Persbericht: Monitor Duurzaamheid 2009
Grootste duurzaamheidsproblemen vereisen internationale aanpak
Vanaf de Tweede Wereldoorlog is het gemiddelde inkomen, de
gezondheid en het opleidingsniveau in Nederland aanzienlijk toegenomen.
Bovendien hebben Nederlanders een grote mate van vertrouwen in hun
medeburgers en de instituties. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid is er
aandacht nodig voor arbeid en vergrijzing, kennis en sociale cohesie. De
grootste 'zorgen voor morgen' spelen echter op milieugebied. Vooral de
problemen op het vlak klimaatverandering en biodiversiteit zijn weerbarstig
doordat de oplossingen een internationale aanpak vereisen. Bij de oplossing
van de duurzaamheidsproblemen wordt de overheid op veel terreinen
geconfronteerd met afruilen: beleid in de ene richting heeft vaak negatieve
gevolgen op een ander gebied.
Dit alles blijkt uit de vandaag verschenen Monitor Duurzaam Nederland
2009 . De monitor is een gezamenlijke publicatie van het Centraal Bureau
voor de Statistiek (CBS), het Centraal Planbureau (CPB), het Planbureau voor
de Leefomgeving (PBL) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De
monitor is ontwikkeld op verzoek van het kabinet en maakt onderdeel uit van
de Kabinetsbrede Aanpak Duurzame Ontwikkeling (KADO).
Duurzaamheid krijgt handen en voeten
Duurzaamheid wordt vaak als verzamelbegrip gehanteerd waarbij
niet duidelijk is wat er wordt bedoeld. In de monitor is het brede begrip
duurzame ontwikkeling nader uitgewerkt en meetbaar gemaakt. Uitgangspunt is
dat de hulpbronnen (natuurlijk, sociaal, menselijk en economisch kapitaal) in
kaart worden gebracht die zowel voor de huidige als de toekomstige generaties
van belang zijn in hun streven naar welvaart. In het welvaartsbegrip worden
naast de materiële welvaart (bbp) ook andere aspecten meegenomen, zoals de
mate waarin burgers elkaar vertrouwen, vrije tijd en schone lucht.
De monitor presenteert indicatoren voor twaalf thema's. Met deze
indicatorenset wordt de ontwikkeling op het gebied van duurzaamheid zichtbaar
gemaakt. Bovendien wordt inzicht verschaft hoe Nederland zich verhoudt ten
opzichte van andere landen. Omdat duurzaamheid gaat over de structurele
kwaliteit van de samenleving is er veel aandacht voor de
langetermijnontwikkelingen van de indicatoren.
Op veel terreinen gaat het goed
Het gemiddeld inkomen, de gezondheid en het onderwijsniveau zijn in Nederland vanaf midden vorige eeuw flink toegenomen. De inwoners van Nederland hebben bovendien veel vertrouwen in elkaar en in de instituties van het land. Nederland is een 'high trust society'. De bedrijven hebben een grote hoeveelheid kennis opgebouwd en beschikken over productieve arbeidskrachten. De kwaliteit van bodem, water en lucht is de laatste decennia sterk verbeterd, hoewel we, als dichtbevolkt land, vergeleken met Europa nog relatief veel schade aan natuur en gezondheid ondervinden door de lokale milieuvervuiling (bijvoorbeeld fijn stof). De geschetste positieve trends vormen een stevig fundament voor de welvaart en duurzaamheid van ons land, maar er zijn ook punten van zorg.
Klimaat en biodiversiteit zijn grootste zorgen
De grootste duurzaamheidsproblemen zijn de klimaatverandering en het
verlies van biodiversiteit. Deze problemen hebben een sterk mondiaal karakter
wat de oplossing zeer moeilijk maakt.
Klimaatverandering. Volgens de huidige mondiale trends zal de
temperatuurstijging in deze eeuw vermoedelijk meer dan twee graden bedragen.
