Direct naar (in deze pagina):inhoud, zoekveld of menu.

U bevindt zich op: Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2009 / Cultuurbewonderaars en cultuurbeoefenaars / Persbericht Cultuurbewonderaars en cultuurbeoefenaars

Persbericht Cultuurbewonderaars en cultuurbeoefenaars

Meer jongeren naar cultuur

Cultuurbewonderaars en cultuurbeoefenaars. Trends in cultuurparticipatie en mediagebruik.

  • Bioscopen, monumenten en musea zijn de meest geliefde culturele instellingen. Van de Nederlanders van zes jaar en ouder bezocht in 2007 56% tenminste één maal een bisocoop, 45% een monument en 41% een museum.
  • Het deel van de bevolking dat minstens eens per jaar een populair muziekevenement bezoekt steeg van 25% in 1995 tot 34% in 2007.
  • In 2007 was 42% van de Nederlanders zelf actief in de beoefening van een bepaalde kunstvorm, tegen 38% in 1995.
  • In 1995 had 59% van de bevolking in de afgelopen maand een boek gelezen; in 2007 was dit gedaald tot 55%.
  • Jongeren zijn oververtegenwoordigd bij de bezoekers van musea, (amateur)toneel, bioscopen en bij de actieve kunstbeoefening.
  • Tussen 1995 en 2007 is het percentage tieners dat (kunst)­musea, toneel, ballet, cabaret, popmuziek en galeries bezoekt gestegen.
  • Ouderen hebben meer dan jongeren belangstelling voor erfgoed, uitvoeringen van klassieke muziek, kunstprogramma's op radio en tv en literair lezen.
  • De cultuurdeelname van niet-westerse allochtonen blijft achter bij die van de Nederlandse bevolking als geheel. Toch was er in de periode 1995-2007 sprake van een lichte toename van de cultuurdeelname van allochtonen.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Cultuurbewonderaars en cultuurbeoefenaars. Trends in cultuurparticipatie en mediagebruik, die op zondag 7 juni a.s. is aangeboden aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dr. Ronald Plasterk. Het rapport is aangeboden in De Balie tijdens het eerste participatiecafé van het Fonds Cultuurparticipatie. In het rapport geven de onderzoekers dr. Andries van den Broek, prof. dr. Jos de Haan en prof. dr. Frank Huysmans een beeld van de ontwikkelingen in de cultuurdeelname sinds het midden van de jaren '90. Aan de orde komen onder meer trends in de omvang en samenstelling van het cultuurpubliek, van de groep kunstbeoefenaars in de vrije tijd en van het publiek van gedrukte, audiovisuele en digitale media.

De publicatie is een actualisering van het in 2005 verschenen SCP-rapport Cultuurminnaars en cultuurmijders . Beide studies maken deel uit van de door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gesteunde SCP-reeks Het culturele draagvlak .

Ontwikkelingen in cultuurdeelname 1995-2007 


De belangstelling voor cultureel erfgoed is toegenomen. Vooral musea trokken meer bezoekers (35% in 1995 en 41% in 2007), maar ook het bezoek aan monumenten steeg licht van 43% in 1995 naar 45% in 2007 en het bezoek aan archieven in dezelfde periode van 3% naar 4%.

In de periode 1995-2007 is de belangstelling voor de populaire cultuur verder gegroeid. Zo steeg het deel van de bevolking dat minstens eens per jaar een populair muziekevenement (pop- of jazzconcert, musical) bezoekt van 25% in 1995 tot 34% in 2007. In diezelfde periode steeg dit aandeel bij cabaret van 11% naar 15% en bij film van 49% naar 56%. Op het terrein van de traditionele cultuur daalde het deel van de bevolking dat minstens eens per jaar een klassiek concert bijwoont van 17% in 1995 tot 14% in 2007. Bezoeken aan andere podiavoorstellingen wisten zich in 2007 ongeveer op het niveau van 1995 te handhaven (ballet 5%, beroepstoneel 14%).

