvang.
Een punt van kritiek is verder dat informatie over de resultaten van de
experimenten onvoldoende toegankelijk is gemaakt. Ook zijn de resultaten
nauwelijks bekend bij relevante maatschappelijke organisaties. Wanneer iemand
een vraag heeft - bijvoorbeeld een bedrijf dat aan de slag wil met
arbeidstijdenmanagement en wil weten wat hierover van de experimenten te
leren valt - vergt het vinden van een antwoord daarop onderzoek onder alle
afzonderlijke experimenten die daarmee aan de slag zijn geweest. Het
evaluatierapport kan, gezien de opzet, niet in deze lacune voorzien.
Meerderheid experimenten wordt voortgezet
Bij de stimuleringsmaatregel is sprake van tijdelijke subsidiëring. Dat
betekent dat de experimenten voor het vervolg afhankelijk zijn van andere
inkomstenbronnen. De meest recente informatie wijst uit dat 60% van de
experimenten deels of grotendeels verder gaat. Dat kan zowel in de eigen
organisatie zijn, als elders in het land.
Dagindeling nog geen thema bij sociale partners
Uit het onderzoek blijkt dat dagindeling vooral op lokaal niveau is opgenomen
in het regulier beleid. Bij de sociale partners krijgt het thema nauwelijks
aandacht. Dit geldt met name voor de werkgeversorganisaties. Ook landelijk is
nog geen beleid met 'dagarrangementen' van de grond gekomen. De meeste
vooruitgang lijkt te zijn geboekt bij de ministeries van LNV (in het kader
van het plattelandsbeleid) en VWS (wat betreft het beleid ten aanzien van de
mantelzorg).
Twitter
Facebook
del.icio.us
Hyves
LinkedIn
Digg
Google Bookmarks