logo

Persbericht: In het zicht, hfdstuk 3

07 augustus 2009

Concentratie kansarme allochtonen in grote steden - Sociaal en Cultureel Rapport 2004 - Hoofdstuk 3

Minderheden en integratie.

  • Nederland telt momenteel 1,6 miljoen niet-westers allochtonen. In 2020 zal dit aantal toegenomen zijn tot 2,4 miljoen (14% van de bevolking). Bijna de helft van hen zal dan in Nederland geboren zijn (tweede generatie).

  • De concentratie minderheden in de grote steden neemt verder toe. Onder jongeren in de drie grootste steden vormen niet-westerse allochtonen inmiddels de meerderheid.

  • Het merendeel van de etnische minderheden verkeert in een zwakke sociaal-economische positie. Het opleidingsniveau is overwegend laag en de uitkeringsafhankelijkheid zeer hoog (20-40%). Vooral Turken en Marokkanen uit de eerste generatie, maar ook de gemiddeld veel hoger opgeleide vluchtelingengroepen, staan er slecht voor op de arbeidsmarkt.

  • Toch wint de allochtone middenklasse aan belang: het opleidingsniveau van minderheden stijgt snel, steeds meer minderheden hebben een baan op tenminste middelbaar functieniveau en succesvolle allochtonen verhuizen steeds vaker naar de randgemeenten van de grote steden.

  • Turken en Marokkanen zoeken hun contacten veelvuldig binnen de eigen groep, terwijl Surinamers en Antillianen en ook de meeste vluchtelingen(met uitzondering van de SomaliĆ«rs) veel meer met autochtone Nederlanders omgaan.

  • Eerste generatie Turken en Marokkanen hebben overwegend traditionele opvattingen over de emancipatie van vrouwen, de gezagsverhoudingen binnen het gezin en de rol van de islam. Met de toename van de tweede generatie en hun stijgende opleidingsniveau ligt een modernisering van opvattingen in de toekomst in het verschiet.

  • De autochtone bevolking is overwegend negatief gestemd over de toekomstige integratie van minderheden. Driekwart voorziet een grotere dreiging van het moslimfundamentalisme in de toekomst.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit hoofdstuk 3 van het  Sociaal en Cultureel Rapport 2004 .

Tweede generatie groeit snel

 
In 2020 is naar verwachting 14% van de Nederlandse bevolking niet-westers allochtoon (nu 10%). Bijna de helft van hen zal dan in Nederland geboren zijn (tweede generatie). Van de al langer in Nederland gevestigde groepen groeit vooral de Marokkaanse tweede generatie snel. Ook onder asielmigranten zal de tweede generatie de komende jaren sterk toenemen. Dit heeft niet alleen te maken met het feit dat het aantal kinderen per vrouw hoger is dan bij autochtone vrouwen, maar ook met de lagere gemiddelde leeftijd van migrantenvrouwen.

Grote dynamiek in migratiestromen

 
Migratiestromen zijn moeilijk te voorspellen, maar het is wel duidelijk dat migratie vaak tot volgmigratie leidt. In de periode 1990-2002 kwamen uit Turkije en Marokko naar schatting in totaal ongeveer 60.000 huwelijksmigranten naar Nederland. Het aantal asielmigranten is als gevolg van het strengere toelatingsbeleid de laatste jaren sterk afgenomen; van 40.000 aan het eind van de jaren '90 tot 13.000 in 2003. Het is overigens goed mogelijk dat ook onder deze groepen volgmigratie aan belang zal winnen.
Er keren ook migranten (blijvend) terug naar het land van herkomst, naar schatting ongeveer 20.000 per jaar. Bovendien is er met name onder oudere Turken en Marokkanen sprake van een voortdurend heen en weer pendelen tussen Nederland en het land van herkomst.

Concentratie van kansarme allochtonen in grote steden neemt toe

 
 Bij ongewijzigd beleid zal de concentratie van kansarme allochtonen in de grote steden in de toekomst toenemen. Deze ontwikkeling wordt versterkt door de verhuizing van de autochtone - en steeds vaker ook allochtone - middenklasse naar de randgemeenten. Bijna twee van de drie niet-westerse allochtonen wordt geboren in de grote steden. Dit zal in de periode tot 2020 grote gevolgen gaan hebben voor de schoolpopulatie en de arbeidsmarkt in deze steden.