De beoefening van kunstvormen in de vrije tijd steeg van 38% in 1995 tot 42% in 2007. Die stijging komt vooral voor rekening van de (multi)mediale kunstbeoefening (7% in 1995 en 14% in 2007). Nog altijd zijn beeldende kunsten (23%) en muziek (21%) de meest beoefende disciplines.

Het computer- en internetgebruik in de vrije tijd groeide van gemiddeld 0,9 uur per week in 1995 naar 3,8 uur in 2005. De opmars van de digitale media ging samen het een voortzetting van dalende trends in het gebruik van gedrukte media (4,6 uur in 1995 als hoofdactiviteit en 3,8 uur in 2005) en van radio (0,8 uur in 1995 als hoofdactiviteit en 0,5 uur in 2005).

Televisie kon na de uitbreiding van het zenderaanbod in de jaren negentig rekenen op een groei in de kijktijd, maar ondervindt sinds 2000 concurrentie van internet. Tussen 2000 en 2005 daalde de wekelijkse kijktijd met bijna twee uur van 12,4 uur in 1995 (als hoofdactiviteit) naar 10,8 uur in 2005.

Het volgen van program­ma's over cultuur op radio en tv lag in 2007 (8% van de bevolking keek of luisterde 1 keer per week of vaker naar een dergelijk programma) lager dan in 1995 (15%).

Ontwikkelingen in de publiekssamenstelling

Jongeren tot 20 jaar werden tussen 1995 en 2007 cultureel actiever. In het afgelopen decennium gingen steeds meer kinderen van 6-11 jaar naar (kunst)­musea, monumenten, toneel en popmuziek. Onder tieners groeide de toeloop naar (kunst)­musea (en in mindere mate naar monumenten), toneel, ballet, cabaret, popmuziek en galeries. Onder hen steeg het museumbezoek van 39% in 1995 tot 51% in 2007 en het bezoeken van podiumkunsten van 50% in 1995 tot 59% in 2007.

Ook onder ouderen lag het percentage bezoekers van culturele instellingen in 2007 hoger dan in 1995. Zij toonden in het bijzonder meer belangstelling voor de traditionelere vormen van cultuur (erfgoed, klassieke muziek, toneel en ballet). Musea en monumenten, en ook ballet en klassieke muziek trokken vooral meer 65-79-jarigen. Archieven, cabaret, bioscoop en pop­muziek ontvingen vooral meer 50-64-jarigen, terwijl archieven ook de aanloop van 80-plussers sterk zagen groeien. Ook bij de kunstbeoefening valt op dat geleidelijk steeds meer volwassenen op latere leeftijd een kunstdiscipline beoefenen.

De 20-49-jarigen lieten het niet afweten. Bij de traditionelere cultuur was hun participatieniveau stabiel, bij de populaire cultuur (cabaret, popmuziek, cinema) steeg hun deelname. Naar cabaret kwamen vooral meer 20-34 jarigen, en naar popmuziek en bioscopen meer 35-49-jarigen.

Onder allochtonen is de laatste jaren sprake van een geleidelijke stijging van de cultuurdeelname, al blijft het verschil met autochtonen aanzienlijk. In de periode 1995-2007 gingen vooral meer Surinamers en Antillianen dan voorheen naar musea (van 21% naar 26%), ballet (van 3% naar 6%) en de bioscoop (van 57% naar 65%). Het bioscoopbezoek onder allochtonen lag in 2007 zelfs hoger dan dat autochtonen.

SCP-publicatie 2009/8, Cultuurbewonderaars en cultuurbeoefenaars. Trends in cultuurparticipatie en mediagebruik, Andries van den Broek, Jos de Haan, Frank Huysmans, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, mei 2009, ISBN 978 90 377 0400 6, prijs EUR 18,50.

De publicatie is verkrijgbaar bij de (internet)boekhandel of te bestellen via de web-site: www.scp.nl

Voor meer informatie: drs. Kees M. Paling, Communicatie en Voorlichting, tel: 070 - 340 7256/7000,

e-mail: k.paling@scp.nl