logo

Invoeren Participatiewet en afsluiten sociale werkvoorziening heeft baankansen Wsw-doelgroep verminderd

05 september 2018

Verschenen: 'Van sociale werkvoorziening naar Participatiewet. Hoe is het de mensen op de Wsw-wachtlijst vergaan?'

  • Met de invoering van de Participatiewet is de toegang tot de sociale werkvoorziening afgesloten voor nieuwe instroom. Dit heeft de baankansen en de duurzaamheid van de gevonden banen verlaagd voor de Wsw-doelgroep (Wet sociale werkvoorziening). De uitkeringsafhankelijkheid van de baanvinders uit deze doelgroep steeg juist.
  • De baankansen van de mensen die (voorheen) op de Wsw-wachtlijst stonden, daalden van gemiddeld 50% voor invoering van de Participatiewet naar 30% na invoering van de wet.
  • Ook de duurzaamheid van de banen daalde. 51% van de gevonden banen heeft een duur van ten minste een jaar, tegenover 65% à 77% in de oude situatie.
  • De uitkeringsafhankelijkheid van de baanvinders steeg. Van degenen die sinds de invoering van de participatiewet in beide navolgende jaren een baan hadden, ontving 63% een uitkering naast het werk. Dit is iets meer dan in de oude situatie (58% à 60%).
  • Voor de introductie van de Participatiewet hadden mensen met ofwel een bijstandsuitkering ofwel een Wajong-uitkering en mét een Wsw-indicatie een grotere kans om aan een baan te komen dan mensen met dezelfde uitkering maar zonder Wsw-indicatie. Dit verschil is na de invoering van de Participatiewet verdwenen.

Het kabinet heeft het streven om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen, onder meer door invoering van de Participatiewet. Dit streven is vooralsnog niet gerealiseerd voor de doelgroep-Wsw. Daarbij gaat het om mensen met arbeidsbeperkingen die voorheen onder aangepaste omstandigheden zouden werken in de sociale werkvoorziening, maar die nu vallen onder de Participatiewet. Door de invoering van de Participatiewet en daarmee samenhangend de afsluiting van de sociale werkvoorziening daalde de kans op duurzaam werk voor deze groep met een arbeidsbeperking en steeg de uitkeringsafhankelijkheid van degenen die een baan vonden.

Dit blijkt uit Van sociale werkvoorziening naar Participatiewet. Hoe is het de mensen op de Wsw-wachtlijst vergaan?, een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). De studie is een onderdeel van de eindevaluatie van de Participatiewet, die het SCP verricht op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Onderwerp zijn de mensen die eind 2014 op de wachtlijst stonden voor een baan in de sociale werkvoorziening, maar die sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet vallen. Zij kunnen worden beschouwd als representatief voor de doelgroep-Wsw.

Dit onderzoek betreft een tussenrapportage. In het eindrapport van de eindevaluatie Participatiewet, dat eind 2019 zal verschijnen, zullen de cijfers geactualiseerd worden en zal ook ingegaan worden op de andere doelgroepen van de Participatiewet zoals Wajongers, klassieke bijstandsgerechtigden en nuggers (niet-uitkeringsgerechtigden).

De Participatiewet is op 1 januari 2015 in werking getreden en heeft als doel een inclusieve arbeidsmarkt te creëren voor mensen met arbeidsvermogen die, bijvoorbeeld vanwege een arbeidsbeperking, ondersteuning nodig hebben bij het vinden van werk. Met de Participatiewet is er één regeling gekomen voor mensen met een arbeidsbeperking of afstand tot de arbeidsmarkt. De verwachting is dat dit voor werkgevers overzichtelijker is en het makkelijker zal maken om mensen met een arbeidsbeperking in dienst te nemen. Ook wordt verwacht dat meer integraliteit leidt tot een betere uitvoering. De Participatiewet vervangt de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). De uitvoering van de wet ligt in handen van de gemeenten.
De Participatiewet betreft work in progress: gemeenten kregen te maken met nieuwe verantwoordelijkheden, nieuwe doelgroepen en nieuwe werkprocessen, die ze zich nog eigen moeten maken.

Tegelijk met de introductie van de wet is de toegang tot de sociale werkvoorziening afgesloten voor nieuwe instroom. Mensen die op dat moment al een baan in de sociale werkvoorziening hadden, konden die behouden. De ruim 11.000 mensen die 31 december 2014 op de wachtlijst stonden voor zo’n baan, raakten hun indicatie echter kwijt en vormen nu één van de doelgroepen van de Participatiewet. Dit rapport geeft een eerste beeld van de gevolgen van de invoering van de Participatiewet voor deze mensen op de wachtlijst. Gekeken is naar de arbeidsparticipatie, naar de duur en de contractvorm van de gevonden banen en naar de uitkeringsafhankelijkheid van de baanvinders.

Kleinere baankansen voor voormalige Wsw-wachtlijsters

Van de mensen die eind december 2014 op de wachtlijst stonden voor een baan in de sociale werkvoorziening en die vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet vielen, blijkt 30% in de twee jaren daarna werk te hebben gevonden. Onder de wachtlijsters uit eerdere jaren (2010-2013) lag het aandeel baanvinders in de twee navolgende jaren telkens rond 50% (zie onderstaande figuur). Het afsluiten van de toegang tot de sociale werkvoorziening heeft dus tot een duidelijke daling van de baankansen geleid. De opname van de wachtlijsters in het UWV-doelgroepregister en het feit dat zij als eerste in aanmerking komen voor een baan in het kader van de banenafspraak, heeft dit niet kunnen tegengaan. Van de baanvinders komt ruim 30% in flexibel werk (uitzend- of oproepbanen) terecht.

