logo

Persbericht: Beter voor de dag

24 augustus 2009

Evaluatie Experimenten Dagindeling:
Naar een betere balans tussen werk en privé-leven

  • In maart 1999 trad de Stimuleringsmaatregel Dagindeling in werking ter stimulering van lokale initiatieven die het combineren van zorg en arbeid moesten vereenvoudigen. De Stimuleringsmaatregel lokte 385 subsidieaanvragen uit, waarvan er 140 werden gehonoreerd. De experimenten liepen in de jaren 1999-2003 en er is ruim 22 miljoen euro aan besteed.

  • Op grond van vijf criteria kan een meerderheid van de experimenten als geslaagd worden beschouwd. Bij deze experimenten werden de beoogde resultaten (deels) gehaald, werden bruikbare modellen ontwikkeld, is voortzetting van het experiment verzekerd (in 60% van de gevallen) of werden de resultaten opgenomen in het reguliere beleid.

  • Veel experimenten hadden betrekking op dagarrangementen of de afstemming van werk en privé binnen arbeidsorganisaties (31 resp. 34), andere richtten zich op projecten in kinderopvang en persoonlijke dienstverlening (beide 21). Relatief weinig projecten waren er in de sfeer van de mantelzorg (8) en de ruimtelijke ordening (10).

  • De resultaten van de stimuleringsmaatregel zijn vooral opgenomen in het beleid van de lokale overheid. Nauwelijks aandacht krijgt het thema bij de sociale partners. Het minst is dit het geval bij de werkgeversorganisaties.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Beter voor de dag. Evaluatie Stimuleringsmaatregel Dagindeling die vandaag is gepresenteerd tijdens de slotbijeenkomst van de Stimuleringsmaatregel Dagindeling. In het rapport, onder redactie van dr. Saskia Keuzenkamp, geven SCP-onderzoekers een oordeel over de resultaten van 140 experimenten die in het kader van de Stimuleringsmaatregel Dagindeling werden uitgevoerd. De experimenten bestreken uiteenlopende terreinen: van afstemmingproblemen binnen de arbeidsorganisatie tot projecten rond kinderopvang en persoonlijke dienstverlening.
De evaluatie is verricht op verzoek van het projectbureau Dagindeling.

Stimuleringsmaatregel Dagindeling

Precies vier jaar geleden, op 24 maart 1999, stelde het tweede paarse kabinet de Stimuleringsmaatregel Dagindeling in. Het doel van deze maatregel was om allerlei lokale initiatieven te stimuleren en te ondersteunen die het voor mensen mogelijk zouden maken de combinatie van werk en privé te vergemakkelijken. Meer toegespitst gaat het om drie doelen: het stimuleren van experimenten met een voorbeeldfunctie en landelijke uitstraling; het creëren van een maatschappelijk draagvlak voor het idee van dagindeling; en het bevorderen dat de resultaten van de experimenten worden vertaald in regulier beleid.
Voor de Stimuleringsmaatregel werden 385 subsidieaanvragen ingediend, waarvan er 140 werden gehonoreerd. De experimenten liepen in de jaren 1999-2003. Negen experimenten werden voortijdig beëindigd.
Het kabinet stelde 27 miljoen euro beschikbaar, waarvan ruim 22 miljoen besteed is aan experimenten.

