logo

Persbericht: In het zicht, hfdstuk 8

07 augustus 2009

Lerarentekort neemt komende jaren toe - Sociaal en Cultureel Rapport 2004 - Hoofdstuk 8

Onderwijs.

  • De deelnamegroei aan het hoger onderwijs stagneert. De gewenste toename van het aantal hoger opgeleiden zal de komende jaren vooral uit de demografische groei moeten komen: in 2020 zijn er 13% meer jongeren van 19 tot 23 jaar dan nu.

  • Onder allochtone jongeren is de onderwijsexpansie nog maar net begonnen.

  • In het voortgezet onderwijs neemt het aantal zorgleerlingen met leer- en gedragsproblemen (nu al meer dan 100.000) verder toe.

  • Het lerarentekort wordt de komende jaren groter, met name in het voortgezet onderwijs. Dit is onder meer een gevolg van het feit dat momenteel ruim 40% van alle docenten 50 jaar of ouder is. Verder daalt het gemiddelde opleidingsniveau van het onderwijspersoneel.

  • Selectie en toetsing krijgen in alle fasen van het onderwijs steeds meer gewicht; een ontwikkeling die haaks staat op de onderwijscultuur in Nederland die meer op zorg dan op prestatie en competitie is gericht.

  • Bijna de helft van de bevolking (49%) vindt het wenselijk dat er in 2020 geen rooms-katholieke, protestants-christelijke of islamitische scholen meer zullen zijn, maar alleen algemene scholen die voor iedereen toegankelijk zijn; een aanzienlijke minderheid (38%) vindt dat echter niet wenselijk.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit hoofdstuk 8 van het  Sociaal en Cultureel Rapport 2004 .

Participatie- en rendementsverhoging in het hoger onderwijs kan leiden tot niveauverlaging

 
Cijfers over de deelnameontwikkeling leren dat bij de autochtone jeugd verzadigingsverschijnselen in zicht komen.Na het voortgezet onderwijs stromen vrijwel alle jongeren door naar het middelbaar beroeps- en hoger onderwijs. De overheid stuurt met het oog op de kenniseconomie aan op verdere groei van de deelname aan hoger onderwijs. Daarbij stuit het beleid op drie moeilijk te verenigen doelstellingen: vergroting van toegankelijkheid, verhoging van rendement en behoud van niveau. Het is de vraag of de aandacht momenteel niet te veel uitgaat naar participatie- en rendementsverhoging, met het risico dat het gemiddelde niveau van de hoog opgeleiden afneemt. Als gevolg van didactische vernieuwingen (het nieuwe leren) zal het onderwijs de komende jaren afgestudeerden afleveren die minder weten dan oudere generaties, maar meer kunnen als ze de praktijk ingaan.

Onderwijsexpansie van allochtone jongeren vergt meer onderwijs- en leertijd

 
De groei van de onderwijsdeelname onder allochtone jongeren is nog maar net begonnen. Tussen 1995 en 2001 steeg het deelnamepercentage in leerjaar 3 van het havo/vwo onder Marokkaanse jongeren van 8% naar 19% en onder Turkse jongeren van 17% naar 22%. Hun stijging op de onderwijsladder vindt plaats in een periode waarin er binnen het onderwijs veel minder mogelijkheden zijn voor het stapelen van opleidingen (mavo-havo-vwo) of het maken van omwegen (havo-mbo-hbo) dan in de jaren zeventig en tachtig toen de onderwijsexpansie onder autochtone jongeren plaatsvond. Extra leer- en onderwijstijd, in de vorm van een extra schakeljaar, buitenschoolse leeractiviteiten, tweedekansvoorzieningen en wellicht zelfs internaten, zou de stijgingskansen van allochtone jongeren aanzienlijk kunnen vergroten.

