U bevindt zich op: Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2005 / De goede burger
Tien beschouwingen over een morele categorie
Burgerschap staat in Nederland opnieuw volop in de belangstelling. Wat mag aan normen en waarden van burgers worden verwacht? Wat ziet de overheid en wat zien de burgers zelf als goed burgerschap? In tien korte hoofdstukken worden de goede burgers in onze geschiedenis gevolgd, van de Republiek der Verenigde Nederlanden tot de troonrede van 2005; belastingbetalers, voetballers en mensen met beperkingen krijgen apart aandacht, en het Europese burgerschap wordt ruimschoots belicht.
Uit de inhoud:
'De regering toont zich bezorgd over atomisering van de samenleving en de
mogelijke vervreemding van de mensen. Tegelijkertijd spoort zij de individuen
aan om zich aan de collectiviteit te blijven hechten. - Neem de normen in
acht, volg zoveel mogelijk onderwijs, participeer in de politiek, respecteer
elkander!, dat is eigenlijk de leus.
Tegen de achtergrond van deze preoccupatie met de sociale cohesie doet zich
een belangrijke verschuiving in accent voor. Tussen 1945 en 1979 is de goede
burger vooral iemand voor wie de overheid goede dingen wil doen. [...] De
goede burger is als een goede leerling met de overheid als welwillende
onderwijzer. Als hij diens aanwijzingen opvolgt, zal alles in orde komen. Na
ongeveer 1980 verandert de houding van de overheid. De overheid gaat meer
eisen aan de burger stellen. De overheid is niet langer de aangewezen
instantie om voor de leniging van allerlei noden bij aan te kloppen. De goede
burger beseft dat hij veel van zijn problemen zelf moet oplossen.' (Jos
Becker in hoofdstuk 5.)