logo

Sociaal-economisch panelonderzoek (SEP)

In 1984 is het Centraal Bureau voor de Statistiek gestart met het Sociaal-economisch panelonderzoek (SEP). Doel van het onderzoek is een samenhangend beeld te geven van de sociaal economische situatie van huishoudens en personen, met name van veranderingen daarin. Daartoe worden circa 5.000 huishoudens in de tijd gevolgd. Met tussenpozen worden alle huishoudleden van 16 jaar of ouder ondervraagd over onderwerpen die betrekking hebben op de sociaal-economische situatie van het huishouden en van de personen zelf. Afhankelijk van de aard van het onderwerp worden vragen gesteld aan een persoon uit het huishouden (bij voorkeur het hoofd ) of aan alle tot het huishouden behorende personen van 16 jaar en ouder. Van alle personen, dus ook van die onder de 16 jaar, worden de belangrijkste persoonsgegevens voor het onderzoek verzameld. In het SEP zijn gegevens opgenomen over demografische kenmerken, opleiding, arbeidssituatie, inkomen, wonen, consumptie, bezit, schuld en welvaartsbeleving. CBS-informatie over het SEP staat op de CBS-website.

SEP-bestanden zijn te verkrijgen via DANS onder het studienummer P1663 (1984-2000) en P1718 (2001-2003).

Korte onderzoeksbeschrijving
Doelpopulatie

NL bevolking van 16 jaar en ouder, zelfstandig wonend

Soort onderzoek

enquête

Steekproefeenheid

adres

Entiteiten

personen en huishoudens

Steekproefkader

PTT-afgiftepuntenbestand

Steekproefmethode

tweetrapssteekproef: gemeenten, adressen

Verzamelmethode

mondelinge vragenlijst, vanaf 1991 computerondersteund (CAPI)

Steekproefomvang

tot april 1986 circa 4000 huishoudens en na april 1986 circa 5000 huishoudens

Respons

oorspronkelijke respons circa 50%, afgenomen tot circa 30%; jaarlijkse uitval circa 5%

Opdrachtgever

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Veldwerk

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

Frequentie

jaarlijks, tot 1990 tweemaal per jaar

Weging

naar gemeentegrootte, leeftijd, geslacht en burgerlijke staat

Verslagperiode

de uitgebreide inkomensvragen hebben betrekking op het voorafgaande kalenderjaar

Berichtgever

de vragen op huishoudniveau zijn aan één persoon in het huishouden, bij voorkeur het hoofd, gesteld

SEP'85

Veldwerkperiode

oktober 1985

Respons

11.838 personen; 4343 huishoudens

SEP'87

Veldwerkperiode

oktober 1987

Respons

13.875 personen; 5208 huishoudens

SEP'89

Veldwerkperiode

oktober 1989

Respons

13.716 personen; 5319 huishoudens

SEP'91

Veldwerkperiode

april 1991

Respons

11.278 personen; 4825 huishoudens

SEP'92

Veldwerkperiode

april 1992

Respons

13.426 personen; 5347 huishoudens

SEP'93

Veldwerkperiode

april 1993

Respons

13.078 personen; 5184 huishoudens

SEP'94

Veldwerkperiode

april 1994

Respons

13.029 personen; 5187 huishoudens

SEP'95

Veldwerkperiode

april 1995

Respons

12.791 personen; 5109 huishoudens

SEP'96

Veldwerkperiode

april 1996

Respons

12.897 personen; 5179 huishoudens

SEP'97

Veldwerkperiode

april 1997

Respons

12.584 personen; 5050 huishoudens

SEP'98

Veldwerkperiode

april 1998

Respons

12.373 personen; 4963 huishoudens

SEP'99

Veldwerkperiode

april 1999

Respons

12.516 personen; 5023 huishoudens

SEP 2000

Veldwerkperiode

2000

Respons

12.445 personen; 5008 huishoudens

SEP 2001

Veldwerkperiode

2001

Respons

12.080 personen; 4851 huishoudens

SEP 2002

Veldwerkperiode

2002

Respons

10.851 personen; 4413 huishoudens

Het longitudinale bestand SEP'84-'nn bevat kernvariabelen uit de van 1984 tot genoemd jaartal uitgevoerde SEP-onderzoekenHet longitudinale bestand SEP'84-'nn bevat kernvariabelen uit de van 1984 tot genoemd jaartal uitgevoerde SEP-onderzoeken

SEP'84 '95: 26.444 cases; 1640 variabelen
SEP'84 '98: 27.795 cases; 1989 variabelen
SEP'84-'99: 29.088 cases; 2107 variabelen 

Home / Onderzoek / Bronnen / Beknopte onderzoeksbeschrijvingen / Sociaal-economisch panelonderzoek (SEP)

Menu