U bevindt zich op: Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2003 / Maten voor gemeenten 2003.
Maten voor gemeenten 2003 brengt op nationaal niveau in beeld welke prestaties gemeenten leveren tegen welke kosten. De analyses hebben betrekking op de periode 1995-2000. Nooit eerder is een vergelijkbaar kwantitatief en integraal beeld geschetst van gemeenten als producent van diensten.
Het rapport laat zien dat de totale uitgaven van gemeenten in de betreffende periode nauwelijks zijn gestegen en na correctie voor inflatie zelfs aanmerkelijk zijn gedaald. Deze daling wordt vooral veroorzaakt door het feit dat gemeenten niet langer verantwoordelijk zijn voor een aantal taken op de terreinen volkshuisvesting en zorg. Daarnaast is het aantal bijstandsontvangers in de betreffende periode gedaald. Na correctie voor deze ontwikkelingen resulteert een meer stabiel beeld. Als specifiek wordt gekeken naar de algemene middelen van gemeenten is zelfs sprake van een gestage stijging.
De prestaties van gemeenten blijven echter achter bij de reële stijging van de uitgaven. Dit komt doordat de prijzen van collectieve diensten sneller stijgen dan die in de marktsector. Bij gemeenten is dit onder meer verklaarbaar door de loonontwikkeling en door een sterke toename van de kapitaallasten, materiële uitgaven en uitbestedingen.
Per saldo is de toename van het productievolume bij gemeenten vooral in de
periode 1998-2000 zeer gering. Deze stijging houdt de bevolkingsgroei niet of
ternauwernood bij. Het strategisch akkoord 2002 voorzag al in aanzienlijke
bezuinigingen op de gemeentelijke middelen. Omdat ook het komende
regeerakkoord in het teken staat van de bezuiniging op collectieve uitgaven,
doemt er een niet al te rooskleurig beeld op van de gemeentelijke
dienstverlening in de komende jaren.