Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2005 / Ouderen in instellingen / Persbericht: Ouderen in instellingen

Persbericht: Ouderen in instellingen

Meeste bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen tevreden met ontvangen zorg

• Van de bijna 2,3 miljoen Nederlanders van 65 jaar en ouder verblijven er ongeveer 150.000 (6,5%) in een verzorgingshuis of een verpleeghuis.

• Van deze tehuisbewoners is ongeveer driekwart vrouw. Meer dan de helft is 85 jaar of ouder.

• Driekwart van de verpleeghuisbewoners kan niet zonder hulp bij de persoonlijke verzorging en het naar buiten gaan.

• Eén op de tien tehuisbewoners komt helemaal nooit buiten en één op de vijf minder dan één keer per maand.

• Ruim 10% van alle tehuisbewoners heeft dagelijks contact met de kinderen, een meerderheid (56%) heeft dat wekelijks.

• Eén op de tien bewoners van verpleeghuizen krijgt dagelijks hulp van familie.

• Meer dan 90% van de tehuisbewoners is  tevreden met de hoeveelheid zorg die zij krijgen en de bejegening door het personeel, al vindt bijna 40% dat de verzorging gehaast plaatsvindt en weinig tijd laat voor wat meer persoonlijke aandacht.

• Een meerderheid van de verpleeghuisbewoners kan niet zelf bepalen wanneer men opstaat en bijna 30% kan niet zelf bepalen wanneer men naar het toilet gaat.

 

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Ouderen in instellingen. Landelijk overzicht van de leefsituatie van oudere tehuisbewoners die op dinsdag 20 december jl. is verschenen. In het rapport gaat dr. Mirjam de Klerk nader in op de leefsituatie van de circa 150.000 mensen die in een verzorgingshuis of verpleeghuis wonen. Aandacht wordt onder meer besteed aan hun gezondheid, vrijetijdsbesteding, mobiliteit, sociale netwerk en verder de omvang en de kwaliteit van de zorg die in de tehuizen wordt geboden. Het rapport kwam tot stand op verzoek van het ministerie van VWS en is gebaseerd op een representatief onderzoek onder 1150 tehuisbewoners en hun vertegenwoordigers in de gevallen waarin bewoners - bijvoorbeeld door dementie - niet in staat waren om zelf vragen te beantwoorden.

 

Meer dan de helft van de tehuisbewoners is 85 jaar of ouder

Nederland telt bijna 1700 verzorgings- en verpleeghuizen. Van de bijna 2,3 miljoen Nederlanders van 65 jaar en ouder verblijven er ongeveer 100.000 in een verzorgingshuis en circa 50.000 in een verpleeghuis. Van alle tehuisbewoners is ongeveer driekwart vrouw. Meer dan de helft is 85 jaar of ouder. Van de tehuisbewoners is 95% in Nederland geboren, ongeveer 2% in Suriname, 1% in voormalig Nederlands-Indië  en 2% in een Europees land. Er zijn nog maar weinig Turkse en Marokkaanse tehuisbewoners, wat mede een gevolg is van het feit dat het aantal hoogbejaarde ouderen onder hen nog heel gering is.

Bijna alle tehuisbewoners kampen met chronische aandoeningen

In de verpleeghuizen is ongeveer een kwart van de bewoners tijdelijk of permanent bedlegerig, in de verzorgingshuizen is dit ongeveer 5%. Rond de 10% van alle tehuisbewoners kan niet zonder hulp eten of drinken; bij de bewoners van psychogeriatrische verpleeghuizen is dit zelfs een derde. Driekwart van de verpleeghuisbewoners heeft hulp nodig bij de persoonlijke verzorging en bij het naar buiten gaan.

Ruim 90% van alle tehuisbewoners heeft een chronische ziekte, de meerderheid heeft er zelfs meer dan één. Ondanks dit alles zegt ongeveer 40% van de tehuisbewoners zich 'goed gezond' te voelen.

Meeste tehuisbewoners hebben regelmatig contact met familie

Eén op de vijf tehuisbewoners heeft een partner. In de verpleeghuizen bedraagt dit aandeel een kwart, waarvan de meerderheid de partner dagelijks ziet. Ruim 10% van alle tehuisbewoners heeft dagelijks contact met de kinderen, een meerderheid (56%) heeft dat wekelijks. Een derde van alle tehuisbewoners heeft tenminste eenmaal per week contact met andere familieleden. Een meerderheid van de bewoners is tevreden met de sociale contacten die men onderhoudt.

Meeste tehuisbewoners komen enkele malen per week buiten

Eén op de tien tehuisbewoners komt helemaal nooit buiten en één op de vijf minder dan één keer per maand. Bewoners van verzorgingshuizen komen het meest buiten: een kwart van hen doet dit dagelijks, bij bewoners van verpleeghuizen is dit één op de tien.

Een kwart van de tehuisbewoners zou graag vaker uit willen gaan, maar doet dat niet. Belemmeringen zijn vooral de eigen fragiele gezondheid, maar ook het ontbreken van vervoer, een gebrek aan gezelschap of begeleiding en in een aantal gevallen een gebrek aan financiële middelen.

Eén op de tien verpleeghuisbewoners ontvangt dagelijks hulp van familie

In verpleeghuizen krijgt meer dan de helft van de bewoners dagelijks hulp bij het toiletbezoek, in verzorgingshuizen geldt dit voor circa 10%. Vrijwel alle verpleeghuisbewoners (90%) worden dagelijks geholpen bij de persoonlijke verzorging; bij de verzorgingshuisbewoners geldt dit voor circa 40%.

Eén op de tien bewoners van verpleeghuizen krijgt dagelijks hulp van familie bij de persoonlijke verzorging. In de meeste gevallen gaat het dan om hulp bij het eten en drinken. De familie biedt deze hulp vooral aan omdat de bewoner dit zelf prettig vindt.

Ongeveer de helft van de bewoners krijgt hulp van familie en vrienden bij het zich verplaatsen; eenzelfde aandeel ontvangt hulp hierbij van de zijde van het personeel.

Meeste tehuisbewoners tevreden over de zorg

Meer dan 90% van de tehuisbewoners is tevreden met de hoeveelheid zorg die zij krijgen en de bejegening door het personeel. Toch zijn er ook kritiekpunten. Zo is een kwart van de somatische verpleeghuispatiënten ontevreden over de privacy. Een groot deel (ruim 55%) van de bewoners die hun kamer delen geeft aan dat zij graag een kamer voor zichzelf zouden willen hebben of in ieder geval met minder mensen op de kamer zouden willen verblijven.

Een ander punt van zorg is het gebrek aan tijd van het personeel. Zo vindt bijna 40% dat de verzorging gehaast gebeurt en dat het personeel onvoldoende tijd heeft voor een vertrouwelijk gesprek.

Een laatste aandachtspunt is het vaste ritme waar veel bewoners, vooral in verpleeghuizen, zich aan te houden hebben: de meerderheid van de verpleeghuisbewoners kan niet zelf bepalen wanneer men opstaat en bijna 30% kan niet zelf bepalen wanneer men naar het toilet gaat.