Persbericht: Weinig over de schreef
Relatief weinig onwenselijk gedrag in de sport
-
Beeldvorming rond amateursport positief vergeleken met andere maatschappelijke sectoren.
-
Een kwart van de Nederlanders heeft ervaring met onwenselijk gedrag in de sport.
-
Voetballers en teamsporters hebben vaker negatieve ervaringen dan andere sporters.
-
Agressie en discriminatie vormen niet vaak een reden om te stoppen met sporten of het actief zijn als vrijwilliger.
-
Beeldvorming over sport speelt een belangrijke rol in de sportkeuze.
-
Sportverenigingen zijn actief om onwenselijk gedrag te voorkomen of te verminderen.
-
Van de sportverenigingen maakt 11% gebruik van de ondersteuningsmiddelen en -materialen uit landelijke campagnes.
Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Weinig over de schreef. Een onderzoek naar onwenselijk gedrag in de breedtesport , die op woensdag 3 september jl. is aangeboden aan staatssecretaris dr. M. Bussemaker van VWS. De publicatie is het resultaat van de samenwerking tussen het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Mulier Instituut (MI). In het rapport geven de onderzoekers drs. Annet Tiessen-Raaphorst (SCP), drs. Jo Lucassen (MI), drs. Remko van den Dool (SCP) en drs. Janine van Kalmthout (MI) een beeld van de mate waarin sporters als getuige of slachtoffer te maken hebben met diefstal, vandalisme, bedreiging, lichamelijk en verbaal geweld, discriminatie en overlast van rook, alcohol of geluid. Nagegaan is of deze vormen van ongewenst gedrag in en rondom de sport vaker voorkomen dan in andere maatschappelijke sectoren. Ook wordt beschreven hoe beeldvorming over sport en negatieve ervaringen doorwerken in de sportdeelname. Ten slotte wordt ingegaan op interventies en campagnes om onwenselijk gedrag in de sport te voorkomen of te verminderen. Het onderzoek is gebaseerd op nieuwe gegevens uit een grote landelijke enquête (SCP) en op nieuw onderzoek bij sportverenigingen (MI). Het rapport kwam tot stand op verzoek van de staatssecretaris van VWS.
Beeldvorming rond amateursport positief vergeleken met andere maatschappelijke sectoren
Nederlanders vinden dat onwenselijk gedrag minder vaak in de amateursport (75%) voorkomt dan rond het betaald voetbal (86%), op straat (86%) en tijdens het uitgaan (83%). In winkelcentra (49%) en op het werk (29%) komt volgens Nederlanders minder vaak (heel) veel onwenselijk gedrag voor. Ook vinden Nederlanders dat onwenselijk gedrag in de afgelopen vijf jaar sneller is toegenomen op straat (84%), bij het uitgaan (71%) of op school (75%) dan in de amateursport (62%) en rondom het betaald voetbal (64%). Tweederde van de Nederlanders denkt dat de toenemende agressie in de sport verband houdt met de toename van dit verschijnsel in de maatschappij (67%).
Beeldvorming over onwenselijk gedrag in de sport (maar ook op school en in het openbaar vervoer) is negatiever dan op basis van de incidentiecijfers mag worden verwacht. Men heeft het idee dat op deze locaties vrij veel onwenselijk gedrag voorkomt, maar op basis van cijfers van wat men heeft gezien of ondergaan lijkt dit mee te vallen.
Een kwart van Nederlanders heeft ervaring met onwenselijk gedrag in de sport
Ruim een kwart (26%) van de Nederlanders heeft bij het sporten in de afgelopen twaalf maanden één of meerdere vormen van onwenselijk gedrag waargenomen (getuige) of zelf ondergaan (slachtoffer). Van deze groep was 89% getuige van onwenselijk gedrag en 11% slachtoffer. Onwenselijk gedrag komt veel vaker voor op straat (73%) en in het uitgaansleven (51%). Ook in winkelcentra (32%) of op het werk (30%) zijn er meer Nederlanders met negatieve ervaringen. Alleen op school (23%) of in het openbaar vervoer (23%) hebben minder mensen die ervaringen.