De groep jongeren zonder startkwalificatie neemt in omvang toe

 
Voor een groeiende groep leerlingen aan de onderkant van het onderwijsgebouw komen de grenzen aan de schoolbaarheid in zicht. Terwijl het totale aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs in de jaren negentig met 5% afnam, nam de deelname aan voorzieningen voor jongeren met leer- en gedragsproblemen (praktijkonderwijs, leerwegondersteunend onderwijs) maar liefst met 35% toe, tot ruim 100.000 leerlingen. Voor de periode tot 2020 moet gerekend worden op een dubbele groei: 10% meer jongeren in de leeftijdsgroep van 12 tot 20 jaar, en een toename van het percentage jongeren met leer- en gedragsproblemen. Het merendeel van deze zorgleerlingen zal het niveau van de startkwalificatie (havo, vwo, mbo 2) niet halen.

Lerarentekort neemt toe, opleidingsniveau van onderwijspersoneel neemt af

 
Hoewel het aantal onvervulde vacatures in het onderwijs de afgelopen jaren sterk is teruggelopen, behoort het probleem van het lerarentekort nog geenszins tot het verleden. De grote uitstroom van oudere leerkrachten moet immers nog op gang komen: in 2003 was 40% van de docenten in het voortgezet onderwijs al 50 jaar of ouder. Terwijl het gemiddelde opleidingsniveau van werknemers in de meeste arbeidsmarktsectoren stijgt, voltrekt zich in het onderwijs juist een tegenovergestelde beweging. Ook de inhoud van het leraarberoep verandert: de contacttijd met leerlingen vermindert ten gunste van begeleidings-, ondersteunings- en vergadertijd.

Selectie en toetsing worden steeds belangrijker, voor achterblijvers wordt het moeilijker


Het Nederlandse onderwijs wordt steeds meritocratischer: schoolloopbanen hangen in toenemende mate samen met persoonlijke capaciteiten (intelligentie) en verdiensten (inzet en motivatie) en steeds minder met het sociale milieu waarin men geboren is. Selectie en toetsing krijgen in alle fasen van het onderwijs steeds meer gewicht. Die ontwikkeling betekent een duidelijke breuk met het verleden. De Nederlandse onderwijscultuur is vanoudsher vooral gericht op zorg voor achterblijvers en veel minder op prestatie en competitie. De harde keerzijde van de meritocratisering wordt ook steeds duidelijker. Wie nu nog op een laag opleidingsniveau blijft steken heeft dat aan zichzelf te wijten: kennelijk ontbreken de capaciteiten, dan wel de inzet en motivatie om hogerop te komen. Bij achterblijvers kan dat gevoelens van frustratie en rancune oproepen.

Onvoldoende draagvlak voor afschaffing art. 23 GW, wel interpretatieverandering en aanscherping.

 
Artikel 23 van de Grondwet, waarin de vrijheid van onderwijs is geregeld, staat momenteel volop ter discussie. Die discussie wordt niet alleen ingegeven door de toenemende segregatie tussen 'witte' en 'zwarte' scholen, maar ook door de toename van het aantal islamitische scholen. Beide ontwikkelingen zouden de integratie van etnische minderheden in de weg staan.
Afschaffing van artikel 23 kan echter op onvoldoende draagvlak onder de bevolking rekenen. Op de stelling dat er in 2020 geen rooms-katholieke, protestants-christelijke of islamitische scholen meer zullen zijn, maar alleen algemene scholen die voor iedereen toegankelijk zijn, wordt door de bevolking zeer verdeeld gereageerd: 49% vindt dat een wenselijk vooruitzicht, 38% een onwenselijke situatie. Slechts één op de drie ondervraagden verwacht dat een dergelijke ontwikkeling zich ook daadwerkelijk zal voordoen.
Artikel 23 zal ook in 2020 nog wel in de Grondwet staan. Het begrip richting zal dan wel anders worden geïnterpreteerd: meer in termen van onderwijskundige aanpak en pedagogisch klimaat dan van godsdienst of levensbeschouwing. Er zullen bovendien meer eisen aan (bijzondere) schoolbesturen worden gesteld.



Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2004 / In het zicht van de toekomst / Persbericht: In het zicht, hfdstuk 8

Menu