Persbericht: Een eigen huis
Eigen woonruimte verhoogt kwaliteit van leven van mensen met verstandelijke beperking of psychiatrische problemen
• Het hebben van een eigen woonruimte draagt in belangrijke mate bij aan de kwaliteit van leven van mensen met beperkingen.
• Voor mensen met psychiatrische problemen of een verstandelijke beperking is de persoonlijk begeleider vaak de belangrijkste persoon in hun leven.
• Mensen met beperkingen die op zichzelf wonen voelen zich niet vaker eenzaam dan toen zij nog in een groep leefden.
• Wonen in de wijk' draagt niet zonder meer bij aan een grotere maatschappelijke participatie van mensen met beperkingen.
Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Een eigen huis…Ervaringen van mensen met verstandelijke beperkingen of psychiatrische problemen met zelfstandig wonen en deelname aan de samenleving die op dinsdag 10 januari jl. is verschenen. Het rapport, onder redactie van dr.ir. Rick Kwekkeboom, vormt de neerslag van een kleinschalig onderzoek onder zelfstandig wonende mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische problemen. Het onderzoek werd uitgevoerd door het Sociaal en Cultureel Planbureau in samenwerking met Avans Hogeschool en PON-Brabant.
Voor het onderzoek zijn een veertigtal vraaggesprekken gevoerd met cliënten van een aantal instellingen voor verstandelijke gehandicaptenzorg en voor geestelijke gezondheidszorg in West-Noord-Brabant en Zeeland. In de gesprekken is onder meer gevraagd naar de deelname aan de arbeidsmarkt, financiële positie, contacten met familieleden, vrienden en buren en naar de kwaliteit van leven. Het onderzoek vormt de eerste, verkennende fase van een grootschaliger onderzoek naar de maatschappelijke participatie van mensen met verstandelijke beperkingen of psychiatrische problemen.
Eigen huis belangrijk voor kwaliteit van leven
Uit de interviews komt naar voren dat het zelfstandig (gaan) wonen een belangrijke bijdrage levert aan het welbevinden van mensen met beperkingen. Een ruime meerderheid geeft aan dat het 'eigen huis' het fijnste is wat hun is overkomen. Dat dit 'eigen huis' niet altijd even goed onderhouden is of niet altijd in een mooie wijk staat wordt daarbij voor lief genomen.
Ongunstige arbeidsmarktpositie, laag inkomen
De arbeidsmarktpositie van mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische beperkingen blijkt niet sterk te zijn: voor de meeste van de respondenten was een reguliere baan niet weggelegd en slechts een deel werkte op een sociale werkvoorziening. Dit brengt met zich mee dat ook hun inkomenssituatie niet erg rooskleurig is; de meerderheid was afhankelijk van een uitkering, die soms werd aangevuld met inkomen uit een kleine baan. Over de hoogte van het beschikbaar inkomen werd weinig geklaagd, ook al moest men omwille van het geld vaak afzien van uitgaven voor uitgaan, vakantie of lidmaatschap van een vereniging.
Persoonlijke begeleiders spelen belangrijke rol
Een belangrijk deel van de respondenten had geen of weinig contact (meer) met familieleden, het andere deel onderhield juist intensieve relaties met ouders, zusters en broers. Men had doorgaans weinig goede vrienden en de meesten daarvan bleken afkomstig uit de 'eigen' kring van mensen met verstandelijke beperkingen of psychiatrische problemen. Contacten met de buren beperkten zich in de meeste gevallen tot het elkaar groeten en oppervlakkige gesprekken. Pogingen van instellingen om met behulp van gezamenlijke activiteiten de contacten met de buurt te intensiveren hadden geen blijvend effect.
Naast familie en vrienden blijken vooral de persoonlijke begeleiders een centrale rol te spelen in het leven van mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische problemen. Deze begeleider ondersteunt deze mensen niet alleen in het dagelijks leven, maar begeleidt hen ook op uitstapjes of bij het kopen van kleding. De begeleider is degene bij wie men terecht kan voor het verwerken van teleurstellingen, het uiten van vreugde of het praten over zingevingsvragen.
Desgevraagd gaf ongeveer de helft van de respondenten te kennen zich wel eens eenzaam te voelen.
Zij voegden daaraan toe dat dit niet samenhing met het op zichzelf wonen; ook in de groep of in de instelling hadden zij zich wel eens eenzaam gevoeld. Het al of niet eenzaam zijn had verder geen invloed op de ervaren kwaliteit van leven, evenmin als de mate van deelname aan de samenleving.
Of men zich wel of niet gelukkig of tevreden voelt hangt eerder samen met persoonskenmerken, de contacten met het sociale netwerk en het krijgen van erkenning.
' Wonen in de wijk' leidt niet tot meer maatschappelijke participatie
Al met al komt uit het onderzoek naar voren dat het gaan 'wonen in de wijk' door mensen met een verstandelijke beperking of psychiatrische problemen niet bijdraagt een aan grotere deelname aan de samenleving. De betrokkenen zelf lijken er ook niet allemaal zo'n behoefte te hebben. Een deel van hen gaf te kennen liever op te trekken met mensen uit de eigen kring, omdat zij zich door de 'gewone samenleving' afgewezen voelden.
Het onderzoek wijst er ook op dat het aandeel van het sociale netwerk (familie, vrienden, buren) in de opvang en begeleiding van mensen met beperkingen bescheiden is. Soms is het niet mogelijk om een beroep te doen op familieleden, omdat daar geen contact mee onderhouden wordt, de vrienden hebben vaak zelf ook te kampen met beperkingen en de contacten met buren zijn veelal oppervlakkig.
Twitter
Facebook
del.icio.us
Hyves
LinkedIn
Digg
Google Bookmarks