Baankans van mensen op de Wsw-wachtlijst in het eerste en/of tweede navolgende jaar (gecorrigeerde percentages)
figuur 1 baankans van mensen op Wsw-wachtlijst in eerste en/of tweede navolgende jaar (gecorrigeerde percentages)

 

Minder vaak duurzaam werk voor de wachtlijsters van 2014

Van de banen die de Wsw-wachtlijsters van eind 2014 hebben gevonden, is iets meer dan de helft (51%) langdurig te noemen: deze banen hebben een duur van een jaar of langer. Bij de wachtlijsters van 2010 lag dit nog op 65% en bij die van 2013 op 77%. Dit laatste percentage komt waarschijnlijk doordat de sociale werkvoorzieningsbedrijven, in aanloop naar de Participatiewet, de baanvinders hebben willen helpen hun Wsw-baan te behouden door ervoor te zorgen dat men die baan nog had op het moment dat de nieuwe wet in werking trad.

Merendeel van de baanvinders onder de wachtlijsters heeft naast het werk een uitkering

De uitkeringsafhankelijkheid van de baanvinders uit de Wsw-doelgroep steeg. Van de wachtlijsters uit 2014 die in 2015 en 2016 een baan hadden, ontvangt 63% ook een uitkering. Dit is iets meer dan bij de baanvinders onder de wachtlijsters uit de periode 2010-2013. Bij deze laatste groepen bedraagt het aandeel uitkeringsontvangers 58%-60%. Meestal betreft het een Wajong- of een bijstandsuitkering. De stijging van het aandeel baanvinders met een uitkering wordt vooral veroorzaakt door de stijging van het aandeel baanvinders uit de Wsw-doelgroep met een Wajong-uitkering (van 20% naar 26%). Het aandeel werkenden dat naast het werk een bijstandsuitkering ontvangt, schommelt in de hele onderzochte periode rond 17%.

Van voorsprong naar (bijna) gelijkstand

Voor de invoering van de Participatiewet hadden uitkeringsontvangers die op de Wsw-wachtlijst stonden, meer kans om aan een baan te komen dan mensen met dezelfde uitkering die niet op die wachtlijst stonden. In dit rapport is speciaal gekeken naar bijstandsontvangers en Wajongontvangers. Bij de bijstandsontvangers kwam in de oude situatie rond 50% van degenen op de wachtlijst aan het werk, tegenover rond 30% van degenen die niet op de wachtlijst stonden. Na de invoering van de Participatiewet is de kans op werk in de eerste groep sterk gedaald, van 50% naar 22%. In de tweede groep is sprake van een lichtere daling, van 30% naar 24%. De voorsprong van de bijstandsontvangers die voorheen op de Wsw-wachtlijst stonden, is dus omgeslagen in een lichte achterstand. Bij de Wajongontvangers is het anders gegaan: hier daalde het aandeel baanvinders onder de mensen op de wachtlijst (van rond 50% naar 35%), maar is het bij degenen zonder indicatie juist iets gestegen (van 30% naar 34%). Het aandeel baanvinders is nu dus ongeveer gelijk in beide groepen. Onderstaande figuren geven de bevindingen weer.

Baankans van bijstandsontvangers met en zonder Wsw-indicatie in het eerste en/of tweede navolgende jaar (gecorrigeerde percentages)
figuur 2 Baankans van bijstandsontvangers met en zonder Wsw-indicatie in eerste en/of tweede navolgende jaar (gecorrigeerde percentages)

 

Baankans van Wajongers met en zonder Wsw-indicatie in het eerste en/of tweede navolgende jaar (gecorrigeerde percentages)
figuur 3 Baankans Wajongers met en zonder Wsw-indicatie in eerste en/of tweede navolgende jaar (gecorrigeerde percentages)

 

Andere bevindingen uit de rapportage zijn:

  • Binnen de groep mensen op de wachtlijst hebben sommige groepen meer kans om een baan te vinden dan andere. Mannen, jongeren tot 25 jaar en autochtone Nederlanders hebben de meeste kans een baan te verwerven; voor 55-plussers, Nederlanders met een migratieachtergrond en mensen met een psychische beperking is die kans juist relatief laag.
  • Sinds de invoering van de Participatiewet zijn de re-integratie-inspanningen toegenomen. Vanaf 2010 was sprake van een duidelijk dalende trend in het aandeel wachtlijsters dat een re-integratietraject volgde, maar dit is omgeslagen in een stijging. Van de mensen op de wachtlijst uit 2013 volgde rond 20% in de twee navolgende jaren een re-integratietraject, bij die uit 2014 was dit rond 25%. In de onderzochte periode ging dit echter niet gepaard met hogere baankansen.

Home / Nieuws / Invoeren Participatiewet en afsluiten sociale werkvoorziening heeft baankansen Wsw-doelgroep verminderd

Menu