U bevindt zich op: Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2003 / De vaststelling van de kerkelijke gezindte in enquêtes.
[...]De vanzelfsprekendheid waarmee mensen zich in het verleden tot een
kerkgenootschap rekenden, is voor velen verdwenen. Bij een vrij groot aantal
Nederlanders valt onzekerheid te constateren over de vraag of zij nu bij een
kerkgenootschap horen, dan wel buitenkerkelijk zijn. Als iemand bijvoorbeeld
rooms-katholiek gedoopt is, maar 'er niets meer aan doet', kan hij zichzelf
nog als rooms-katholiek, maar ook als buitenkerkelijk beschouwen. Het is
vaak niet van te voren te zeggen wat zijn keuze zal zijn. Dat de grens
tussen het kerklidmaatschap en buitenkerkelijkheid is vervaagd, blijkt uit
de resultaten van enquêteonderzoek, dat al jaren lang sterk verschillende
fracties kerkelijken en buitenkerkelijken oplevert.
Zo constateert het CBS in het Permanent Leefsituatie Onderzoek (POLS) voor
de jaren negentig een buitenkerkelijkheid van 40% en een kerklidmaatschap
van 60%. Volgens een andere bron - het project Culturele Veranderingen in
Nederland (CV) van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) - is de
situatie precies omgekeerd, ongeveer 60% buitenkerkelijken staan tegenover
ongeveer 40% kerkleden. [...]