Persbericht: De mantelval
Bijna 7% van de mantelzorgers is overbelast
• Nederland telde in 2001 3,7 miljoen mantelzorgers.
• Bijna een kwart van de mantelzorgers ervaart de zorgverlening niet als belastend.
• Bijna 7% van de mantelzorgers voelt zich door hun hulpverplichtingen over belast..
• De meeste kans op overbelasting bestaat bij verzorgers van huisgenoten, mensen die meer dan drie maanden gedurende meer dan acht uur per week hulp bieden en informele zorgverleners van een terminale patiënt.
• Bij de professionele ondersteuning van mantelzorgers zou meer rekening moeten worden gehouden met de risicogroepen onder de mantelzorgers.
Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie De mantelval. Over de dreigende overbelasting van de mantelzorger die op donderdag 1 december jl. is verschenen. In het rapport gaan drs. Joost Timmermans, dr.ir. Alice de Boer en dr. Jurjen Iedema nader in op het gevaar dat mantelzorgers lopen om langzaam maar zeker overbelast te raken door de door hen verleende zorg voor familie en vrienden. Aandacht wordt o.a. besteed aan de belasting van mantelzorgers, de aard en duur van de zorg en de risicogroepen onder de mantelzorgers. Het rapport is opgesteld op verzoek van het ministerie van VWS.
Bijna 7% van de mantelzorgers voelt zich overbelast
Mantelzorg is de onbetaalde zorg die Nederlanders geven aan familie en vrienden met gezondheidsproblemen. In 2001 bleek uit onderzoek dat ruim 3,7 miljoen Nederlanders enigerlei vorm van mantelzorg verlenen. Tussen december 2001 en februari 2002 werd een enquête gehouden onder circa 1200 personen, waarbij de knelpunten die de verleners van mantelzorg ervaren centraal stonden. Bijna een kwart van de ondervraagden gaf aan dat zij de zorgverlening niet als belastend ervaren. De overige ruim driekwart kan ingedeeld worden in vier groepen met een oplopende mate van belasting. De groep met de lichtste vorm van belasting (ruim 35% van alle mantelzorgers) geeft aan dat zij zich door de zorgverlening erg gebonden voelen. Bij de volgende groep (ruim 25%) gaat de zorgverlening ten koste van andere taken en verplichtingen, zoals het eigen huishouden en het combineren van werk en gezin. Voor zover er vrije tijd overschiet zijn zij dan te moe om nog iets te ondernemen.
Een derde groep (bijna 7%) heeft het gevoel teveel op de schouders te hebben genomen. Zij kunnen de zorgverlening en de andere taken en verplichtingen niet combineren en voelen zich zwaar belast.
De vierde en laatste groep (bijna 7%) is onder de druk bezweken en ondervindt daarvan de schade. Bijvoorbeeld omdat hun zelfstandigheid in de knel is gekomen, omdat ze ziek of overspannen zijn geraakt of doordat ze conflicten hebben gekregen op het werk of in het eigen gezin. In 2001 heeft deze laatste groep een omvang van ongeveer 200.000 personen.
Zorg voor huisgenoten of terminale patiënten en langdurige en intensieve hulp is meest belastend
Het verlenen van informele zorg is meer belastend naarmate de zorg langer duurt en intensiever van aard is. Ernstig belast zijn vaak ook verzorgers van terminale patiënten en verzorgers van mensen die verschillende soorten hulp nodig hebben (huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging en begeleiding). Mensen die een hulpbehoevende huisgenoot helpen vormen een risicogroep en in mindere mate ook mannen die er helemaal alleen voor staan in de hulp voor hun chronisch zieke partner.
Kinderen die hun uitwonende ouders verzorgen zijn relatief licht belast dankzij het feit dat ze de zorg delen met andere mantelzorgers of medewerkers van de thuiszorg.
Een relatief lage belasting hebben mantelzorgers die hulp geven aan iemand die verder van hen af staat, zoals vrienden, kennissen of buren.
Professionele ondersteuning gewenst voor risicogroepen
Er kunnen vijf risicogroepen worden onderscheiden van mantelzorgers die het gevaar lopen overbelast te raken: helpers van huisgenoten, zorgverleners die lange tijd intensief hulp verlenen, verzorgers van terminale patiënten, zorgverleners van een onlangs overleden naaste, en oudere mannen die in hun eentje zorgen voor een chronisch zieke. Bij de ondersteuning van mantelzorgers door de professionele hulp zou met deze risicogroepen rekening moeten worden gehouden.
In het protocol van de Centra voor indicatiestelling zorg (CIZ) is vastgelegd dat hulpbehoevenden met een gezonde partner geen recht hebben op huishoudelijke verzorging en sociale begeleiding. Recht op hulp bij persoonlijke verzorging is er pas na drie maanden. Volgens het protocol moet daarbij ook rekening worden gehouden met de belastbaarheid van de partner, maar niet uitgewerkt is hoe dit zou moeten. Het onderscheid in risicogroepen en het hier toegepaste meetinstrument kunnen hiertoe wellicht een aanzet geven.
Twitter
Facebook
del.icio.us
Hyves
LinkedIn
Digg
Google Bookmarks