logo

Persbericht 'De Sociale Staat van Nederland 2009'

26 november 2009

Leefsituatie Nederlanders tot 2009 verbeterd, vermindering welvaart nog niet zichtbaar

Sociale Staat van Nederland 2009.

  • In de afgelopen tien jaar is de leefsituatie van de Nederlanders verbeterd en is er vooruitgang geboekt op belangrijke maatschappelijke terreinen. Van alle Europese landen scoorde Nederland in 2008 het laagst op de Misère-index.

  • Ondanks de financiële crisis is driekwart van de Nederlanders van mening dat Nederland een welvarend land is. Nederlanders hebben echter veel minder vertrouwen in de toekomst: slechts 29% denkt in 2009 dat de welvaart ook in de toekomst zal aanhouden; in 2006 was dit aandeel 68%.

  • Laagopgeleiden en de lage inkomensgroepen hebben beduidend minder vertrouwen in hun medeburgers en minder politieke belangstelling. Ze zijn ook minder maatschappelijk actief dan anderen.

  • Meer dan inwoners van andere Europese landen zijn Nederlanders in groten getale aangesloten bij maatschappelijke organisaties. De bereidheid tot het geven van donaties aan goede doelen is hoog: 88% van alle huishoudens doet hieraan mee.

  • Was in 2000 nog ruim de helft van de mensen van mening dat er te veel allochtonen in Nederland wonen, in 2008 was dat gedaald naar 39%.

  • De arbeidsparticipatie is gegroeid en behoort met 68% inmiddels tot de hoogste van Europa. Vooral vrouwen, ouderen en niet-westerse allochtonen werken nu vaker dan voorheen.

  • Van de 25-35-jarigen in Nederland is 38% van de vrouwen hoogopgeleid, tegenover 34% van de mannen.

  • Nederland is middenmoter in Europa wat betreft het voorkómen van schooluitval.

  • De gemiddelde levensverwachting nam de afgelopen tien jaar toe (tot gemiddeld 80 jaar), maar het aantal levensjaren zonder chronische ziekten nam af. Mensen met een lagere sociaal-economische status leven ongezonder, korter en in minder goede gezondheid.

  • De deelname aan sport steeg tot 65% in 2007, maar het lidmaatschap van sportverenigingen steeg niet mee.

  • Het percentage Nederlanders dat zich wel eens onveilig voelt, daalde van 27% in 2005 naar 20% in 2008.

  • Onder Marokkaanse, Turkse en Surinaamse Nederlanders groeit het eigenwoningbezit snel.

Dit zijn enkele belangrijke punten uit de SCP-publicatie De Sociale Staat van Nederland 2009 ,

die op donderdag 26 november jl. is aangeboden aan de voorzitter van de Tweede Kamer,

mw. Gerdi A. Verbeet. Het tweejaarlijkse rapport, onder redactie van Rob Bijl, Jeroen Boelhouwer, Evert Pommer en Peggy Schyns, geeft een beeld van de sociale situatie in Nederland. Aan de hand van kerncijfers worden de ontwikkelingen van de laatste tien jaar geanalyseerd op de terreinen onderwijs, arbeid, inkomen, gezondheid, vrijetijdsbesteding, participatie, veiligheid en wonen. Verder wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling van de publieke opinie en het politieke klimaat, de leefsituatie van de Nederlanders, het gebruik dat Nederlanders maken van voorzieningen en de waardering die zij voor deze voorzieningen hebben. De kerncijfers worden afgezet tegen de beleidsdoelstellingen van de overheid. Waar gegevens beschikbaar waren, is nagegaan hoe Nederland scoort in vergelijking met de Europese buren.

 

Leefsituatie Nederlanders afgelopen tien jaar verder verbeterd

In de afgelopen tien jaar is de leefsituatie van de Nederlanders - gemeten naar hun woonsituatie, gezondheid, vrijetijdsbesteding, sociale participatie, sportbeoefening, vakantiegedrag, bezit van consumptiegoederen en mobiliteit - verbeterd en is er vooruitgang geboekt op belangrijke maatschappelijke terreinen. Achterstanden zijn verkleind, tegenstellingen verminderd. De verschillen in leefsituatie tussen hoge en lage inkomens, hoog- en laagopgeleiden, werkenden en niet-werkenden nemen af. Steeds minder mensen hebben te maken met een cumulatie van maatschappelijke achterstanden.