Weliswaar is het technisch mogelijk het klimaatprobleem te beperken tot een
temperatuurstijging van twee graden, maar het is vooralsnog niet gelukt om de
hiervoor noodzakelijke mondiale afspraken te maken. Ons land heeft grote
mogelijkheden om de emissies van broeikasgassen vanuit de bebouwde omgeving
te verminderen. Direct en indirect gaat het om een vermindering van maximaal
30 procent van de totale emissie.
Biodiversiteit . In Nederland is op het land nog maar 15 procent van
de oorspronkelijke biodiversiteit over. Ook in de rest van de wereld legt met
name de landbouw een grote druk op de ruimte en daarmee op de nog aanwezige
biodiversiteit. Met de huidige trends zal het tempo van de vermindering van
de biodiversiteit vermoedelijk zelfs versnellen. Nederland legt via de
consumptieve bestedingen een relatief groot beslag op de natuurlijke
hulpbronnen van andere landen. Ter wille van de mondiale duurzaamheid is een
verhoging van de landbouwproductiviteit nodig. Dit is gunstig voor het
armoede- en voedselvraagstuk en voor de biodiversiteit. Technologie alleen
zal echter onvoldoende zijn om het verlies aan biodiversiteit te stoppen. Ook
een verminderde vleesconsumptie kan daaraan bijdragen. De trend is juist
omgekeerd: vooral in de zich ontwikkelende landen wordt steeds meer vlees
gegeten. Samen met het gericht beschermen van vooral tropische natuur zijn
deze maatregelen ook gunstig voor het te voeren klimaatbeleid. Bovendien zijn
de kosten van deze maatregelen beduidend geringer.
Aandacht geboden voor vergrijzing, kennis en sociale cohesie
Op nationale schaal zijn er aandachtspunten die samenhangen met arbeid en
vergrijzing, kennis en sociale cohesie.
Arbeid en vergrijzing. De toenemende vergrijzing heeft een drukkend
effect op de beschikbare arbeid en financiële middelen. Door te investeren in
kennis en het verhogen van de deelname van vrouwen, ouderen en allochtonen
aan het arbeidsproces kan hier tegenwicht tegen worden geboden.
Kennis. Voor de arbeidsproductiviteit op lange termijn is het van essentieel
belang dat ons onderwijssysteem goed functioneert en dat bedrijven innoveren.
Er zijn geen aanwijzingen dat het stelselmatig slecht gaat met de Nederlandse
kenniseconomie. Wel zijn er zorgen over schooluitval, het gebrek aan
excellentie, het lerarentekort, de kwaliteit van het onderwijs en de
samenwerking tussen universiteiten en bedrijven.
Sociale cohesie. Ondanks het grote vertrouwen dat Nederlanders
hebben in hun medeburgers en in maatschappelijke instituties maakt de burger
zich zorgen over de sociale cohesie in de toekomst. Een hoog percentage van
de burgers ziet spanningen tussen etnische groepen, zij het dat de meeste
Nederlanders de integratieproblemen vooral als iets tijdelijks beschouwen.
Bij de mate van sociale cohesie speelt sociaaleconomische ongelijkheid een
rol. Op belangrijke maatschappelijke terreinen (arbeidsmarkt, inkomen)
verkeren vrouwen, niet-westerse allochtonen en laagopgeleiden in een
achterstandspositie.
Duurzaamheidsbeleid en afruilen
Duurzaamheidsbeleid is keuzes maken met de schaarse middelen die we tot onze beschikking hebben. Meer van het één betekent vaak minder van het ander. In veel gevallen spelen er afruilrelaties tussen het 'hier en nu' met het 'elders en later'. Zo staat tegenover de schade aan klimaat en biodiversiteit een groeiende materiële welvaart. De lusten zijn vaak voor de huidige generatie en de ontwikkelde wereld, de lasten voor 'elders en later'. Het zijn dergelijke spanningen waarmee de overheid wordt geconfronteerd bij het formuleren van beleid. Voor klimaatverandering en biodiversiteit is de internationale coördinatie een grote complicerende factor.
Twitter
Facebook
del.icio.us
Hyves
LinkedIn
Digg
Google Bookmarks