Persbericht: In het zicht, hfdstuk 2
Andere tijden voor huishoudens - Sociaal en Cultureel Rapport 2004 - Hoofdstuk 2
-
In 2003 telde Nederland 7 miljoen huishoudens. Naar verwachting zal het aantal huishoudens stijgen tot 7,9 miljoen in 2020. In 2003 bestond een huishouden gemiddeld uit 2,3 personen; in 2020 zal dit gemiddeld 2,15 zijn.
-
In 2020 zal 39% van de huishoudens uit één persoon bestaan (nu 34%). Het aandeel paren met kinderen neemt naar schatting af tot 26% in 2020 (nu 30%). De meerderheid van de bevolking zal echter ook in 2020 nog in gezinsverband wonen.
-
Het moderne gezinsideaal (samenwonen, trouwen en kinderen krijgen waarbij man en vrouw allebei werken en zorgen) kan op nog steeds groeiende aanhang rekenen, maar minder dan een kwart van de bevolking vindt het noodzakelijk dat een paar trouwt voordat het kinderen krijgt.
-
In 2000 verrichtten vrouwen 1,9 keer zoveel huishoudelijke en zorgtaken als mannen. In 1975 was dat nog 2,7 keer zoveel. Zelfs in de Scandinavische landen doen vrouwen nog circa 1,5 keer zoveel als mannen. Een geheel gelijke verdeling van huishoudelijke en zorgtaken ligt in Nederland niet in het verschiet.
-
In 2000 was vier op de tien paren anderhalfverdiener. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt nog altijd gestaag. Gezien de voorkeur onder vrouwen voor deeltijdwerk, valt te verwachten dat het aandeel anderhalfverdienershuishoudens verder toeneemt.
-
55% van de vrouwen en 62% van de mannen zou graag zien dat de verdeling van de huishoudelijke en zorgtaken in de toekomst gelijkmatiger wordt. 67% van de vrouwen en 59% van de mannen vindt het wenselijk dat in 2020 ook mannen met kinderen in deeltijd werken.
-
In 1974 voelde 30% van de 18-64 jarigen zich gejaagd. In 2000 was dat gestegen tot 40%. Tussen 1975 en 2000 steeg het aantal gewerkte uren van gemiddeld 14,8 uur per week naar 19,4 uur per week (per hoofd van de bevolking van 12 jaar en ouder).
Dit zijn de belangrijkste conclusies uit hoofdstuk 2 van het Sociaal en Cultureel Rapport 2004 .
Een diversiteit aan huishoudens
De groei van het aantal alleenstaanden tot 2020 is ten dele toe te
schrijven aan gedragsveranderingen (verbreken van samenwoonrelaties,
echtscheiding, langer zelfstandig wonen van ouderen), maar vooral een gevolg
van de vergrijzing. Voor gezinnen is de verwachting dat paren op latere
leeftijd nog thuiswonende kinderen hebben. Het spitsuur van het leven zal
daardoor wat later in de levensloop plaatsvinden dan nu het geval is. Een
toenemend aantal vrouwen blijft kinderloos. Dit geldt vooral voor
hoogopgeleide vrouwen. Van kinderloosheid is onder allochtone vrouwen
nauwelijks sprake.
Combinatie van arbeid en zorg
De taakverdeling tussen mannen en vrouwen is de afgelopen decennia
gelijker geworden, maar we zijn nog ver verwijderd van een volledig gelijke
verdeling. Men verwacht, en wenst ook, dat de ontwikkeling naar een
meer gelijke taakverdeling de komende jaren doorzet. Of het combineren van
arbeid en zorg in 2020 gemakkelijker zal zijn dan nu, is de vraag. Ongeveer
een derde van de Nederlanders denkt dat het moeilijker zal worden. Een bijna
net zo grote groep denkt juist dat het beter zal gaan.
Voor het combineren van taken zijn goede voorzieningen onmisbaar. Een grote
meerderheid van de bevolking wenst uitbreiding van faciliteiten zoals betaald
zorgverlof, zeggenschap over arbeidstijden, thuiswerken en kinderopvang.
Groeiende tijdsdruk, blijvende ritmes
In het laatste kwart van de vorige eeuw hebben meer Nederlanders het druk
gekregen, vooral met betaald werk in combinatie met zorg. In vergelijking met
1974 voelen meer mensen zich gejaagd en worden er meer uren gewerkt.
In weerwil van geluiden over de '24-uurs economie' kent de Nederlandse
dagindeling nog een tamelijk duidelijke ordening. Er wordt naar verhouding
weinig 's nachts en in het weekeinde gewerkt, de etenstijden zijn nog altijd
hetzelfde ('s avonds rond 18.00 uur), 's avonds kijkt bijna iedereen
televisie en gaat op tijd naar bed. Deze dagindeling is in 25 jaar nauwelijks
veranderd. Los van de dwang van het biologische ritme van de mens is er de
collectieve en individuele behoefte om de tijdsindeling goed op elkaar af te
stemmen. De ruimte voor de overheid of het bedrijfsleven om hier verandering
in aan te brengen is beperkt en wordt vaak overschat.
Twitter
Facebook
del.icio.us
Hyves
LinkedIn
Digg
Google Bookmarks