Nederland had in 2008 de laagste score in Europa op de zogenoemde misère-index. Zowel het niveau van werkloosheid, als de inflatie en het begrotingstekort van de overheid behoorden tot de laagste in Europa. Daarnaast scoren we Europees gezien ook goed als het gaat om het geluk van de bevolking. De overgrote meerderheid (84%) van de Nederlanders vindt zichzelf (erg) gelukkig. In de huidige crisistijd blijkt ook dat de economische basis goed is en dat de vooruitzichten op dit vlak voor de eerstkomende jaren voor Nederland gunstiger - of misschien is het beter te zeggen: minder ongunstig - zijn dan voor de meeste andere EU-landen.

Nederlanders minder vertrouwen in de toekomst 

Ondanks de financiële crisis is driekwart van de Nederlanders van mening dat Nederland een welvarend land is. Nederlanders hebben echter veel minder vertrouwen in de toekomst: slechts 29% van hen denkt in 2009 dat de welvaart ook in de toekomst zal aanhouden; in 2006 was dit aandeel 68%.

De vijf belangrijkste maatschappelijke problemen die men onderscheidt, zijn: samenleven en omgangsvormen, inkomen en economie, politiek en bestuur, criminaliteit en veiligheid, en immigratie en integratie. Laagopgeleiden en de lage inkomensgroepen hebben beduidend minder vertrouwen in medeburgers, hebben een geringere politieke belangstelling en zijn veel minder maatschappelijk actief dan mensen met meer opleiding en inkomen. Vooral werklozen en arbeidsongeschikten vertonen vaak tekenen van sociaal isolement en zijn naar verhouding weinig bij maatschappelijke organisaties aangesloten. Niet het sociale isolement, maar wel de naar verhouding geringe maatschappelijke deelname vinden we ook bij niet-westerse allochtone groepen, en daar eveneens vooral bij de laagst opgeleiden.

Opvattingen over integratie milder

Hoewel de heftigheid van het politieke debat over de integratie van minderheden, - en met name die met een islamitische achtergrond- , evenals de grote aandacht daarvoor in de media, anders doen vermoeden, is de Nederlandse bevolking door de jaren heen juist milder geworden. Was in 2000 nog ruim de helft van de mensen van mening dat er te veel allochtonen in Nederland wonen, nu is dat gedaald naar 39%. Dit betekent niet dat alles pais en vree is tussen de bevolkingsgroepen. Twee derde van de Nederlanders vindt de tegenstelling tussen autochtonen en niet-westerse migranten groot tot zeer groot. Overigens wijken de diverse allochtone groepen niet eens veel af van de autochtone Nederlanders in hun opvattingen over integratie. Ook zij hechten bijvoorbeeld groot belang aan het leren van de Nederlandse taal. Zowel autochtone als allochtone Nederlanders zijn het in overgrote meerderheid oneens met de stelling dat allochtonen de eigen cultuur en gewoonten moeten loslaten.

Sociale betrokkenheid en participatie onder druk

Meer dan inwoners van andere Europese landen zijn Nederlanders in groten getale aangesloten bij maatschappelijke organisaties en bereid tot het geven van donaties aan goede doelen. Sinds het eind van de jaren '90 is het percentage Nederlandse huishoudens dat goede doelen financieel ondersteunt gestegen van 71% naar 88%.

Wel is het percentage burgers dat is aangesloten bij een organisatie sinds 1995 aan het teruglopen; dat geldt voor zowel voor ideële organisaties als belangenorganisaties en recreatieve organisaties.

Ook qua vrijwilligerswerk behoort Nederland tot de top van Europa. Op de terreinen sport, hobby's en amateurkunst is het grootste aantal vrijwilligers actief (samen 20%) en dat is door de jaren heen opvallend stabiel gebleken. Niettemin neemt het aantal Nederlanders dat niet bij een organisatie is aangesloten sinds halverwege de jaren negentig gestaag toe. Die afnemende organisatiegraad zien we in de politiek, de arbeidswereld, het onderwijs en de vrijetijdssfeer (sport, hobby, amateurkunst, vrouwenbonden, jeugdverenigingen). Ook daalde het totaal van bijdragen aan goede doelen sinds 2003, voornamelijk door de fors slinkende donaties van bedrijven. De huidige economische crisis zal daar ook nog een extra negatief effect op hebben.

