Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2009 / COB Kwartaalbericht 2009 | 1 / Persbericht COB 2009-1

Persbericht COB 2009-1

Nederlanders wat positiever over integratie

Continu Onderzoek Burgerperspectieven. Kwartaalbericht 2009 / 1

  • Steun voor de multiculturele samenleving gestegen van 36% eind 2008 naar 44% begin 2009.
  • Onveranderd is 65% van de Nederlanders somber over de economie.
  • Het vertrouwen in de regering is stabiel (59%), het vertrouwen in de grote ondernemingen en in de vakbonden is gedaald.
  • Ambivalentie over de vrijheid van meningsuiting: kwetsen gaat te ver (61%), maar de vrijheid van meningsuiting moet krachtiger worden beschermd (54%).
  • Steun voor het Nederlandse EU-lidmaatschap is gestegen naar 52%, maar Europa interesseert de meeste Nederlanders niet echt.

Dit zijn enkele conclusies uit het eerste kwartaalbericht van 2009 over het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB) dat op maandag 27 april jl. is verschenen. In het kwartaalbericht geven SCP-onderzoekers Eefje Steenvoorden MSc, dr. Peggy Schyns en drs. Tom van der Meer een beeld van o.a. de tevredenheid van de Nederlandse burger met de samenleving, het vertrouwen dat men heeft in maatschappelijke instellingen en de problemen die volgens de Nederlandse bevolking hoog op de politieke agenda zouden moeten staan. Het COB wordt elke drie maanden uitgevoerd via een enquête onder een steekproef van de Nederlandse bevolking, aangevuld met kwalitatief onderzoek. Hierover wordt gerapporteerd in kwartaalberichten en verdiepende studies. Het onderzoek wordt uitgevoerd ten behoeve van het kabinet in opdracht van de Voorlichtingsraad.

Steun voor de multiculturele samenleving gestegen van 36% eind 2008 naar 44% begin 2009

Meer mensen geven aan dat zij de aanwezigheid van verschillende culturen winst vinden voor onze samenleving (44%). Daarnaast is het percentage Nederlanders dat instemt met de stelling dat Nederland een prettiger land zou zijn als er minder immigranten zouden wonen afgenomen van 41% naar 35%. Ook worden problemen rondom immigratie en integratie minder vaak genoemd als reden waarom het met Nederland de verkeerde kant op zou gaan. Bovendien is de wijze veranderd waarop men deze problematiek aan de orde stelt. Men is milder van toon en boze of heftige bewoordingen komen minder vaak voor.

Onveranderd is 65% van de Nederlanders somber over de economie

De peiling vond plaats in januari/februari, vóór de CPB-raming waarin 3,5% krimp van de economie werd aangekondigd. Net als in het vorige kwartaal is 65% van de Nederlanders somber over de economie. De verschillen naar opleidingsniveau zijn wel sterker dan voorheen. Lageropgeleiden zijn ongeruster over de economische ontwikkelingen en verwachten meer dan hogeropgeleiden het kind van de rekening te gaan worden. Over de eigen financiële situatie maken we ons niet meer zorgen dan voorheen, op de zelfstandigen na. Waar zij vorig kwartaal nog het meest positief waren over hun eigen positie, zijn zij nu het meest negatief, samen met de gepensioneerden en huisvrouwen en -mannen.

Vertrouwen in de regering stabiel, vertrouwen in de grote ondernemingen en de vakbonden gedaald

Zes op de tien Nederlanders geven een voldoende voor hun vertrouwen in de Tweede Kamer (61%) en de regering (59%). Ten opzichte van het vorige kwartaal, toen we een stijging van het vertrouwen vaststelden in vergelijking met vóór de financiële crisis, is er geen verandering opgetreden. Wel zijn Nederlanders iets positiever geworden over politici. Het vertrouwen in de grote ondernemingen is echter gedaald van 68% naar 58%. De vakbonden zagen het in hun gestelde vertrouwen dalen, van 73% naar 68%.

Ambivalentie over de vrijheid van meningsuiting

De meerderheid (61%) vindt dat de vrijheid van meningsuiting niet zo ver mag gaan dat mensen worden gekwetst in hun religieuze gevoelens. Ook vindt een meerderheid (54%) dat de vrijheid van meningsuiting krachtiger moet worden beschermd. In de focusgroepen blijkt dat mensen het lastig vinden over de vrijheid van meningsuiting een ondubbelzinnig standpunt in te nemen. Kwetsen moet zoveel mogelijk worden vermeden, maar gevoelens van gekwetstheid zijn erg subjectief en dat maakt het lastig om er rekening mee te houden. In de gesprekken over de vrijheid van meningsuiting spelen
zorgen over de integratie en over de verharding van de samenleving een rol in verschillende argumentaties. Waar sommigen de vrijheid van meningsuiting als een typisch Nederlandse en bedreigde waarde zien, beschouwen anderen de benadrukking van deze vrijheid als een teken van afnemende tolerantie.

Steun voor het Nederlandse EU-lidmaatschap is gestegen naar 52%, maar Europa interesseert de meeste Nederlanders niet

52% onderschrijft het belang van het Nederlandse EU-lidmaatschap, tegenover 44% een jaar geleden. Vergeleken met andere onderwerpen valt op dat de gesprekken over Europa in de focusgroepen matjes verlopen: Europa leeft niet. Gevraagd naar de euro vindt nog altijd 39% het een slechte zaak dat we de gulden hebben vervangen tegenover 35% die het daarmee oneens is. De stelling dat het juist in een economische crisis goed is dat we de euro hebben, wordt echter door 45% onderschreven en slechts door 17% afgewezen. Ook over uitbreiding zijn de meningen verdeeld: 32% had liever een kleinere EU gezien, 27% vindt dat de EU verder moet uitbreiden. De scheidslijnen bij deze opvattingen lopen in belangrijke mate tussen opleidingsniveaus. Lageropgeleiden staan aanzienlijk negatiever tegenover Europa dan hogeropgeleiden.