Naast sociaal-economische achterstanden ook ontluikende allochtone middenklasse


Het opleidingsniveau van minderheden is overwegend laag en hun uitkeringsafhankelijkheid is zeer hoog. Met name oudere Turken en Marokkanen en vluchtelingen verkeren in een zwakke sociaal-economische positie. Wel stijgt het opleidingsniveau onder tweede generatie minderheden nu snel. De arbeidsparticipatie van minderheden zal daardoor langzamerhand verder toenemen. Steeds meer minderheden hebben een baan op tenminste middelbaar functieniveau: binnen de groep Turken en Marokkanen gaat het momenteel om een kleine voorhoede (circa 14%); bij Surinamers en Antillianen geldt dit al voor een op de drie.

Sociale afstand tussen allochtonen en autochtonen groot


Turken en Marokkanen zijn sterk op de eigen groep gericht. Dit geldt voor de grote meerderheid van de eerste generatie, maar ook bij bijna de helft van de tweede generatie ligt het zwaartepunt van de contacten meer bij de eigen groep dan bij autochtone Nederlanders. Bovendien neemt onder de tweede generatie de oriƫntatie op de eigen landgenoten niet af. Surinamers en Antillianen hebben veel meer contact met autochtone Nederlanders. Dat blijkt ook uit de huwelijken die tussen 1997 en 2001 werden gesloten: Antillianen huwen in 60% van de gevallen met een Nederlandse partner, voor Surinamers geldt dit voor 40%. Onder Turken en Marokkanen is dit maar bij 10% het geval. Vluchtelingengroeperingen hebben vergeleken met Turken en Marokkanen veel vaker contacten met autochtone Nederlanders. Autochtonen houden allochtonen in veel gevallen zelf ook op afstand. Hooguit eenderde deel van de autochtonen heeft regelmatig contact met allochtonen.
De concentratie van minderheden in sommige wijken van de grote steden en de daardoor ontstane ruimtelijke segregatie zal de omgang tussen autochtonen en allochtonen ook in de toekomst belemmeren.

Turken en Marokkanen minst geneigd tot moderne opvattingen

 
Turken en Marokkanen zijn het minst geneigd mee te gaan met moderne opvattingen over de emancipatie van de vrouw of de rol van religie in de samenleving. De identificatie met de eigen groep is vaak heel sterk en men ontleent zijn identiteit in hoge mate aan het moslim zijn, ook als men nauwelijks praktiserend is. Toch is er wel een trend waarneembaar in de richting van een modernisering van opvattingen. Opvattingen over huwelijk en gezin zijn onder grote groepen allochtonen inmiddels opgeschoven in westerse richting en worden grotendeels gedragen door de tweede generatie. Marokkaanse vrouwen hebben nu gemiddeld de helft minder kinderen (3) dan twintig jaar geleden, al is dit nog altijd het dubbele van het gemiddelde aantal kinderen van autochtone vrouwen. Hoger opgeleiden en vrouwen zijn te beschouwen als de drijvende kracht achter deze ontwikkelingen. In kleine groepen moslims lijken traditionele opvattingen weer op te leven.

Toekomstverwachtingen laag opgeleide autochtone bevolking somber


Ruim de helft van de Nederlanders verwacht dat in 2020 de meeste etnische minderheden beter in de samenleving zijn geintegreerd dan nu. Ruim tweederde denkt dat minderheden er qua opleiding, werk en inkomen beter voor staan dan nu en dat meer allochtone vrouwen een baan zullen hebben. Toch is een belangrijk deel van de autochtone bevolking negatief gestemd over de toekomstige integratie van minderheden. Driekwart denkt dat het sociale zekerheidsstelsel vanwege de toestroom van migranten onbetaalbaar zal worden, dat er gettowijken zullen komen waar veel mensen niet meer durven komen en dat de dreiging van het moslimfundamentalisme in 2020 groter zal zijn dan nu. Bovendien voorziet een ruime meerderheid toenemende spanningen tussen autochtonen en allochtonen. Men verwacht ook negatieve gevolgen voor de eigen situatie: circa eenderde deel van de Nederlandse bevolking verwacht dat de eigen situatie in de nabije toekomst slechter zal worden door de aanwezigheid van minderheden.  De negatieve verwachtingen zijn aanzienlijk sterker onder laag opgeleide autochtonen dan onder hoogopgeleide.



Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2004 / In het zicht van de toekomst / Persbericht: In het zicht, hfdstuk 3

Menu