Inkomensongelijkheid stabiel, lichte afname van armoede

De reeële koopkracht van inkomens steeg tussen 1997 en 2007 met 6%. Sinds het begin van het decennium was de groei verhoudingsgewijs sterk bij paren met kinderen en eenoudergezinnen. Sommige groepen is het wel wat minder goed vergaan dan andere, zoals de eenverdieners zonder kinderen en de bijstandsgerechtigden. De arbeidsparticipatie is gegroeid tot 68% en behoort inmiddels tot de hoogste van Europa. Vooral vrouwen (van 49% arbeidsparticipatie in 1998 naar 59% in 2008), ouderen van 55-64 jaar (van 29% naar 45%) en niet-westerse allochtonen (van 47% naar 57%) werken nu vaker dan voorheen. De verhouding tussen het aantal werkenden en het aantal inactieven (exclusief AOW'ers) is verbeterd. Waren er in 1998 32 inactieven per 100 werkenden, in 2008 was dit gedaald naar 25.De inkomensongelijkheid in Nederland en het aandeel van de rijkeren in het totale inkomen bleven sinds 1997 tamelijk stabiel. Volgens het 'niet-veel-maar toereikend-criterium' nam de armoede af van 7% in 1997 tot 4,7% in 2007.

Meer hoogopgeleide jonge vrouwen dan mannen

In tien jaar tijd is het aandeel hoogopgeleiden in de Nederlandse bevolking toegenomen van 22% tot 28%. In Nederland, maar ook elders in Europa, zijn jonge vrouwen qua opleidingsniveau jonge mannen voorbijgestreefd. Van de 25-35-jarigen in Nederland is 38% van de vrouwen hoogopgeleid, tegenover 34% van de mannen. In de gehele EU is dat 34% van de vrouwen van 25-35 jaar tegenover 27% van de mannen in die leeftijdscategorie.

De stijging in deelname aan het havo en vwo zet door. In 1997 werd dit type onderwijs door 35% van de 15-jarigen bezocht, in 2008 door 41%. Ook de deelname aan het hoger onderwijs blijft toenemen. Inmiddels begint 60% na het voortgezet onderwijs aan een hbo- of wo-opleiding.

De deelname aan het speciaal onderwijs blijft groeien. Dit betreft vooral het aantal leerlingen met ernstige gedragsproblemen: in tien jaar tijd is dit in het basisonderwijs ruim anderhalf maal zo groot geworden; in het voortgezet onderwijs is het zelfs bijna verdriedubbeld.

Nederland middenmoter in Europa wat betreft aantal hoogopgeleiden én omvang schooluitval

In Europees verband behoort Nederland weliswaar tot de groep van tien landen met een meer dan gemiddeld hoogopgeleide bevolking (bij de groep 25-35-jarigen: Nederland 36%, tegenover EU-gemiddelde 30%) maar de meeste West- en Noord-Europese landen scoren op dit punt beter dan Nederland. In vergelijking met andere landen in de Europese Unie presteert het Nederlandse onderwijs evenmin beter dan de middenmoot bij het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. In 2006 was bijna 13% van 18-24 -jarigen in Nederland een voortijdig schoolverlater, dat is ongeveer evenveel als in Frankrijk en Groot-Brittannië. Finland en Oostenrijk slagen erin dit aandeel beneden de 10% te houden. Nederland zat, met 75% leerlingen die een startkwalificatie behalen, onder de middenmoot en voldeed niet aan de Lissabon-doelstelling van 85%. De ongunstige positie van allochtone leerlingen blijkt ook hier.

Positieve trends in gezondheid stagneren

De afgelopen tien jaar nam de gemiddelde levensverwachting verder toe (voor mannen bedraagt die 78 jaar, voor vrouwen 82,3 jaar) , maar het aantal levensjaren zonder chronische ziekten nam af. De sociaal-economische gezondheidsverschillen zijn nog steeds groot. Mensen met een lagere sociaal-economische status leven ongezonder, korter en in minder goede gezondheid dan mensen met een hogere status. Een terugkerend punt van zorg is dat er bij niet-westerse allochtonen over het algemeen sprake is van gezondheidsachterstanden (in termen van o.a. overgewicht, inactiviteit, kindersterfte en diabetes). Wel zijn sommige allochtone groepen op bepaalde aspecten gezonder dan autochtonen (minder roken onder Marokkaanse vrouwen, kleinere sterfterisico's van vrouwen op middelbare leeftijd, minder hart- en vaatziekten onder Marokkanen).

De afgelopen tien jaar steeg het aandeel Nederlanders dat voorgeschreven medicijnen gebruikt van ruim 32% in 1998 naar bijna 40% in 2008. Onder 65-plussers liep dit gebruik op van bijna 70% in 1998 naar ruim 80% in 2008.

De toegankelijkheid van de Nederlandse zorg wordt nauwelijks beïnvloed door de financiële kosten die individuele burgers ervoor moeten maken. Het percentage Nederlanders dat vanwege de kosten afziet van medische zorg is klein, al geven mensen met een chronische aandoening vaker aan dat ze problemen hebben met het betalen van de rekeningen voor zorg dan mensen zonder zo'n aandoening.

