Persbericht: Moeders en kinderopvang
Twee van de drie moeders met jonge kinderen heeft een baan van gemiddeld twee à drie dagen per week
- In 2004 hadden twee van de drie moeders met kinderen van 0-12 jaar een baan van gemiddeld 19 uur per week.
-
Van de moeders met kinderen van 0-3 jaar maakte 13% geen gebruik van kinderopvang. Bij de moeders met kinderen op de basisschool (4-12 jaar) lag dit percentage bijna driemaal zo hoog (36%).
-
De keuzes van moeders met jonge kinderen om te werken en/of gebruik te maken van kinderopvang worden vooral beïnvloed door hun gezinssituatie en het te verwachten uurloon.
-
De invloed van de kosten en de beschikbaarheid van opvang op deze keuzes is relatief gering.
-
Wel een belangrijke rol spelen de opvattingen, waarden en normen in de kennissenkring.
Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Moeders, werk en kinderopvang in model. Analyse van arbeidsparticipatie- en kinderopvangbeslissingen van moeders met jonge kinderen, die op dinsdag 14 augustus jl. is verschenen. In de publicatie beschrijven drs. Ingrid Ooms, dr. Evelien Eggink en dr. Edwin van Gameren welke factoren van invloed zijn op de beslissingen van moeders met jonge kinderen om te werken en/of gebruik te maken van kinderopvang. Het rapport is een vervolg op de studie Hoe het werkt met kinderen (SCP-publicatie 2006/5). De gegevens voor de studie zijn verzameld in de periode vóór de invoering van de Wet kinderopvang. De gevolgen van de recente veranderingen in het beleid konden daardoor in deze studie niet worden gemeten. Het onderzoek kwam mede tot stand dankzij een financiële bijdrage van het ministerie van SZW.
Keuzes voor werk en kinderopvang hangen vooral af van gezinssituatie en te verwachten uurloon
In 2004 hadden twee van de drie moeders met kinderen van 0-12 jaar een baan van gemiddeld 19 uur per week. Het aandeel moeders met een baan neemt af met het kindertal. Zo heeft een kwart van de moeders met één kind geen baan, terwijl van de moeders met vier of meer kinderen ruim de helft geen baan heeft.
Van de moeders met kinderen van 0-3 jaar maakte 13% geen gebruik van opvang. Bij de moeders met kinderen op de basisschool (4-12 jaar) lag dit percentage bijna driemaal zo hoog (36%). Zij organiseren hun werkuren veelal binnen de schooltijden van de kinderen.
Van alle huishoudens (met zowel werkende als niet-werkende moeders) met kinderen van 0-3 jaar maakte 32% gebruik van van informele opvang (familie, vrienden of een zelfgezochte oppas), 13% van formele opvang (kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouderopvang), en 9% van een combinatie van beide. Van de huishoudens met kinderen van 4-12 jaar maakte 25% gebruik van informele opvang, 5% van formele en 2% van een combinatie van beide.
Moeders met kinderen van 0-12 jaar werken vaker en gedurende meer uren, naarmate het loon dat de moeder kan verdienen hoger ligt. Ook het gebruik dat deze moeders maken van de (in)formele opvang neemt toe met de hoogte van het uurloon.
De kosten en de beschikbaarheid van opvang hebben relatief weinig invloed op de keuzes van de moeders.
Opvattingen en normen en waarden zijn ook van belang bij de keuzes
Uit het onderzoek komt naar voren dat ook de sociale omgeving (bijvoorbeeld het aantal werkende moeders en het gebruik van kinderopvang in de kennissenkring) en de daar bestaande opvattingen over werk en kinderopvang van grote invloed zijn op de keuzes die de moeders maken.
Twitter
Facebook
del.icio.us
Hyves
LinkedIn
Digg
Google Bookmarks