logo

Geen scherp onderscheid tussen ‘particuliere’ en ‘reguliere’ woonzorg

02 juli 2019

Dat is een van de conclusies uit een verkennend SCP-onderzoek over de particuliere woonzorgsector. De kennis over deze sector is nog relatief beperkt. Particuliere woonzorg voor ouderen wordt vaak opgezet door bevlogen zorgprofessionals of ondernemers met een persoonlijke ervaring in de zorg. Particuliere en reguliere woonzorg voor ouderen zijn niet tegengesteld, maar bestaan naast elkaar, overlappen deels en vullen elkaar aan.

Ondanks groei is aandeel particuliere woonzorg voor ouderen klein

De particuliere huizen waar ouderen langdurige zorg kunnen krijgen, zijn in het algemeen kleinschalig. Bestaande, reguliere zorginstellingen hebben tegenwoordig vaak ook kleinschalig wonen in hun aanbod. Het particuliere woonzorgaanbod maakt maar een zeer bescheiden deel uit van het totale woonzorgaanbod waar ouderen zorg uit de Wet langdurige zorg (Wlz) – veelal verpleeghuiszorg - kunnen ontvangen. Geïnterviewden spreken wel van een groei en zien nieuwe initiatieven om zich heen, maar omdat het meestal om kleinschalige locaties gaat, bedienen zij een relatief bescheiden deel van de ouderen met een behoefte aan wonen met langdurige zorg.

Zorg uit publiek middelen betaald

Van zuivere, door ouderen zelf bekostigde particuliere woonzorg is zelden sprake. De kosten voor wonen en zorg zijn gescheiden. Net als in de reguliere instellingen wordt de langdurige zorg vrijwel altijd uit publieke middelen betaald, maar het wonen en eventuele aanvullende services betalen de ouderen zelf. Ouderen die er wonen en langdurige zorg ontvangen, hebben doorgaans een indicatie voor de Wlz. De kosten voor de zorg worden betaald uit een persoonsgebonden budget (pgb) of via een Volledig Pakket Thuis (VPT). Ook in sommige reguliere zorginstellingen kunnen ouderen zorg ontvangen die zij middels VPT of soms met een pgb bekostigen, vaak in een kleinschalige woonsetting, waar men soms ook extra diensten biedt zoals luxere maaltijden of een uitgebreider recreatief aanbod. Er is daarnaast weinig verschil in de voorwaarden voor het leveren van zorg: reguliere en particuliere organisaties moeten veelal aan dezelfde kwaliteitseisen voldoen. Bij sommige particuliere zorgaanbieders kan de zorg uitsluitend via een pgb worden betaald, maar steeds vaker sluiten zij een contract met een zorgkantoor en leveren zij de zorg via VPT. Particuliere aanbieders zijn doorgaans klein, maar sommige organisaties openen meerdere locaties, en groeien daarmee in schaalgrootte. Particuliere aanbieders bieden geen Zorg in natura (Zin), dat wil zeggen, het complete pakket aan zorg, verblijf en medische behandeling ineen. Dat kan alleen in reguliere zorgorganisaties waar een hele zorginfrastructuur met een behandelend team (bv. specialisten ouderengeneeskunde, fysiotherapeut, psychologen ) beschikbaar is. Voor hoog complexe zorgvragen zijn ouderen doorgaans alsnog op reguliere zorgorganisaties aangewezen.

‘Wonen met zorg’ in plaats van ‘zorg met verblijf’

De ‘particuliere’ aanbieders zeggen hun aanbod vaak anders in te steken dan de reguliere aanbieders. Niet zozeer de zorg alleen staat centraal, maar de ouderen zijn er huurders, die kiezen voor een locatie, sfeer of het aanbod aan aanvullende services. Bij sommige particuliere aanbieders kunnen ook echtparen terecht of ouderen die nog geen of een lichte zorgbehoefte hebben. De particuliere woonzorglocaties zijn doorgaans niet gebouwd als ‘verpleeghuizen’, maar bestaan vaak uit gebouwen die voorheen een andere functie hadden of uit speciaal bestemde nieuwbouw.

Particuliere woonzorg is niet alleen voor rijke ouderen

De verwachting dat het particuliere aanbod van woonzorg uitsluitend binnen het bereik van vermogende ouderen ligt, blijkt niet helemaal te kloppen. Particulier woonzorgaanbod bedient veelal ouderen met hogere inkomens, maar er is ook (steeds meer) aanbod voor ouderen met een middeninkomen. Er is zelfs aanbod voor ouderen met alleen AOW, al is dat nog erg schaars. Er lijkt een groeiende behoefte te zijn aan kleinschalige woonzorg voor ouderen met midden- en lage inkomens.

Particuliere woonzorg biedt kansen…

De particuliere woonzorgsector voor ouderen lijkt aan te sluiten bij een behoefte van een deel van de ouderen en zal waarschijnlijk verder groeien. De woonzorgconcepten van de particuliere sector kunnen de reguliere woonzorg aanzetten tot innovatie van het bestaande aanbod. Dat vergroot ook de keuzemogelijkheden voor ouderen. Ook zou particulier aanbod kunnen inspelen op regionale behoeften, bijvoorbeeld in gebieden met veel vergrijzing en een laag voorzieningenniveau.

…maar er zijn ook uitdagingen

Voor complexe zorgvragen van ouderen, hebben particuliere woonzorgaanbieders vaak niet voldoende deskundigheid en mogelijkheden in huis, en soms blijkt de huisvesting ook niet geschikt. Een specialist ouderengeneeskunde is in de particuliere woonzorg doorgaans niet beschikbaar. Voor medische vragen zijn ouderen vaak aangewezen op de huisarts, maar die kunnen zich overvraagd voelen als een particuliere aanbieder zich in hun wijk vestigt. Dit vraagt om een goede inbedding in de lokale zorginfrastructuur.

Over dit onderzoek

Deze verkenning van de particuliere woonzorgsector is gebaseerd op gesprekken met sleutelpersonen (medewerkers van brancheorganisaties, toezichthoudende instanties en kenniscentra), ondernemers en zorg-/locatiemanagers van particuliere woonzorgorganisaties. Tevens werden vijf locaties bezocht.

Home / Nieuws / Geen scherp onderscheid tussen ‘particuliere’ en ‘reguliere’ woonzorg

Menu