Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2008 / Nederland deeltijdland / Persbericht: Nederland deeltijdland

Persbericht: Nederland deeltijdland

Niet alleen moeders werken in deeltijd

  • Vergeleken met andere Europese landen is de arbeidsparticipatie van Nederlandse vrouwen met 68% hoog te noemen. Alleen in de Scandinavische landen en Zwitserland ligt dit percentage hoger.
  • In Nederland heeft driekwart van de werkende vrouwen een deeltijdbaan (minder dan 35 uur per week). In de EU-15 ligt het gemiddelde op 41%.
  • Van de Nederlandse moeders met een kind van 0-4 jaar heeft bijna driekwart een baan. Dat is aanzienlijk hoger dan in de ons omringende landen.
  • Tweederde van de vrouwen van 15-64 jaar heeft geen kinderen jonger dan 13 jaar. Ook zij werken merendeels in deeltijd.
  • Oudere vrouwen die geen (jonge) kinderen (meer) hebben, werken nauwelijks meer uren buitenshuis dan moeders voor wie dat wel geldt.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Nederland deeltijdland. Vrouwen en deeltijdwerk die op dinsdag 12 februari jl. is verschenen. In het rapport, onder redactie van drs. Wil Portegijs en prof.dr. Saskia Keuzenkamp, wordt een beeld gegeven van de arbeidsduur van vrouwen in Nederland. Daarbij wordt een vergelijking gemaakt met mannen in Nederland, alsook met vrouwen in de ons omringende landen. Het rapport kwam tot stand in opdracht van het ministerie van SZW, ten behoeve van de Taskforce Deeltijdplus. De publicatie vormt de voorloper van een groter rapport dat later dit jaar zal verschijnen.


Hoge arbeidsparticipatie, maar lage arbeidsduur

Het aandeel vrouwen van 15-64 jaar met een baan van 1 uur of meer is in 30 jaar gestegen van 29% in 1975 tot 68% in 2006. Alleen in de Scandinavische landen en Zwitserland ligt dat percentage nog iets hoger (71-74%). Nederlandse vrouwen werken echter veel vaker in deeltijd dan vrouwen in andere landen. In Nederland heeft driekwart van de werkende vrouwen een baan van minder dan 35 uur per week. In België, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk ligt dit aandeel op bijna de helft van de werkende vrouwen, in Frankrijk ongeveer op een derde.


Arbeidsparticipatie Nederlandse moeder hoog

Veel vrouwen blijven werken nadat zij moeder zijn geworden. Van de moeders met een jong kind (0-4 jaar) heeft bijna driekwart een baan. Dat is beduidend hoger dan moeders van jonge kinderen in Duitsland (45%), Frankrijk (ruim 60%) en het Verenigd Koninkrijk (ook ruim 60%). Wel gaan de meeste vrouwen in Nederland in deeltijd werken, als ze kinderen krijgen. Overigens heeft de meerderheid van de vrouwelijke deeltijdwerkers nog altijd een baan van 20 of meer uren.


Deeltijdbaan past in opvattingen over zorg voor kinderen

Een meerderheid van de Nederlandse bevolking heeft er geen bezwaar tegen dat jonge moeders werken en de kinderen naar de crèche gaan. In 2004 had driekwart van de vrouwen hier geen probleem mee. In 1970 lag dat aandeel nog maar op een kwart. Een aanzienlijke minderheid van de vrouwen (40%) acht een volledige werkweek nadelig voor het gezin.

Voor een meerderheid van de Nederlanders blijft de meest ideale situatie dat de kinderen door de eigen ouders verzorgd worden. Een derde van de vrouwen en ruim de helft van de mannen vindt bovendien de vrouw het meest geschikt om voor kleine kinderen te zorgen. Het werken in deeltijd biedt moeders de mogelijkheid om èn te participeren op de arbeidsmarkt èn de zorg voor kinderen geheel of grotendeels in eigen handen te houden. Ook de moeders zelf hebben een voorkeur voor een deeltijdbaan en weinig behoefte om meer uren buitenshuis te gaan werken.


Moederschapsopvatting niet uniek voor Nederland

Ook in (voormalig) West-Duitsland, Frankrijk en Spanje vindt bijna de helft van de vrouwen en mannen dat een (volledige) baan van de vrouw nadelig is voor haar gezin, en zelfs in de Scandinavische landen is een kwart van de vrouwen en mannen het hiermee eens. Ook in deze landen heeft een op de drie werkende vrouwen een voorkeur voor een deeltijdbaan. Het verlies van inkomen dat daarmee gepaard zou gaan is in andere landen meer dan in Nederland een reden om die wens niet te realiseren.


Vrouwen zonder jonge kinderen werken ook meestal in deeltijd

Tweederde van de vrouwen tussen 15-64 jaar heeft géén kinderen jonger dan 13 jaar. Ook deze vrouwen werken merendeels in deeltijd. Jonge vrouwen die (nog) geen kinderen hebben, werken gemiddeld 3 uur minder dan jonge mannen. Oudere vrouwen die geen (jonge) kinderen (meer) hebben, werken nauwelijks meer uren buitenshuis dan moeders voor wie dat wel geldt.

Hierin wijkt Nederland duidelijk af van andere landen. Deeltijdwerk komt in Nederland bij vrouwen zonder jonge kinderen veel meer voor dan in andere westerse landen.


Moederschapsopvatting niet de enige reden van hoge aandeel deeltijd in Nederland

Een hogere waardering van het voltijds moederen in Nederland is niet de enige oorzaak van de voorkeur voor deeltijdwerk. De opvattingen over werkende moeders wijken daarvoor te weinig af van die in andere landen en ook vrouwen zonder kinderen werken hier relatief vaak in deeltijd. Blijkbaar zijn naast de hiervoor beschreven opvattingen ook andere factoren van invloed op de arbeidsparticipatie van vrouwen.