Persbericht: In het zicht, hfdstuk 3
Concentratie kansarme allochtonen in grote steden - Sociaal en Cultureel Rapport 2004 - Hoofdstuk 3
Minderheden en integratie.
-
Nederland telt momenteel 1,6 miljoen niet-westers allochtonen. In 2020 zal dit aantal toegenomen zijn tot 2,4 miljoen (14% van de bevolking). Bijna de helft van hen zal dan in Nederland geboren zijn (tweede generatie).
-
De concentratie minderheden in de grote steden neemt verder toe. Onder jongeren in de drie grootste steden vormen niet-westerse allochtonen inmiddels de meerderheid.
-
Het merendeel van de etnische minderheden verkeert in een zwakke sociaal-economische positie. Het opleidingsniveau is overwegend laag en de uitkeringsafhankelijkheid zeer hoog (20-40%). Vooral Turken en Marokkanen uit de eerste generatie, maar ook de gemiddeld veel hoger opgeleide vluchtelingengroepen, staan er slecht voor op de arbeidsmarkt.
-
Toch wint de allochtone middenklasse aan belang: het opleidingsniveau van minderheden stijgt snel, steeds meer minderheden hebben een baan op tenminste middelbaar functieniveau en succesvolle allochtonen verhuizen steeds vaker naar de randgemeenten van de grote steden.
-
Turken en Marokkanen zoeken hun contacten veelvuldig binnen de eigen groep, terwijl Surinamers en Antillianen en ook de meeste vluchtelingen(met uitzondering van de Somaliƫrs) veel meer met autochtone Nederlanders omgaan.
-
Eerste generatie Turken en Marokkanen hebben overwegend traditionele opvattingen over de emancipatie van vrouwen, de gezagsverhoudingen binnen het gezin en de rol van de islam. Met de toename van de tweede generatie en hun stijgende opleidingsniveau ligt een modernisering van opvattingen in de toekomst in het verschiet.
-
De autochtone bevolking is overwegend negatief gestemd over de toekomstige integratie van minderheden. Driekwart voorziet een grotere dreiging van het moslimfundamentalisme in de toekomst.
Dit zijn de belangrijkste conclusies uit hoofdstuk 3 van het Sociaal en Cultureel Rapport 2004 .
Tweede generatie groeit snel
In 2020 is naar verwachting 14% van de Nederlandse bevolking niet-westers
allochtoon (nu 10%). Bijna de helft van hen zal dan in Nederland geboren zijn
(tweede generatie). Van de al langer in Nederland gevestigde groepen groeit
vooral de Marokkaanse tweede generatie snel. Ook onder asielmigranten zal de
tweede generatie de komende jaren sterk toenemen. Dit heeft niet alleen te
maken met het feit dat het aantal kinderen per vrouw hoger is dan bij
autochtone vrouwen, maar ook met de lagere gemiddelde leeftijd van
migrantenvrouwen.
Grote dynamiek in migratiestromen
Migratiestromen zijn moeilijk te voorspellen, maar het is wel duidelijk dat
migratie vaak tot volgmigratie leidt. In de periode 1990-2002 kwamen uit
Turkije en Marokko naar schatting in totaal ongeveer 60.000
huwelijksmigranten naar Nederland. Het aantal asielmigranten is als gevolg
van het strengere toelatingsbeleid de laatste jaren sterk afgenomen; van
40.000 aan het eind van de jaren '90 tot 13.000 in 2003. Het is overigens
goed mogelijk dat ook onder deze groepen volgmigratie aan belang zal
winnen.
Er keren ook migranten (blijvend) terug naar het land van herkomst, naar
schatting ongeveer 20.000 per jaar. Bovendien is er met name onder oudere
Turken en Marokkanen sprake van een voortdurend heen en weer pendelen tussen
Nederland en het land van herkomst.
Concentratie van kansarme allochtonen in grote steden neemt toe
Bij ongewijzigd beleid zal de concentratie van kansarme allochtonen in
de grote steden in de toekomst toenemen. Deze ontwikkeling wordt versterkt
door de verhuizing van de autochtone - en steeds vaker ook allochtone -
middenklasse naar de randgemeenten. Bijna twee van de drie niet-westerse
allochtonen wordt geboren in de grote steden. Dit zal in de periode tot 2020
grote gevolgen gaan hebben voor de schoolpopulatie en de arbeidsmarkt in deze
steden.
