logo

Persbericht: In het zicht, hfdstuk 10

07 augustus 2009

Minder inbraken, meer geweld  - Sociaal en Cultureel Rapport 2004 - Hoofdstuk 10

Veiligheid, politie en justitie.

  • Het totaal aantal delicten waar burgers slachtoffer van werden daalde van 5 miljoen in 2002 naar 4,8 miljoen in 2003. Het aantal inbraken nam af, het aantal geweldsdelicten nam toe.

  • Het aantal mishandelingen steeg van 28.000 in 1995 tot ruim 52.000 in 2002.

  • De groei van de criminaliteit leidde tot een sterke toename van de beveiliging via detectoren, camera's en bewakingsdiensten.

  • 85% van de bevolking vindt meer cameratoezicht gewenst. Bijna alle Nederlanders zijn voor ruimere toepassing van DNA-technieken voor de identificatie van daders.

  • Preventie en nieuwe technologie kunnen bijdragen aan de verdere daling van de veelvoorkomende criminaliteit.

  • Ruim tweederde van de bevolking verwacht in de toekomst een stijging van de geweldscriminaliteit, van terroristische dreiging en van computercriminaliteit.

  • Onder de Nederlandse bevolking is brede steun voor een meer intensieve aanpak van criminaliteit en onveiligheid. In de effectiviteit van het overheidsbeleid heeft men echter weinig vertrouwen. Vrijwel alle Nederlanders willen geweldsdelicten strenger bestraft zien.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit hoofdstuk 10 van het  Sociaal en Cultureel Rapport 2004 .

Aantal inbraken gedaald, aantal geweldslachtoffers gestegen


In de afgelopen veertig jaar vertienvoudigde het aantal bij de politie bekend geworden misdrijven tot 1,4 miljoen. Het totale aantal delicten waarvan burgers naar eigen zeggen het slachtoffer worden, kwam in 2002 ruim boven de 5 miljoen per jaar uit; het jaar daarop daalde het tot 4,8 miljoen.
De grootste groep delicten bestaat uit vernielingen (1,8 miljoen), gevolgd door diefstal en inbraak (1,7 miljoen) en geweldsdelicten (1,1 miljoen).
Vergeleken met het midden van de jaren negentig is het aantal inbraken en inbraakpogingen duidelijk teruggelopen. Burgers zijn ook veel minder van mening dat bij hen in de buurt vaak wordt ingebroken In de Politiemonitor 1995 vond ruim 36% van de burgers dat in hun buurt vaak werd ingebroken; in de Politiemonitor 2004 was dit 13%. Het percentage van de bevolking dat zich vaak onveilig voelt, liep terug van bijna 7 % naar  zo'n  4,5%. De meest voorkomende situatie waarin men zich onveilig voelt, heeft te maken met rondhangende jongeren. Daar staat tegenover dat het aandeel slachtoffers van geweld (dreiging met geweld, vooral verbale agressie, en mishandeling) groeide. Het aantal door de politie geregistreerde mishandelingen nam tussen 1995 en 2002 toe van 28.000 tot 52.500. Deze ontwikkeling van de criminaliteit in Nederland is internationaal gezien niet uitzonderlijk. Ook de meeste andere Europese landen kennen een stijging van geweld in de politiecijfers en een stabiele of licht dalende vermogenscriminaliteit.

Maatschappelijke ontwikkelingen als 'opdrijvende krachten'

 
Door de individualisering in en van de huishoudens, de gestegen arbeidsparticipatie en het hoge welvaartsniveau is de sociale controle verminderd en de gelegenheid voor het plegen van criminaliteit toegenomen. Zo is een groot deel van de huizen en de woonomgeving overdag zonder bewoners en toezicht. Dit heeft geleid tot een jaarlijkse stijging van de vermogenscriminaliteit. Om deze ontwikkeling tegen te gaan ontstond vervolgens een sterke groei van de beveiliging via detectoren, camera's en bewakingsdiensten.
Criminaliteit krijgt nieuwe kansen door de opening van Europese grenzen, het vrije verkeer van mensen en goede computerfaciliteiten. De infrastructuur van de moderne samenleving biedt ook criminelen mogelijkheden en technische hulpmiddelen. De laptop en de mobiele telefoon zijn daar voorbeelden van.
Een beperkte mate van integratie in de Nederlandse samenleving of het hebben van een marginale positie in de Nederlandse samenleving kunnen een voedingsbodem vormen voor een criminele loopbaan.