Betere afstemming tussen werk en privé

 
Van de 140 experimenten richtte de grootste groep (34) zich op het verbeteren van de balans tussen werk en privé in arbeidsorganisaties. Hierbij ging het om experimenten met arbeidstijdenmanagement, verandering van de cultuur in arbeidsorganisaties en telewerken. Een bekend voorbeeld zijn de zogenoemde moedercontracten , die werden ontwikkeld voor werkende vrouwen in een ziekenhuis. In zo'n contract zijn de werktijden afgestemd op de schooltijden van de kinderen (dus niet werken buiten schooltijd en in de vakanties).
Een andere groep experimenten (31) had betrekking op 'dagarrangementen' die passen in het concept van de 'brede school', zoals voor- en tussenschoolse opvang en culturele, educatieve en sportieve activiteiten na schooltijd. 21 experimenten zijn uitgevoerd rond flexibele en kleinschalige kinderopvang en opvang van zieke kinderen en eveneens 21 rond persoonlijke dienstverlening. De markt van persoonlijke dienstverlening is gericht op het uit handen nemen van allerlei taken in en rond het huis. Zo is er een experiment in een thuiszorginstelling, waar voor het personeel een dienstencentrum is opgericht. Werknemers kunnen daar bestellingen doen voor maaltijden en gebruik maken van een strijk- en klussendienst en een bloemen-bezorgservice. Een ander voorbeeld is de instelling van een zorgmakelaar, die mantelzorgers ten dienste staat bij het oplossen van problemen die voortvloeien uit de combinatie van arbeid en zorg.

Beperkte beschikbaarheid evaluatiemateriaal

 
Op verzoek van het projectbureau Dagindeling heeft het Sociaal en Cultureel Planbureau de werking van de maatregel geëvalueerd. Daartoe zijn beleidsdocumenten geanalyseerd, is een selectie van dertien experimenten gemaakt voor intensief onderzoek en zijn ongeveer 75 personen op sleutelposities uitvoerig ondervraagd.
Van veel experimenten is op grond van de beschikbare documentatie niet erg duidelijk wat zij precies beogen. Ook valt de vraag wat zij precies hebben opgeleverd niet eenvoudig te beantwoorden. De experimenten zijn zeer heterogeen en om een goed zicht te verkrijgen op de doelen en resultaten moesten de onderzoekers te rade gaan bij de experimenten zelf.

Meerderheid experimenten geslaagd

 
De resultaten van de 140 experimenten werden getoetst aan de volgende vijf criteria: zijn de beoogde resultaten behaald, zijn zij opgenomen in beleid, zijn ze overgenomen door anderen, is vervolgfinanciering verzekerd en heeft het project bruikbare modellen opgeleverd. Op grond van deze criteria kan tweederde van de experimenten als geslaagd worden beschouwd. Overigens viel op dat een aantal experimenten is gehinderd door knellende regelgeving, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van nieuwe vormen van kinderopvang.
Een punt van kritiek is verder dat informatie over de resultaten van de experimenten onvoldoende toegankelijk is gemaakt. Ook zijn de resultaten nauwelijks bekend bij relevante maatschappelijke organisaties. Wanneer iemand een vraag heeft - bijvoorbeeld een bedrijf dat aan de slag wil met arbeidstijdenmanagement en wil weten wat hierover van de experimenten te leren valt - vergt het vinden van een antwoord daarop onderzoek onder alle afzonderlijke experimenten die daarmee aan de slag zijn geweest. Het evaluatierapport kan, gezien de opzet, niet in deze lacune voorzien.

Meerderheid experimenten wordt voortgezet

 
Bij de stimuleringsmaatregel is sprake van tijdelijke subsidiëring. Dat betekent dat de experimenten voor het vervolg afhankelijk zijn van andere inkomstenbronnen. De meest recente informatie wijst uit dat 60% van de experimenten deels of grotendeels verder gaat. Dat kan zowel in de eigen organisatie zijn, als elders in het land.

Dagindeling nog geen thema bij sociale partners

 
Uit het onderzoek blijkt dat dagindeling vooral op lokaal niveau is opgenomen in het regulier beleid. Bij de sociale partners krijgt het thema nauwelijks aandacht. Dit geldt met name voor de werkgeversorganisaties. Ook landelijk is nog geen beleid met 'dagarrangementen' van de grond gekomen. De meeste vooruitgang lijkt te zijn geboekt bij de ministeries van LNV (in het kader van het plattelandsbeleid) en VWS (wat betreft het beleid ten aanzien van de mantelzorg).



Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2003 / Beter voor de dag / Persbericht: Beter voor de dag

Menu