Naast sociaal-economische achterstanden ook ontluikende allochtone middenklasse
Het opleidingsniveau van minderheden is overwegend laag en hun
uitkeringsafhankelijkheid is zeer hoog. Met name oudere Turken en Marokkanen
en vluchtelingen verkeren in een zwakke sociaal-economische positie. Wel
stijgt het opleidingsniveau onder tweede generatie minderheden nu snel. De
arbeidsparticipatie van minderheden zal daardoor langzamerhand verder
toenemen. Steeds meer minderheden hebben een baan op tenminste middelbaar
functieniveau: binnen de groep Turken en Marokkanen gaat het momenteel om een
kleine voorhoede (circa 14%); bij Surinamers en Antillianen geldt dit al voor
een op de drie.
Sociale afstand tussen allochtonen en autochtonen groot
Turken en Marokkanen zijn sterk op de eigen groep gericht. Dit geldt
voor de grote meerderheid van de eerste generatie, maar ook bij bijna de
helft van de tweede generatie ligt het zwaartepunt van de contacten meer bij
de eigen groep dan bij autochtone Nederlanders. Bovendien neemt onder de
tweede generatie de oriƫntatie op de eigen landgenoten niet af. Surinamers en
Antillianen hebben veel meer contact met autochtone Nederlanders. Dat blijkt
ook uit de huwelijken die tussen 1997 en 2001 werden gesloten: Antillianen
huwen in 60% van de gevallen met een Nederlandse partner, voor Surinamers
geldt dit voor 40%. Onder Turken en Marokkanen is dit maar bij 10% het geval.
Vluchtelingengroeperingen hebben vergeleken met Turken en Marokkanen veel
vaker contacten met autochtone Nederlanders. Autochtonen houden allochtonen
in veel gevallen zelf ook op afstand. Hooguit eenderde deel van de
autochtonen heeft regelmatig contact met allochtonen.
De concentratie van minderheden in sommige wijken van de grote steden en de
daardoor ontstane ruimtelijke segregatie zal de omgang tussen autochtonen en
allochtonen ook in de toekomst belemmeren.
Turken en Marokkanen minst geneigd tot moderne opvattingen
Turken en Marokkanen zijn het minst geneigd mee te gaan met moderne
opvattingen over de emancipatie van de vrouw of de rol van religie in de
samenleving. De identificatie met de eigen groep is vaak heel sterk en men
ontleent zijn identiteit in hoge mate aan het moslim zijn, ook als men
nauwelijks praktiserend is. Toch is er wel een trend waarneembaar in de
richting van een modernisering van opvattingen. Opvattingen over huwelijk en
gezin zijn onder grote groepen allochtonen inmiddels opgeschoven in westerse
richting en worden grotendeels gedragen door de tweede generatie. Marokkaanse
vrouwen hebben nu gemiddeld de helft minder kinderen (3) dan twintig jaar
geleden, al is dit nog altijd het dubbele van het gemiddelde aantal kinderen
van autochtone vrouwen. Hoger opgeleiden en vrouwen zijn te beschouwen als de
drijvende kracht achter deze ontwikkelingen. In kleine groepen moslims lijken
traditionele opvattingen weer op te leven.
Toekomstverwachtingen laag opgeleide autochtone bevolking somber
Ruim de helft van de Nederlanders verwacht dat in 2020 de meeste
etnische minderheden beter in de samenleving zijn geintegreerd dan nu. Ruim
tweederde denkt dat minderheden er qua opleiding, werk en inkomen beter voor
staan dan nu en dat meer allochtone vrouwen een baan zullen hebben. Toch is
een belangrijk deel van de autochtone bevolking negatief gestemd over de
toekomstige integratie van minderheden. Driekwart denkt dat het sociale
zekerheidsstelsel vanwege de toestroom van migranten onbetaalbaar zal worden,
dat er gettowijken zullen komen waar veel mensen niet meer durven komen en
dat de dreiging van het moslimfundamentalisme in 2020 groter zal zijn dan nu.
Bovendien voorziet een ruime meerderheid toenemende spanningen tussen
autochtonen en allochtonen. Men verwacht ook negatieve gevolgen voor de eigen
situatie: circa eenderde deel van de Nederlandse bevolking verwacht dat de
eigen situatie in de nabije toekomst slechter zal worden door de aanwezigheid
van minderheden. De negatieve verwachtingen zijn aanzienlijk sterker
onder laag opgeleide autochtonen dan onder hoogopgeleide.
Twitter
Facebook
del.icio.us
Hyves
LinkedIn
Digg
Google Bookmarks