Persbericht: In het zicht, hfdstuk 10
Minder inbraken, meer geweld - Sociaal en Cultureel Rapport 2004 - Hoofdstuk 10
Veiligheid, politie en justitie.
-
Het totaal aantal delicten waar burgers slachtoffer van werden daalde van 5 miljoen in 2002 naar 4,8 miljoen in 2003. Het aantal inbraken nam af, het aantal geweldsdelicten nam toe.
-
Het aantal mishandelingen steeg van 28.000 in 1995 tot ruim 52.000 in 2002.
-
De groei van de criminaliteit leidde tot een sterke toename van de beveiliging via detectoren, camera's en bewakingsdiensten.
-
85% van de bevolking vindt meer cameratoezicht gewenst. Bijna alle Nederlanders zijn voor ruimere toepassing van DNA-technieken voor de identificatie van daders.
-
Preventie en nieuwe technologie kunnen bijdragen aan de verdere daling van de veelvoorkomende criminaliteit.
-
Ruim tweederde van de bevolking verwacht in de toekomst een stijging van de geweldscriminaliteit, van terroristische dreiging en van computercriminaliteit.
-
Onder de Nederlandse bevolking is brede steun voor een meer intensieve aanpak van criminaliteit en onveiligheid. In de effectiviteit van het overheidsbeleid heeft men echter weinig vertrouwen. Vrijwel alle Nederlanders willen geweldsdelicten strenger bestraft zien.
Dit zijn de belangrijkste conclusies uit hoofdstuk 10 van het Sociaal en Cultureel Rapport 2004 .
Aantal inbraken gedaald, aantal geweldslachtoffers gestegen
In de afgelopen veertig jaar vertienvoudigde het aantal bij de
politie bekend geworden misdrijven tot 1,4 miljoen. Het totale aantal
delicten waarvan burgers naar eigen zeggen het slachtoffer worden, kwam in
2002 ruim boven de 5 miljoen per jaar uit; het jaar daarop daalde het tot 4,8
miljoen.
De grootste groep delicten bestaat uit vernielingen (1,8 miljoen), gevolgd
door diefstal en inbraak (1,7 miljoen) en geweldsdelicten (1,1
miljoen).
Vergeleken met het midden van de jaren negentig is het aantal inbraken en
inbraakpogingen duidelijk teruggelopen. Burgers zijn ook veel minder van
mening dat bij hen in de buurt vaak wordt ingebroken In de Politiemonitor
1995 vond ruim 36% van de burgers dat in hun buurt vaak werd ingebroken; in
de Politiemonitor 2004 was dit 13%. Het percentage van de bevolking dat zich
vaak onveilig voelt, liep terug van bijna 7 % naar zo'n 4,5%. De
meest voorkomende situatie waarin men zich onveilig voelt, heeft te maken met
rondhangende jongeren. Daar staat tegenover dat het aandeel slachtoffers van
geweld (dreiging met geweld, vooral verbale agressie, en mishandeling)
groeide. Het aantal door de politie geregistreerde mishandelingen nam tussen
1995 en 2002 toe van 28.000 tot 52.500. Deze ontwikkeling van de
criminaliteit in Nederland is internationaal gezien niet uitzonderlijk. Ook
de meeste andere Europese landen kennen een stijging van geweld in de
politiecijfers en een stabiele of licht dalende vermogenscriminaliteit.
Maatschappelijke ontwikkelingen als 'opdrijvende krachten'
Door de individualisering in en van de huishoudens, de gestegen
arbeidsparticipatie en het hoge welvaartsniveau is de sociale controle
verminderd en de gelegenheid voor het plegen van criminaliteit toegenomen. Zo
is een groot deel van de huizen en de woonomgeving overdag zonder bewoners en
toezicht. Dit heeft geleid tot een jaarlijkse stijging van de
vermogenscriminaliteit. Om deze ontwikkeling tegen te gaan ontstond
vervolgens een sterke groei van de beveiliging via detectoren, camera's en
bewakingsdiensten.
Criminaliteit krijgt nieuwe kansen door de opening van Europese grenzen, het
vrije verkeer van mensen en goede computerfaciliteiten. De infrastructuur van
de moderne samenleving biedt ook criminelen mogelijkheden en technische
hulpmiddelen. De laptop en de mobiele telefoon zijn daar voorbeelden
van.
