logo

Wmo-ondersteuning droeg bij aan redzaamheid en participatie, maar niet voor iedereen

25 oktober 2017

Dit blijkt uit de studie Zicht op de Wmo 2015; Ervaringen van melders, mantelzorgers en gespreksvoerders

Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht redzaam zijn. Als iemand zich bij de gemeente meldt voor ondersteuning, dan moet de gemeente volgens de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) onderzoek doen naar de persoonlijke situatie. Uit een studie naar Wmo-melders, mensen die zich in 2015 meldden bij hun gemeente, blijkt dat vier op de vijf een gesprek met de gemeente over hun ondersteuningsbehoefte hebben gehad. Deze behoefte kan te maken hebben met redzaamheid, deelnemen aan de samenleving, langer thuis wonen of het tegengaan van eenzaamheid. Meestal kregen de ouderen of mensen met een beperking, een maatwerkvoorziening om zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen. Bijna de helft van de melders kreeg ook hulp van familie of vrienden: mantelzorg. Als mantelzorgers aanwezig waren bij het ondersteuningsgesprek kwam volgens hen meestal niet aan bod wat zij deden en/of hoe zwaar het hulp geven voor hen was. Enkele maanden na het gesprek deed ruim een kwart van de melders niet mee aan de samenleving via bijvoorbeeld werk of verenigingsleven. Bijna een vijfde voelde zich zeer eenzaam. Dit zijn enkele bevindingen uit de publicatie Zicht op de Wmo 2015; Ervaringen van melders, mantelzorgers en gespreksvoerders van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

Oplossing voor ondersteuningsbehoefte was vaak maatwerkvoorziening

Ruim vier vijfde van de Wmo-melders kreeg als uitkomst van het gesprek een maatwerkvoorziening. Een op de tien kreeg alleen het advies om zelf ondersteuning te kopen of hulp in eigen kring te vragen van familie, vrienden of buren.

Een op de vier nam geen deel aan de samenleving en een op de vijf voelde zich zeer eenzaam

De doelen van de Wmo 2015 zijn redzaamheid, participatie, langer thuis wonen en zo min mogelijk eenzaamheid. Deze doelen werden voor de meeste melders bereikt. Maar voor een aanzienlijk deel ook niet. Ruim een kwart had geen werk, opleiding, verenigingen of vrijetijdsbesteding buitenshuis. En bijna een vijfde van de melders voelde zich zeer eenzaam. Drie op de vier melders die ondersteuning kregen, vonden dat die veel hielp. Maar ondanks de geboden hulp en ondersteuning kon een kwart van de melders niet het huishouden doen. Bijna een vijfde had, ook met hulp en ondersteuning, moeite om zich binnenshuis of buitenshuis te verplaatsen. En voor een kwart was het, ondanks hulp en ondersteuning, niet haalbaar om een zinvolle invulling te geven aan de dag.

Wettelijk verplicht onderzoek naar ondersteuningsbehoefte meestal uitgevoerd

Vier vijfde van de melders had een gesprek met een gespreksvoerder van de gemeente. Dat ging over hun probleem en wat voor ondersteuning ze nodig hadden. Ook was er dan vaak aandacht voor andere kanten van iemands leven die belangrijk zijn. Dat is hoe de wetgever het heeft bedoeld. Volgens de wet kunnen melders altijd gebruik maken van onafhankelijke cliëntondersteuning en persoonlijke ondersteuningsplannen. Maar melders deden dat niet vaak. Dat kwam vaak doordat ze niet wisten dat dat mogelijk was.

Twee op de drie mantelzorgers konden niet méér doen dan ze al deden

Iets minder dan de helft van de melders kreeg mantelzorg. Twee op de drie mantelzorgers zeiden dat ze niet méér konden doen dan ze al deden. De Wmo 2015 zet stevig in op mantelzorg. Maar als mantelzorgers aanwezig waren bij het ondersteuningsgesprek kwam volgens hen meestal niet aan bod wat zij deden en/of hoe zwaar het hulp geven voor hen was. Drie op de vier mantelzorgers in dit onderzoek deelden de hulp met de thuiszorg van Wmo of wijkverpleging. Van hen vond driekwart dat de zorg onderling goed werd afgestemd. Maar een vijfde had het gevoel dat de hulpverleners hen niet serieus namen.

Gemeenten voerden Wmo grotendeels naar bedoeling van de wet uit

De uitvoering van de Wmo 2015 in de onderzochte gemeenten verliep eind 2015/begin 2016 in grote lijnen zoals de wetgever bedoelde. Er was grote variatie in de manier waarop gemeenten de toegang tot de Wmo 2015 inrichtten. Maar alle gemeenten in het onderzoek waren op hun eigen manier bezig met de ‘transformatie’.

Groepen buiten beeld

Mensen die ondersteuning nodig hadden, maar niet bij de Wmo terecht kwamen, bleven in deze studie buiten beeld. Dat kan zijn, omdat zij de weg naar de Wmo niet hebben gevonden, of omdat zij zorg mijden.

Deze studie maakt onderdeel uit van de landelijke evaluatie van de Hervorming Langdurige Zorg (HLZ) die het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) op verzoek van het ministerie van VWS uitvoert.

Home / Nieuws / Wmo-ondersteuning droeg bij aan redzaamheid en participatie, maar niet voor iedereen

Menu