Persbericht: In het zicht, hfdstuk 4
Dalend ledental traditionele maatschappelijke organisaties - Sociaal en Cultureel Rapport 2004 - Hoofdstuk 4
Democratie en civil society.
-
Het lidmaatschap van maatschappelijke organisaties en de deelname aan vrijwilligerswerk vertonen na een lange periode van stabiliteit nu tekenen van teruggang
-
Maatschappelijke organisaties zullen steeds meer worden opgevat als facilitaire bedrijven voor individuele activiteiten en steeds minder vrijwilligers aan zich weten te binden
-
Met het oog op de situatie anno 2020 hebben Nederlanders weinig positieve verwachtingen van de maatschappelijke en politieke betrokkenheid van hun medeburgers en achten ze een grotere invloed van belangenorganisaties en deskundigen wordt wenselijk geacht
-
Waarschijnlijk zal de oriëntatie van burgers en maatschappelijke organisaties op de Europese Unie nog lang achterblijven bij de voortgaande Europese integratie
-
Bij gebrekkige participatiemogelijkheden kan in de toekomst een stijgend politiek zelfvertrouwen leiden tot meer politieke onvrede en cynisme.
Dit zijn de belangrijkste conclusies uit hoofdstuk 4 van het Sociaal en Cultureel Rapport 2004 .
Dalend ledental traditionele maatschappelijke organisaties
Het percentage van de bevolking dat lid is van een maatschappelijke
organisatie steeg voortdurend tot begin jaren negentig. Sindsdien is er
sprake van een dalende tendens. Vooral traditionele vertegenwoordigers van
het maatschappelijke middenveld hebben te kampen met een teruggang: politieke
partijen, vakbonden, kerken, vrouwenbonden. Tussen 1978 en 2002 liep het
percentage van de kiesgerechtigden dat is aangesloten bij een politieke
partij terug van 5 naar 2%, het percentage van de beroepsbevolking dat lid is
van een vakbond van 36 naar 26% en het percentage van de bevolking dat zich
tot een kerkgenootschap rekent van 74 naar 60%. Vrouwen zijn nog steeds
minder vaak aangesloten bij organisaties dan mannen, maar dit verschil is wel
kleiner aan het worden. Zij melden zich vooral vaker aan bij een vakbond.
Jongeren worden daarentegen minder vaak lid, niet alleen van vakbonden, maar
ook van ideële organisaties en vrijetijdsverenigingen.
Leden maatschappelijke organisaties slechts beperkt inzetbaar
De voortgaande individualisering zal de positie van traditionele
organisaties, die zijn gebaseerd op langdurige groepsloyaliteit, verder
verzwakken. Maatschappelijke organisaties zullen steeds vaker optreden als
een soort participatie-uitzendbureaus die de activiteiten coördineren van
personen die bereid zijn zich enige tijd ergens voor in te zetten. De
toekomstige vrijwilliger zal sterker projectgericht zijn en ingesteld op
wisselende rollen. Hij houdt een schuin oog op zijn vaak volle agenda en
knoopt graag aan bij wat hem per levensfase beweegt. Leefstijl wordt steeds
belangrijker als motivatie tot participatie. Verder is er een toenemend
aantal leden van organisaties dat deelname wenst te beperken tot het
overmaken van contributie of donatie.
Tweederde Nederlanders wenst geringere rol van politici
Nederlanders verwachten in 2020 eerder een daling (53%) dan een stijging
(15%) in de deelname aan vrijwilligerswerk en eerder een daling (43%) dan een
stijging (12%) in de bereidheid om politiek actief te zijn. Men wenst voor
2020 gemiddeld ook een geringere rol van politici, maar men acht een
dergelijke ontwikkeling onwaarschijnlijk. Zo vindt 58% het wenselijk (en 20%
onwenselijk) dat beslissingen over belangrijke kwesties in ons land minder
genomen worden door regering en parlement en meer in overleg tussen
belangenorganisaties. 50% acht het onwaarschijnlijk (36% waarschijnlijk) dat
het daarvan gaat komen.
Groei Europese civil society blijft achter bij bestuurlijke en economische integratie
Tussen nu en 2020 zal het aantal nieuwe lidstaten van de Europese Unie
beperkt blijven, maar een verdere intensivering van de samenwerking binnen de
EU ligt wel in de rede. Dat vergroot het risico van negatieve effecten van
Europa op de nationale democratie en van democratische gebreken op Europees
niveau. Naast institutionele hervormingen zijn versterking van de
betrokkenheid van burgers bij Europa en een sterkere oriëntatie van
maatschappelijke organisaties op Europa van belang. Het lijkt echter
onwaarschijnlijk dat in de periode tot 2020 de Europese politiek voor de
gemiddelde burger echt gaat leven. Ook de groei van een transnationale
publieke sfeer en Europese civil society lijkt achter te blijven bij de
bestuurlijke en economische integratie.
Politiek minder navolgbaar voor de burgers, burgers minder voorspelbaar voor de politiek
De combinatie van verwachtingen in dit hoofdstuk levert een risicovol
perspectief op voor de nationale democratie. Door een afnemende
bindingskracht van maatschappelijke organisaties wordt politiek gedrag van
burgers minder voorspelbaar. Door groeiende Europese afhankelijkheden wordt
het overheidsbeleid minder grijpbaar voor de bevolking. Dat en de combinatie
van een toenemend politiek zelfvertrouwen en afnemend vertrouwen in politici
biedt een voedingsbodem voor politieke onvrede. Bevordering van participatie
en zelfbestuur in verbanden buiten de overheid zou kunnen helpen om cynisme
tegen te gaan en de druk op de politiek te verminderen.
Twitter
Facebook
del.icio.us
Hyves
LinkedIn
Digg
Google Bookmarks