Een beperkte mate van integratie in de Nederlandse samenleving of het hebben
van een marginale positie in de Nederlandse samenleving kunnen een
voedingsbodem vormen voor een criminele loopbaan.
Burgers vinden veiligheid vaak belangrijker dan privacy
De ontwikkeling van de informatica geeft aanleiding tot nieuwe vormen van
criminaliteit, maar deze ontwikkeling maakt ook de bestrijding van
criminaliteit in het algemeen beter mogelijk door nieuwe surveillance- en
detectietechnieken, beveiligings- en herkenningsmogelijkheden en de koppeling
van gegevensbestanden. Deze technieken kunnen de privacy van burgers
aantasten, maar dit wordt door de bevolking nauwelijks als probleem ervaren.
Ruim 85% van de bevolking vindt meer cameratoezicht wenselijk tot zeer
wenselijk. Zelfs bijna 100% vindt de ruimere toepassing van DNA-technieken
ter identificatie van daders wenselijk. De groeiende wens naar meer
veiligheid en de dreiging van terrorisme lijken er toe te leiden dat burgers
gemakkelijker beperkingen van de privacy accepteren.
Verdere daling veelvoorkomende criminaliteit waarschijnlijk
Verwacht wordt dat de huidige daling van de veelvoorkomende
criminaliteit zich zal voortzetten. De inzet van nieuwe technologische
middelen zal daaraan kunnen bijdragen. Bovendien zou de groei van het aantal
ouderen en een verandering van leefstijl van ouderen er toe kunnen leiden dat
de woonomgeving belangrijker wordt en het informele toezicht in de buurt weer
wat toeneemt.
In minder opportunistische en meer expressieve criminaliteit (vandalisme,
bedreiging, geweld) zijn andere factoren van belang, zoals de omvang van de
groep jongeren die geen binding heeft met de maatschappij. In de
geweldscriminaliteit speelt de expressie gerichte (jeugd)cultuur een
belangrijke rol. De rol van alcohol in het geweld in de publieke ruimte en in
de sfeer van het gezin en relaties zal in de nabije toekomst waarschijnlijk
niet veranderen. Of het beleid gericht op vergroting van integratie en
verbetering van de leefomgeving in wijken resultaat heeft, moet nog
blijken.
De bevolking voorziet grotere problemen in de toekomst
Voor de toekomst voorziet bijna niemand een daling van de verschillende
vormen van criminaliteit. Tweederde tot driekwart van de bevolking vermoedt
dat in 2020 de problemen groter tot veel groter zullen zijn. Rond 70% van de
bevolking voorziet een stijging van terroristische dreiging. Een toename van
geweldsdelicten in 2020 wordt door 75% van de bevolking verwacht. Bijna
100% wil deze geweldsdelicten in de toekomst strenger bestraft zien,
74% vindt dat zelfs zeer wenselijk, al verwacht maar 61% dat dit in 2020 ook
werkelijk het geval is. Bijna 85% van de Nederlanders voorziet een groei van
de computercriminaliteit. 27% van de bevolking verwacht dat in 2020 de
drugs uit het strafrecht zijn gehaald.
Brede steun voor een intensievere aanpak van de problemen
De overheid heeft het criminaliteits- en veiligheidsbeleid inmiddels
sterk geïntensiveerd. Daarbij is de aandacht verschoven van het delict naar
de dader. Onder de bevolking is een brede steun voor een intensievere
aanpak van criminaliteit en onveiligheid in de toekomst. Hoe negatiever de
toekomstverwachting over de ontwikkeling van de criminaliteit, hoe groter de
wens tot een intensivering van de aanpak.
Weinig verwachtingen van de effectiviteit van toekomstige aanpak
De bevolking verwacht dat de overheid in de toekomst meer aandacht zal hebben
voor preventie en de problemen actiever zal aanpakken, maar is weinig
optimistisch over de effectiviteit ervan. Burgers verwachten vooral zelf meer
zelf verantwoordelijk te zullen zijn voor de veiligheid in hun woonomgeving
(83%), hoewel bijna 40% te kennen geeft dat geen wenselijke ontwikkeling te
vinden. Wel wenselijk vindt men een versterking van de rol van de
particuliere beveiliging. 88% denkt dat in 2020 toezicht meer door
particuliere beveiliging wordt uitgeoefend. Een ruime meerderheid van 72%
vindt dit ook wenselijk.
Twitter
Facebook
del.icio.us
Hyves
LinkedIn
Digg
Google Bookmarks