logo

Algemeen

26 november 2013

Toekomstbestendig

Twee factoren beperken de mate van detail in de rapportage over mediagebruik: de trendbreuk tussen de jaren 2005-2006 en de aansluiting bij internationaal geldende richtlijnen (de Hetus-registratie). Mensen geven bijvoorbeeld aan dat ze internet gebruikten, zonder daarbij te specificeren of ze een gemiste televisie-uitzending bekeken, sociale netwerksites bezochten of een andere activiteit deden. Daarnaast ziet het tijdsbestedingsonderzoek sinds 2006 onlinecommunicatie niet langer als mediagebruik, maar als sociaal contact. In de huidige indeling staat de activiteit voorop, zoals lezen, kijken, luisteren en communiceren. De eerste drie vallen onder mediagebruik, de laatste onder sociale contacten. Of een activiteit vervolgens online of offline gebeurt, is daaraan ondergeschikt. De nieuwe indeling is ook toekomstbestendiger. Naar verwachting vervaagt de scheidslijn tussen online- en offline-activiteiten in de toekomst immers nog verder.

Het SCP voert samen met de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) en andere mediaorganisaties nieuw media-onderzoek uit, om het mediagebruik gedetailleerder in kaart te brengen.

Mediatijd stijgt

Het tijdsbudget voor media bleef tussen 1975 en 2005 nagenoeg constant. Sinds 2006 rekt dit langzaam op. Tegenwoordig besteden Nederlanders gemiddeld bijna 21 uur per week aan media (als hoofdactiviteit).

Figuur 1 Tijd besteed aan mediagebruik (als hoofdactiviteit), bevolking 12 jaar en ouder, 1975-2005 en 2006-2011 (in uren per week)

fig-media-1

Noot: in 1975-2005 valt onlinecommunicatie onder internet- en computergebruik; vanaf 2006 niet meer (zie sociale contacten)
Bron: SCP (TBO’75-’05, TBO 2006); SCP & CBS (TBO 2011)

In lijn met de verwachting spenderen Nederlanders meer tijd aan internet, zelfs nu onlinecommunicatie valt onder sociale contacten (en niet onder mediatijd). Opmerkelijk is de stijging van tijd besteed aan televisiekijken tussen 2006 en 2011. Verder zet de daling van tijd besteed aan lezen van gedrukte media zich voort. De luistertijd bleef stabiel.

Figuur 2 Tijd besteed aan televisiekijken, radio luisteren, lezen van gedrukte media, internet- en computergebruik (als hoofdactiviteit), bevolking 12 jaar en ouder, 1975-2005 en 2006-2011 (in uren per week)

fig-media-2

Noot: in 1975-2005 valt onlinecommunicatie onder internet- en computergebruik; vanaf 2006 niet meer (zie sociale contacten)
Bron: SCP (TBO’75-’05, TBO 2006); SCP & CBS (TBO 2011)

Vormen van media

Alle Nederlanders gebruiken wel een of meerdere vormen van media in een gemiddelde week. Het aantal internetgebruikers stijgt nog steeds. Daarentegen daalt het aantal lezers van gedrukte media. Het aantal radioluisteraars blijft stabiel.

Figuur 3 Aandeel mediagebruikers van televisiekijken, radio luisteren, lezen van gedrukte media, internet- en computergebruik (als hoofdactiviteit), bevolking 12 jaar en ouder, 1975-2005 en 2006-2011 (in procenten)

fig-media-3 

Bron: SCP (TBO’75-’05, TBO 2006); SCP & CBS (TBO 2011)

Menu