Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2009 / COB Kwartaalbericht 2008 | 4 / Persbericht: COB 2008-4

Persbericht: COB 2008-4

Vertrouwen in de regering eind 2008 toegenomen

Continu Onderzoek Burgerperspectieven. Kwartaalbericht 2008 / 4

  • Het vertrouwen in de regering groeide van 44% in het derde kwartaal naar 55% in het vierde kwartaal van 2008

  • Over de economische ontwikkeling werd de bevolking negatiever, maar over de persoonlijke financiële situatie maakten de meeste mensen zich nog weinig zorgen

  • Meer dan 80% van de Nederlanders wil meer overheidsuitgaven voor gezondheidszorg en onderwijs; 60% wil bezuinigen op internationale militaire missies

  • Meerderheid van de Nederlanders blijft vinden dat het met Nederland meer de verkeerde dan de goede kant op gaat

Dit zijn enkele conclusies uit het vierde kwartaalbericht over het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB) dat op maandag 16 februari jl. is verschenen. In het kwartaalbericht geven SCP-onderzoekers prof.dr. Paul Dekker, drs. Tom van der Meer en Eefje Steenvoorden MSc een beeld van o.a. de tevredenheid van de Nederlandse burger met de samenleving, het vertrouwen dat men heeft in maatschappelijke instellingen en de problemen die volgens de Nederlandse bevolking hoog op de politieke agenda zouden moeten staan. Het COB wordt elke drie maanden uitgevoerd via een enquête onder een steekproef van de Nederlandse bevolking, aangevuld met kwalitatief onderzoek. Hierover wordt gerapporteerd in kwartaalberichten en verdiepende studies. Het Continu Onderzoek Burgerperspectieven wordt uitgevoerd ten behoeve van het kabinet in opdracht van de Voorlichtingsraad.


Vertrouwen in de regering is in laatste kwartaal van 2008 gegroeid

 

Het vertrouwen in de regering is eind 2008 fors gegroeid: in de peiling van het laatste kwartaal van 2008 gaf 55% van de Nederlanders haar een 'voldoende', tegenover 44% in het derde kwartaal. Ook het aandeel mensen dat negatief gestemd was over de politiek in Den Haag liep terug van 40% in het derde kwartaal tot 32% in het laatste kwartaal. Het vertrouwen in de banken lag in het vierde kwartaal met een gemiddelde score van 5,8 op vrijwel gelijke hoogte met het vertrouwen in de grote ondernemingen (5,9). Verder is het aandeel voorstanders van het Nederlandse EU-lidmaatschap gestegen van 42% in het derde kwartaal naar 49% in het laatste kwartaal, terwijl het aandeel tegenstanders in diezelfde periode daalde van 20% naar 16%.


Economie genoemd als één van de belangrijkste problemen

 

Bij de meest genoemde problemen neemt het thema inkomen en economie nu met 19% een gedeelde eerste plaats in met normen en waarden . Op de lijst met politieke prioriteiten staat inkomen en economie met 14% op een tweede plaats, direct na zorg en vergrijzing (15%). In het laatste kwartaal van 2008 wordt politiek en bestuur nog maar in 9% van de gevallen als probleem genoemd. In het eerste kwartaal lag dit percentage nog op 18%.

Nederlanders maken zich meer zorgen om de economie en samenleving dan om hun eigen persoonlijk leven. Het aantal Nederlanders dat verwacht dat de economie zal verslechteren steeg van 51% in het derde kwartaal tot 61% in het laatste kwartaal. Over de eigen financiële situatie blijft men positiever: 18% verwacht in het vierde kwartaal een verslechtering (in het derde kwartaal 20%). In deze groep bevinden zich relatief veel vutters en gepensioneerden. De meeste burgers zeggen hun zaakjes financieel op orde te hebben en verwachten nauwelijks geraakt te worden door de crisis. Ze verwachten wel problemen voor de minima en diegenen die te veel risico hebben genomen.


Nederlanders willen vooral meer overheidsuitgaven voor gezondheidszorg en onderwijs

 

Op de vraag aan welke doelen de overheid meer of minder geld zou moeten uitgeven, wil men vaker meer uitgeven (gemiddeld 43%) dan minder (gemiddeld 16%). De populairste doelen zijn de zorg (82% wil meer overheidsuitgaven, 1% minder) en het onderwijs (81% meer, 1% minder), de minst populaire internationale militaire missies (8% meer, 60% minder) en kunst en cultuur (11% meer, 45% minder).


Meerderheid zelf gelukkig, maar van mening dat het met Nederland niet de goede kant op gaat

 

Vrijwel onveranderd is bijna twee op de drie Nederlanders eerder pessimistisch dan optimistisch over de ontwikkeling van het land. Veel Nederlanders noemen recente gebeurtenissen - de economische crisis en de problemen met jongeren in Gouda - om hun mening te onderbouwen.

Als één van de grootste problemen wordt het thema normen en waarden genoemd. Opmerkelijk is, dat dit tevens genoemd wordt als één van de belangrijkste sterke punten van Nederland.

Burgers zijn geneigd om slechte omgangsvormen vooral bij anderen te zien, en niet bij zichzelf. Ze zoeken de oorzaak van slechte omgangsvormen in individualisering en in slechte opvoeding. Maar zijzelf voeden hun kinderen naar eigen mening goed op. De overheid kan volgens de Nederlanders geen grote rol spelen in de aanpak van gebrekkige normen en waarden: het is een probleem van burgers onderling.

Evenals in voorgaande kwartalen noemt meer dan 80% van de Nederlanders zich (erg) gelukkig. Het aandeel mensen dat zich 'erg gelukkig' voelt nam zelfs iets toe van 16% in het derde kwartaal tot 19% in het laatste kwartaal. Meer dan 80% van de Nederlanders onderschrijft de stelling dat 'er nog altijd mensen zijn die bereid zijn een ander te helpen'. In vergelijking met andere Europeanen hebben Nederlanders veel 'sociaal vertrouwen'. Alleen in de Scandinavische landen en Finland is het niveau hoger.



COB Kwartaalbericht 2008/4, Paul Dekker, Tom van der Meer en Eefje Steenvoorden, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, februari 2009, ISBN 978 90 377 0410 5, prijs € 9,90.