Sportdeelname gestegen

Sportdeelname steeg van 61% in 2003 naar 65% in 2007, maar het lidmaatschap van sportverenigingen steeg niet mee. Steeds meer volwassenen bewegen voldoende, maar jongeren blijven achter bij deze trend. De belangstelling voor recreatieterreinen loopt terug: het bezoek daaraan daalde van 47% in 1995 naar 38% in 2007.

Tussen 1995 en 2007 steeg het aandeel bezoekers aan podiumvoorstellingen van 48% naar 53%. Deze groei kwam vrijwel geheel voor rekening van het lichtere segment: populaire muziek, musical en cabaret. Ook de kunstbeoefening in de vrije tijd maakte de afgelopen tien jaar een lichte groei door, van 38% in 1995 naar 44% in 2007.

Binnen de tijd die mensen aan media besteden, verschuift de aandacht van de gedrukte en audiovisuele media naar internet. Deze ontwikkeling doet zich vooral voor onder jongeren

Onveiligheidsgevoelens verder gedaald

De criminaliteit is sinds 2002 voortdurend gedaald, zowel volgens ondervraagde burgers zelf als volgens de politiestatistieken. Dit was vooral het gevolg van een afname van de vermogensdelicten. Het aantal vernielingen en misdrijven tegen de openbare orde nam echter toe. Ook financieel-economische delicten (verduistering, valsheidsmisdrijven en bedrog) worden sinds 2007 vaker door de politie geregistreerd.

Het aandeel misdrijven dat door de politie werd opgehelderd, nam toe van 20% in 2003 tot 23% in 2007. Van de mensen die contact met de politie hebben gehad, was 57% in 2008 daar (zeer) tevreden over. Dit percentage is de afgelopen jaren geleidelijk gestegen. Het imago van de politie onder burgers is sinds 2004 verbeterd en is thans redelijk stabiel.

De antidiscriminatiebureaus ontvingen in 2007 ruim 4200 klachten over discriminatie. Dat is minder dan in de twee voorafgaande jaren. Ras, afkomst en huidskleur zijn de meest voorkomende redenen van discriminatie.

Het percentage Nederlanders dat zich wel eens onveilig voelt, daalde van 27% in 2005 tot 20% in 2008. De groep mensen die zich vaak onveilig voelt (3% van de bevolking) is echter niet kleiner geworden.

Terugval in aantal nieuwbouwwoningen

Bijna 90% van de Nederlanders is tevreden met zijn woning. Onder Marokkaanse, Turkse en Surinaamse Nederlanders groeit het eigenwoningbezit snel en neemt hun achterstand in woonkwaliteit af. Het aantal nieuwe woningen bereikte in 2008 een hoogtepunt met bijna 80.000 nieuwe huizen. Voor 2009 wordt een terugval verwacht naar ruim 70.000 woningen en voor 2010 een aantal dat naar verwachting lager zal liggen dan 60.000.

Het aandeel koopwoningen in Nederland is gestegen naar 57%. De meeste koopwoningen liggen buiten de Randstad; de meeste huurwoningen staan in de vier grote steden.

In de wijken uit de jaren '60 en '70 zijn naar verhouding weinig winkels, wonen relatief veel 50-plussers, groeit het aandeel niet-westerse allochtonen en is sprake van een sterke toename van sociale achterstand.

Gevolgen van de economische crisis ongelijk verdeeld

De sociale staat van Nederland kijkt terug tot en met 2008. De sociale gevolgen van de crisis zijn (nog) niet of nauwelijks zichtbaar en nog niet in cijfers te vangen. Vanuit een macro-economisch perspectief gezien lijkt de economische crisis mee te vallen en is Nederland van een rijk land een (tijdelijk) minder rijk land geworden. Maar de verdeling van de terugslag zal zeer ongelijk blijken te zijn. Als we afgaan op de gevolgen die vorige crises hadden op de leefsituatie, dan is het waarschijnlijk dat vooral mensen aan het begin en aan het eind van hun arbeidsloopbaan, laagopgeleiden en mensen die al werkloos zijn, getroffen worden. Het duurt echter even voor de inkomens en de werkgelegenheid geraakt worden door een economische neergang. Dat verklaart waarom de Nederlanders vooralsnog in meerderheid tamelijk laconiek zijn over de eventuele persoonlijke gevolgen van de crisis. Rekening moet echter worden gehouden met het feit, dat ook bij economisch herstel de effecten van de neergang nog enkele jaren kunnen doorwerken.


SCP-publicatie 2009/14, De Sociale Staat van Nederland 2009 , Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, november 2009, ISBN 978 90 377 0434 1, prijs € 21,90.

Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2009 / De sociale staat van Nederland 2009 / Persbericht 'De Sociale Staat van Nederland 2009'

Menu