logo

Persbericht: In het zicht, hfdstuk 4

07 augustus 2009

 

Dalend ledental traditionele maatschappelijke organisaties - Sociaal en Cultureel Rapport 2004 - Hoofdstuk 4

Democratie en civil society.

  • Het lidmaatschap van maatschappelijke organisaties en de deelname aan vrijwilligerswerk vertonen na een lange periode van stabiliteit nu tekenen van teruggang

  • Maatschappelijke organisaties zullen steeds meer worden opgevat als facilitaire bedrijven voor individuele activiteiten en steeds minder vrijwilligers aan zich weten te binden

  • Met het oog op de situatie anno 2020 hebben Nederlanders weinig positieve verwachtingen van de maatschappelijke en politieke betrokkenheid van hun medeburgers en achten ze een grotere invloed van belangenorganisaties en deskundigen wordt wenselijk geacht

  • Waarschijnlijk zal de oriëntatie van burgers en maatschappelijke organisaties op de Europese Unie nog lang achterblijven bij de voortgaande Europese integratie

  • Bij gebrekkige participatiemogelijkheden kan in de toekomst een stijgend politiek zelfvertrouwen leiden tot meer politieke onvrede en cynisme.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit hoofdstuk 4 van het  Sociaal en Cultureel Rapport 2004 .

Dalend ledental traditionele maatschappelijke organisaties

 
Het percentage van de bevolking dat lid is van een maatschappelijke organisatie steeg voortdurend tot begin jaren negentig. Sindsdien is er sprake van een dalende tendens. Vooral traditionele vertegenwoordigers van het maatschappelijke middenveld hebben te kampen met een teruggang: politieke partijen, vakbonden, kerken, vrouwenbonden. Tussen 1978 en 2002 liep het percentage van de kiesgerechtigden dat is aangesloten bij een politieke partij terug van 5 naar 2%, het percentage van de beroepsbevolking dat lid is van een vakbond van 36 naar 26% en het percentage van de bevolking dat zich tot een kerkgenootschap rekent van 74 naar 60%. Vrouwen zijn nog steeds minder vaak aangesloten bij organisaties dan mannen, maar dit verschil is wel kleiner aan het worden. Zij melden zich vooral vaker aan bij een vakbond. Jongeren worden daarentegen minder vaak lid, niet alleen van vakbonden, maar ook van ideële organisaties en vrijetijdsverenigingen.

Leden maatschappelijke organisaties slechts beperkt inzetbaar

 
De voortgaande individualisering zal de positie van traditionele organisaties, die zijn gebaseerd op langdurige groepsloyaliteit, verder verzwakken. Maatschappelijke organisaties zullen steeds vaker optreden als een soort participatie-uitzendbureaus die de activiteiten coördineren van personen die bereid zijn zich enige tijd ergens voor in te zetten. De toekomstige vrijwilliger zal sterker projectgericht zijn en ingesteld op wisselende rollen. Hij houdt een schuin oog op zijn vaak volle agenda en knoopt graag aan bij wat hem per levensfase beweegt. Leefstijl wordt steeds belangrijker als motivatie tot participatie. Verder is er een toenemend aantal leden van organisaties dat deelname wenst te beperken tot het overmaken van contributie of donatie.

Tweederde Nederlanders wenst geringere rol van politici

 
Nederlanders verwachten in 2020 eerder een daling (53%) dan een stijging (15%) in de deelname aan vrijwilligerswerk en eerder een daling (43%) dan een stijging (12%) in de bereidheid om politiek actief te zijn. Men wenst voor 2020 gemiddeld ook een geringere rol van politici, maar men acht een dergelijke ontwikkeling onwaarschijnlijk. Zo vindt 58% het wenselijk (en 20% onwenselijk) dat beslissingen over belangrijke kwesties in ons land minder genomen worden door regering en parlement en meer in overleg tussen belangenorganisaties. 50% acht het onwaarschijnlijk (36% waarschijnlijk) dat het daarvan gaat komen.

Groei Europese civil society blijft achter bij bestuurlijke en economische integratie

 
Tussen nu en 2020 zal het aantal nieuwe lidstaten van de Europese Unie beperkt blijven, maar een verdere intensivering van de samenwerking binnen de EU ligt wel in de rede. Dat vergroot het risico van negatieve effecten van Europa op de nationale democratie en van democratische gebreken op Europees niveau. Naast institutionele hervormingen zijn versterking van de betrokkenheid van burgers bij Europa en een sterkere oriëntatie van maatschappelijke organisaties op Europa van belang. Het lijkt echter onwaarschijnlijk dat in de periode tot 2020 de Europese politiek voor de gemiddelde burger echt gaat leven. Ook de groei van een transnationale publieke sfeer en Europese civil society lijkt achter te blijven bij de bestuurlijke en economische integratie.

Politiek minder navolgbaar voor de burgers, burgers minder voorspelbaar voor de politiek

 
De combinatie van verwachtingen in dit hoofdstuk levert een risicovol perspectief op voor de nationale democratie. Door een afnemende bindingskracht van maatschappelijke organisaties wordt politiek gedrag van burgers minder voorspelbaar. Door groeiende Europese afhankelijkheden wordt het overheidsbeleid minder grijpbaar voor de bevolking. Dat en de combinatie van een toenemend politiek zelfvertrouwen en afnemend vertrouwen in politici biedt een voedingsbodem voor politieke onvrede. Bevordering van participatie en zelfbestuur in verbanden buiten de overheid zou kunnen helpen om cynisme tegen te gaan en de druk op de politiek te verminderen.



Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2004 / In het zicht van de toekomst / Persbericht: In het zicht, hfdstuk 4

Menu