Burgers vinden veiligheid vaak belangrijker dan privacy

 
De ontwikkeling van de informatica geeft aanleiding tot nieuwe vormen van criminaliteit, maar deze ontwikkeling maakt ook de bestrijding van criminaliteit in het algemeen beter mogelijk door nieuwe surveillance- en detectietechnieken, beveiligings- en herkenningsmogelijkheden en de koppeling van gegevensbestanden. Deze technieken kunnen de privacy van burgers aantasten, maar dit wordt door de bevolking nauwelijks als probleem ervaren. Ruim 85% van de bevolking vindt meer cameratoezicht wenselijk tot zeer wenselijk. Zelfs bijna 100% vindt de ruimere toepassing van DNA-technieken ter identificatie van daders wenselijk. De groeiende wens naar meer veiligheid en de dreiging van terrorisme lijken er toe te leiden dat burgers gemakkelijker beperkingen van de privacy accepteren.

Verdere daling veelvoorkomende criminaliteit waarschijnlijk


Verwacht wordt dat de huidige daling van de veelvoorkomende criminaliteit zich zal voortzetten. De inzet van nieuwe technologische middelen zal daaraan kunnen bijdragen. Bovendien zou de groei van het aantal ouderen en een verandering van leefstijl van ouderen er toe kunnen leiden dat de woonomgeving belangrijker wordt en het informele toezicht in de buurt weer wat toeneemt.
In minder opportunistische en meer expressieve criminaliteit (vandalisme, bedreiging, geweld) zijn andere factoren van belang, zoals de omvang van de groep jongeren die geen binding heeft met de maatschappij.  In de geweldscriminaliteit speelt de expressie gerichte (jeugd)cultuur een belangrijke rol. De rol van alcohol in het geweld in de publieke ruimte en in de sfeer van het gezin en relaties zal in de nabije toekomst waarschijnlijk niet veranderen. Of het beleid gericht op vergroting van integratie en verbetering van de leefomgeving in wijken resultaat heeft, moet nog blijken.

De bevolking voorziet grotere problemen in de toekomst

 
Voor de toekomst voorziet bijna niemand een daling van de verschillende vormen van criminaliteit. Tweederde tot driekwart van de bevolking vermoedt dat in 2020 de problemen groter tot veel groter zullen zijn. Rond 70% van de bevolking voorziet een stijging van terroristische dreiging. Een toename van geweldsdelicten in 2020 wordt door 75% van de bevolking verwacht. Bijna 100%  wil deze geweldsdelicten in de toekomst strenger bestraft zien, 74% vindt dat zelfs zeer wenselijk, al verwacht maar 61% dat dit in 2020 ook werkelijk het geval is. Bijna 85% van de Nederlanders voorziet een groei van de computercriminaliteit.  27% van de bevolking verwacht dat in 2020 de drugs uit het strafrecht zijn gehaald.

Brede steun voor een intensievere aanpak van de problemen


De overheid heeft het criminaliteits- en veiligheidsbeleid inmiddels sterk ge├»ntensiveerd. Daarbij is de aandacht verschoven van het delict naar de dader.  Onder de bevolking is een brede steun voor een intensievere aanpak van criminaliteit en onveiligheid in de toekomst. Hoe negatiever de toekomstverwachting over de ontwikkeling van de criminaliteit, hoe groter de wens tot een intensivering van de aanpak.

Weinig verwachtingen van de effectiviteit van toekomstige aanpak

 
De bevolking verwacht dat de overheid in de toekomst meer aandacht zal hebben voor preventie en de problemen actiever zal aanpakken, maar is weinig optimistisch over de effectiviteit ervan. Burgers verwachten vooral zelf meer zelf verantwoordelijk te zullen zijn voor de veiligheid in hun woonomgeving (83%), hoewel bijna 40% te kennen geeft dat geen wenselijke ontwikkeling te vinden. Wel wenselijk vindt men een versterking van de rol van de particuliere beveiliging. 88% denkt dat in 2020 toezicht meer door particuliere beveiliging wordt uitgeoefend. Een ruime meerderheid van 72% vindt dit ook wenselijk.



Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2004 / In het zicht van de toekomst / Persbericht: In het zicht, hfdstuk 10

Menu