U bevindt zich op: Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2011 / De basis meester
Taal en rekenen zijn basisvaardigheden waarvan het
tegenwoordig niet altijd vanzelfsprekend is dat leerlingen en studenten ze
ook goed beheersen. Centraal doel in het landelijk onderwijsbeleid is het
verbeteren van deze basisvaardigheden, door gericht - in alle sectoren van
het onderwijs - meer aandacht te besteden aan taal en rekenen of wiskunde, en
meer opbrengstgericht te werken.
Dit rapport laat zien hoe verschillende, bij het basis- en voortgezet
onderwijs betrokken actoren deze landelijke beleidsdoelstelling opvatten en
al dan niet in praktijk brengen. Het rapport is gebaseerd op een kwalitatief
onderzoek bestaand uit verschillende onderzoeksrondes (één schriftelijke
ronde en daarna ter verdieping twee rondes met groepsgesprekken). In het
rapport komen schooldirecties, schoolbestuurders, leerkrachten in het
basisonderwijs en docenten in het voortgezet onderwijs, ouders in de
medezeggenschapsraden van scholen, interne toezichthouders, gemeentelijk
beleidsmedewerkers en wethouders met onderwijs in hun takenpakket of
portefeuille aan het woord. Doel van het onderzoek was om een breed beeld te
schetsen van hoe men in het onderwijsveld vanuit verschillende posities,
tegen dit thema aankijkt.
Alle partijen vinden de basisvaardigheden heel belangrijk; er is dus zeker
sprake van een draagvlak voor dit beleid, maar dat betekent nog niet dat
iedereen zich daar ook even goed voor kan, of wil, inzetten. Duidelijk wordt
dat de landelijke beleidsdoelen heel verschillend worden opgevat en in
praktijk gebracht.