Persbericht 'COB Kwartaalbericht 2009-3'
Crisisgevolgen voelbaar, maar minder Nederlanders somber
Continu Onderzoek Burgerperspectieven. Kwartaalbericht 2009 / 3
-
In het derde kwartaal zijn opnieuw minder mensen somber over de economie: 40% van de Nederlanders verwachtte in juli/augustus een verslechtering (was 48% in april, 65% in januari)
-
44% van de bevolking zegt zelf gevolgen van de crisis te ondervinden, voornamelijk in daling van pensioen en beleggingen
-
Net als in het tweede kwartaal waren Nederlanders kort voor Prinsjesdag wat sceptisch over overheidsmaatregelen tegen de economische crisis
-
Polarisatie rond PVV neemt toe
-
Burgers met weinig politiek vertrouwen verwijten politici gebrek aan daadkracht en responsiviteit. Burgers met veel politiek vertrouwen prijzen de competentie en goede intenties van politici
Dit zijn enkele conclusies uit het derde kwartaalbericht van
2009 over het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB) dat op
woensdag 21 oktober jl. in Den Haag is gepresenteerd, tezamen met het de
publicatie Crisis in aantocht? en een achtergrondstudie. In het
kwartaalbericht geven SCP-onderzoekers Eefje Steenvoorden MSc, dr. Tom van
der Meer en prof. dr. Paul Dekker een beeld van o.a. de tevredenheid van de
Nederlandse burger met de samenleving, het vertrouwen dat men heeft in
maatschappelijke instellingen en de problemen die volgens de Nederlandse
bevolking hoog op de politieke agenda zouden moeten staan. Het COB wordt elke
drie maanden uitgevoerd via een enquête, aangevuld met kwalitatief onderzoek.
Het Continu Onderzoek Burgerperspectieven wordt uitgevoerd voor het
kabinet in opdracht van de Voorlichtingsraad.
Opnieuw minder mensen somber over de economie
De enquête is afgenomen in juli/augustus, vóór Prinsjesdag en de algemene beschouwingen. Vergeleken met vorige kwartalen is de trend doorgezet: de somberheid over de economie neemt af naar 40%, was 65% in januari en 48% in april. Kwesties over inkomen en economie worden ook minder vaak genoemd als belangrijkste probleem van Nederland; van 18% in april naar 13% in juli.
In focusgroepgesprekken stellen Nederlanders bovendien dat de economische crisis nogal wordt overdreven. De term 'crisis' is eigenlijk niet op zijn plaats, vindt men. Zo slecht gaat het immers niet.
44% geeft aan zelf gevolgen van de economische crisis te ondervinden
Als men zelf geraakt wordt door de crisis, is dat in de meeste gevallen door een daling van pensioen (42%) of beleggingen (33%) en veel minder vaak doordat men is ontslagen of geen nieuwe baan kan vinden (15%). Leeftijd maakt verschil: van de 18-34-jarigen geeft 32% aan last te hebben van de crisis, onder 35-54-jarigen en 55-plussers is dat respectievelijk 46% en 52%. Jongere Nederlanders hebben vaker hun baan verloren (5% van de 18-54-jarigen, 1% van de 55+'ers) of problemen met het vinden van een nieuwe baan (9% van de 18-34-jarigen, 7% van de 35-54-jarigen, 2% van de 55+'ers). Toch zijn de jongeren daar in de gesprekken tamelijk laconiek over.
Polarisatie rond PVV neemt toe
De PVV wordt vaker als een van de belangrijkste problemen genoemd dan voorheen. Tegelijkertijd groeit de electorale steun voor de partij. Er is sprake van polarisatie: steeds meer Nederlanders kiezen partij voor of tegen de PVV.
Nederlanders wat sceptisch over overheidsmaatregelen tegen de economische crisis
Enkele weken voor Prinsjesdag kunnen de meeste gespreksdeelnemers van focusgroepen geen overheidsmaatregelen tegen de economische crisis noemen, behalve het redden van banken. De bonussen die banken desondanks momenteel uitkeren aan mensen die (mede) verantwoordelijk zijn voor de crisis wekken veel boosheid op.
Daarnaast zijn er gerichte gesprekken gevoerd met ondernemers uit het mkb en afgestudeerde mbo'ers. De ondernemers voelen zich nogal vergeten door de overheid; alleen de grote bedrijven en banken zouden op overheidssteun kunnen rekenen, de kleine ondernemer moet het zelf doen. De mbo-afgestudeerden zeggen weinig of geen last van de crisis te hebben en zien de toekomst in het algemeen met vertrouwen tegemoet.
Vertrouwen in regering en Tweede Kamer
57% van de Nederlanders heeft vertrouwen in de Tweede Kamer; 53% heeft vertrouwen in de regering. Dit is wat lager dan in januari/februari (resp. 61% en 59%), maar hoger dan in augustus 2008, direct voor de economische crisis (resp. 51% en 46%).
Burgers dragen gemakkelijker argumenten aan waarom zij weinig vertrouwen hebben dan waarom zij veel vertrouwen hebben in politici. Burgers met veel, respectievelijk weinig vertrouwen leggen de nadruk op verschillende aspecten. Weinig vertrouwen komt door gebrek aan daadkracht (genoemd door 46% van burgers met weinig vertrouwen) en aan responsiviteit (50%) en door het niet nakomen van beloften (41%). Veel vertrouwen komt door vermeende goede intenties (genoemd door 67% van de burgers met vertrouwen) en deskundigheid van politici (40%).
COB Kwartaalbericht 2009/3, Eefje Steenvoorden, Tom van der Meer en Paul Dekker, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, oktober 2009, ISBN 978 90 377 0447 1; prijs € 9,90.
Twitter
Facebook
del.icio.us
Hyves
LinkedIn
Digg
Google Bookmarks