Voetballers en teamsporters hebben vaker negatieve ervaringen dan andere sporters
Van de Nederlanders van twaalf jaar en ouder heeft circa 12% verbaal geweld meegemaakt in de sport. Lichamelijk geweld (6%), seksuele intimidatie (1%) en geluidsoverlast (1%) komen in en rondom de sport minder vaak voor. Voetballers (43%) en andere teamsporters (29%) hebben vaker negatieve ervaringen in vergelijking met andere sporters (19%). Ook wanneer men in verenigingsverband (27%) sport, heeft men vaker iets meegemaakt dan in een commercieel sportcentrum (15%). Dat deelnemen aan sport bepaalde risico's met zich brengt is algemeen aanvaard. Door het hanteren van (spel)regels wordt er naar gestreefd de kans op onwenselijk gedrag te beperken. In vergelijking met leden van andere vrijetijdsverenigingen hebben leden van sportverenigingen toch vaker te maken met schelden en jennen. Ze doen er zelf ook vaker aan mee, evenals aan mopperen op de leiding. Discriminatie en vrouwonvriendelijke opmerkingen komen volgens de betrokken leden iets vaker voor bij andere vrijetijdsverenigingen dan bij sportverenigingen.
Agressie en discriminatie vormen niet vaak een reden om te stoppen met sporten of het actief zijn als vrijwilliger
Afhakers noemen meestal een reden in de privé-sfeer om te stoppen (85% van de sporters en 59% van de vrijwilligers): geen tijd, te druk, andere interesses of een verhuizing. Ook toeschouwers van amateursport stoppen meestal om privéredenen met het bezoeken van wedstrijden. Teveel agressie vormt voor voetbaltoeschouwers (8%) wel vaker reden tot stoppen dan bij toeschouwers van andere amateursporten (3%). Bezoekers van professionele sportwedstrijden stoppen wel vaker vanwege sfeer of agressie. Dit geldt vaker voor bezoekers van profvoetbal dan voor bezoekers van andere professionele sportwedstrijden. Voor 13% van de getuigen en slachtoffers is die eigen ervaring wel reden om te stoppen met het deelnemen als sporter, vrijwilliger of toeschouwer. Meestal vormt een negatieve ervaring met vandalisme, discriminatie of diefstal de aanleiding.
Beeldvorming over een sport speelt een belangrijke rol in de sportkeuze
Van de bevolking kiest 51% niet voor sporten waarin teveel agressie of geweld voor zou komen; 58% kiest deze sporten daarom ook niet voor hun kinderen. Het horen van negatieve verhalen is voor één op de vijf Nederlanders voldoende om deze sporten niet te kiezen. Dit geldt vooral voor voetbal en vecht- en verdedigingssporten. De media zijn belangrijk bij de beeldvorming over sport. Negen op de tien Nederlanders vindt dat de media een grote rol spelen in de beeldvorming over agressie in de maatschappij (88%).
Grote inzet om onwenselijke gedrag te voorkomen of verminderen
Regelmatige bezoekers van een sportvereniging of -accommodatie en bestuurders vinden dat er al een behoorlijke inzet is bij het voorkomen en verminderen van onwenselijk gedrag. Bij ruim de helft van de verenigingen (57%) is het bestuur in het afgelopen jaar met gevallen van onwenselijk gedrag geconfronteerd. Verenigingen die problemen kennen treden hier veelal tegen op door preventieve en sanctionerende acties. Belangrijk is vooral de onderlinge sociale controle in de verenigingen: vrijwel overal wordt men op ongepast gedrag aangesproken (volgens 97% van de bestuurders en 86% van de bezoekers van een sportvereniging of -accommodatie gebeurt dit). De meerderheid van de sportclubs schept duidelijkheid over wat wel en niet kan door het opstellen van huisregels (volgens 52% van de bestuurders en 79% van de bezoekers), door instructie over spel- en wedstrijdregels (69% resp. 62%) en door aandacht voor sportiviteit en respect bij trainingen (73% resp. 54%).
Weinig bekendheid met campagnes tegen onwenselijk gedrag
Bij verenigingsbestuurders is de bekendheid en het gebruik van campagnes die zijn gericht op het (preventief) tegengaan van onwenselijk gedrag nog beperkt. Een klein deel van de sportverenigingen (11%) maakt gebruik van de ondersteuningsmiddelen en -materialen die beschikbaar zijn gesteld. Gebruikers zijn over het algemeen wel positief over de gebruiksvriendelijkheid van deze materialen.
Twitter
Facebook
del.icio.us
Hyves
LinkedIn
Digg
Google Bookmarks