logo

Nederlanders dubbel over discriminatie

29 juni 2017

Burgerperspectieven 2017|2

Kwartaalthema: de publieke opinie over discriminatie

  • In Nederland is het discriminatiebewustzijn relatief groot
  • Tegelijkertijd is er veel onduidelijkheid over wat discriminatie inhoudt en scepsis over discriminatie-ervaringen
  • LHB’ers, moslims en etnische minderheden volgens burgers het meest gediscrimineerd

Verder dit kwartaal:

  • Stemming over Nederland en politiek positiever
  • Samenleven en immigratie/integratie blijven belangrijkste zorgen
  • Nederlanders sinds 1970 minder ‘rechts’ en in meerderheid ‘progressief’
  • Dalend vertrouwen van jongeren in kranten en televisie

Dit zijn enkele uitkomsten van het tweede kwartaalbericht van 2017 over het Continu Onderzoek Burgerperspectieven (COB). Het SCP besteedt hierin aandacht aan de stemming in Nederland en opvattingen over politieke en maatschappelijke kwesties. Speciale aandacht is er dit kwartaal voor de publieke opinie over discriminatie in Nederland.

In Nederland is het discriminatiebewustzijn relatief groot

In vergelijking met andere Europese landen, geven burgers hier relatief vaak aan dat discriminatie in Nederland voorkomt (gemiddelde 3,5 op een schaal van 1 tot 5). Als het gaat om eigen ervaringen met discriminatie hoort Nederland tot de middenmoot in Europa: 22% stelt er wel eens mee te maken te hebben. Van de Nederlanders keurt 68% discriminatie af. Hogeropgeleiden (76%) en aanhangers van GroenLinks/PvdA (83%) vinden discriminatie vaker dan gemiddeld verwerpelijk. Burgers zeggen discriminatie erger te vinden als het henzelf of hun naasten treft, dan wanneer het gaat om mensen die verder van hen afstaan. 54% van de Nederlanders heeft het gevoel dat er nu vaker wordt gediscrimineerd dan twintig jaar geleden. Volgens burgers kan dit te maken hebben met een grotere zichtbaarheid van minderheidsgroepen (mensen uiten bijvoorbeeld makkelijker een seksuele orientatie), wat meer kwetsbaar maakt voor discriminatie. Ook wordt genoemd dat de tolerantie ten aanzien van discriminatie is veranderd: wat vroeger werd gezien als pesten waar je maar tegen moest kunnen wordt dat tegenwoordig beschouwd als discriminatie en onacceptabel.

Veel scepsis over discriminatie-ervaringen

Er is echter ook veel scepsis over ervaren discriminatie. 72% vindt dat er tegenwoordig te snel geroepen wordt dat iets discriminatie is. Dat kan komen doordat mensen geen scherp omlijnd idee hebben van discriminatie. Daardoor wordt discriminatie soms wel erg breed ingevuld, bijvoorbeeld door alles wat kwetsend is als discriminatie te bestempelen. Dat schept ruimte om discriminatie-ervaringen te bagatelliseren en van anderen een dikkere huid of meer weerbaarheid te verlangen. Discriminatie wordt zo een fact of life, waar mensen maar mee moeten leren omgaan. Dat er ongelijke machts- en kansverhoudingen tussen groepen in de samenleving bestaan blijft daardoor buiten beeld.

LHB’ers, moslims en etnische minderheden volgens burgers meest gediscrimineerd

Vooral lhb’ers (lesbische, homoseksuele en biseksuele personen), etnische minderheden, moslims en mensen met een beperking worden volgens burgers gediscrimineerd. Tegelijkertijd vindt men dat vooral etnische minderheden en moslims vaak (over)gevoelig zijn voor discriminatie en met enige regelmaat onterecht zeggen dat zij gediscrimineerd worden.

Trends in de publieke opinie

Stemming over Nederland en politiek positiever

De stemming is in april 2017 op veel fronten positiever. Zo vinden meer mensen dat het met Nederland de goede kant opgaat, namelijk 38% in het tweede kwartaal tegenover 25% in het vorige kwartaal. 54% geeft de Tweede Kamer en de regering een 6 of hoger als rapportcijfer. In het vorige kwartaal werd de Tweede Kamer nog door 48% met een voldoende gewaardeerd en de regering door 47%. De tevredenheid met de Haagse politiek stijgt van 48% naar 55%. Ook over de Europese politiek wordt men positiever: de tevredenheid stijgt van 40% naar 45%. 47% vindt het Nederlandse EU-lidmaatschap een goede zaak (dat was vorig kwartaal 42%).

Samenleven en immigratie/integratie blijven belangrijkste zorgen

Nederlanders ervaren de manier van samenleven en immigratie/integratie als de grootste maatschappelijke problemen. Zorgen over immigratie en integratie worden in vergelijking met 2015 minder vaak genoemd, maar nog altijd veel vaker dan in de periode 2008-2014. Net als in voorgaande kwartalen gaan veel van deze zorgen over vluchtelingen, asielzoekers en (im)migratie. Verder worden veel genoemd: integratie, islam, islamisering en racisme. Zorgen over het ‘samenleven’ gaan over individualisme/egoïsme/ik-cultuur, onverdraagzaamheid/ intolerantie, respectloosheid, normen en waarden, en discriminatie.

Minder ‘rechts’ en onverminderd ‘progressief’

Tussen 1970 en 2015 zijn Nederlanders zichzelf politiek wat minder rechts en meer in het midden gaan plaatsen. Daarnaast vinden zij zichzelf vooral progressief of vooruitstrevend, en minder conservatief of behoudend. In 2017 plaatst de achterban van GroenLinks zich het meest ‘links’ en ‘progressief’, de aanhang van de VVD het meest ‘rechts’ en de aanhang van de ChristenUnie en het CDA het meest ‘conservatief’. Steun voor de multiculturele samenleving en de EU is bij uitstek iets van ‘links’ en ‘progressief’. Wie zich met die begrippen identificeert, heeft ook meer vertrouwen in mensen en instituties; mensen die zichzelf in het midden plaatsen hebben minder vertrouwen.

Dalend vertrouwen van jongeren in kranten en televisie

Het vertrouwen in kranten en televisie is sinds 2008 bij 18-34-jarigen harder gedaald dan hun vertrouwen in andere instituties en harder dan bij 35-plussers. De veranderingen en verschillen van vertrouwen in de media houden verband met veranderingen en verschillen in het gebruik van media om zich over de landelijke politiek te informeren. Bij jongeren is er een sterkere verschuiving geweest van kranten en tv naar internet. Dat kan de daling van hun vertrouwen in de media echter slechts ten dele verklaren.

Het SCP doet sinds 2008 het COB voor het kabinet op verzoek van de Voorlichtingsraad. Elk kwartaal wordt een enquête gehouden en zijn er afwisselend focusgroepen (even kwartalen) en telefonische vervolginterviews met geënquêteerden (oneven kwartalen). De enquête is dit kwartaal gehouden tussen 1 april en 3 mei 2017. In de kwartaalberichten komt ook ander opinieonderzoek aan bod. Dit kwartaal zijn de onderzoekers Josje den Ridder, Iris Andriessen en Paul Dekker.

Home / Nieuws / Nederlanders dubbel over discriminatie

Menu