logo

Persbericht : Aandacht voor welzijn

07 augustus 2009

Welzijnssector in kaart gebracht

•  In 2003 stond er op de welzijnsbegroting van de gemeenten een bedrag van ruim 3 miljard euro. Bij de provincies stond voor datzelfde jaar ruim 1 miljard begroot en bij de rijksoverheid ruim 150 miljoen. Voor alle overheden tezamen komt dit neer op ruim 4 miljard euro.

•  In sommige deelsectoren, zoals het sociaal-cultureel werk, het speeltuinwerk en het welzijn ouderen, bedraagt het aantal vrijwilligers een veelvoud van het aantal betaalde krachten. Zo draaien de 900 instellingen voor het speeltuinwerk voornamelijk op vrijwilligers (22.500 in 2002). De 14 betaalde fte's (voltijdsarbeidsplaatsen) zijn verbonden aan de landelijke koepelorganisatie.

•  Mede dankzij de vele vrijwilligers kan de welzijnssector met een relatief bescheiden budget en een zeer divers aanbod veel burgers van dienst zijn. Zo telde het sociaal-cultureel werk in 2001 ruim 11miljoen gebruikers die in ruim 10 miljoen uren begeleid werden door ruim 23.000 betaalde krachten ( circa 12.000 fte) en circa 76.000 vrijwilligers.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP/NIZW-publicatie Aandacht voor welzijn.  Inhoud, omvang en betekenis van de welzijnssector die op maandag 7 maart jl. is verschenen.

In deze gezamenlijke studie van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn wordt op verzoek van het Oranjefonds (voorheen Juliana Welzijn Fonds) een beeld gegeven van de welzijnssector in Nederland. Zo besteden de onderzoekers Corrie van Dam (NIZW), Peter Wiebes (NIZW) en dr. Rick Kwekkeboom (SCP) onder meer aandacht aan de organisatie, structuur en financiering van de sector. Aan de hand van cijfers over vraag, aanbod en bereik wordt een beschrijving gegeven van de belangrijkste deelsectoren en van enkele verwante terreinen zoals zorg, reclassering en breedtesport. Verder wordt ingegaan op de rol van vrijwilligers in de welzijnssector. Het rapport wordt afgesloten met een beschouwing over de maatschappelijke betekenis van de sector en de consequenties van recente beleidsmaatregelen.

Een brede sector met een zeer divers aanbod

De welzijnssector omvat een breed en flexibel aanbod van voorzieningen op uiteenlopende terreinen. Tot de sector worden gerekend het sociaal-cultureel werk (waaronder peuterspeelzaalwerk en speeltuinwerk), het welzijn ouderen, voorzieningen voor wonen met welzijn en zorg, de maatschappelijke dienstverlening (waaronder het algemeen maatschappelijk werk, de telefonische hulpverlening, de bureaus slachtofferhulp en de sociaal-raadslieden), de voorzieningen voor minderheden (waaronder het vluchtelingenwerk en de opvang asielzoekers), de verslavingszorg en de reclassering.

Bij de invoering van de Welzijnswet in 1994 werd de verantwoordelijkheid voor het welzijnsbeleid gedecentraliseerd naar de gemeenten. De provincies en de vier grote steden kregen de verantwoordelijkheid voor de provinciale en grootstedelijke steunfuncties, terwijl de minister van VWS de mogelijkheid had om specifieke uitkeringen en subsidies aan gemeenten te verstrekken voor bijvoorbeeld maatschappelijke opvang, verslavingsbeleid en vrouwenopvang.

Ruim 4 miljard aan welzijnsuitgaven

In 2003 stond bij de drie overheden voor ruim 4 miljard euro op de begroting voor de welzijnssector. Het grootste deel kwam voor rekening van de gemeenten: bijna 3,3 miljard euro. De grootste kostenpost is die voor maatschappelijke begeleiding en advies (ruim 2 miljard), waaronder Algemeen Maatschappelijk Werk en maatschappelijke opvang.

Bij de provincies stond in 2003 een bedrag van ruim 1 miljard euro begroot. De grootste kostenpost hier is de jeugdhulpverlening ( 713 miljoen euro).

Bij de rijksoverheid stond op de begroting 2003 van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) een bedrag van 150 miljoen euro voor verschillende programma's op het welzijnsterrein.

Daarnaast verstrekt het ministerie van VWS subsidies voor het opleiden van vrijwilligers (ruim 10 miljoen euro) en specifieke uitkeringen aan de maatschappelijke opvang (incl. verslavingsbeleid) en de vrouwenopvang. Het gezamenlijke bedrag komt neer op ruim 220 miljoen euro in 2003.

Veel meer vrijwilligers dan betaalde krachten

In veel deelsectoren van de welzijnssector is het aantal vrijwilligers een veelvoud van het aantal betaalde krachten.  Zo hadden in 2001 de 1426 instellingen voor sociaal-cultureel werk bijna 12.000 fte's beschikbaar aan betaalde krachten, maar worden zij verder ondersteund door ruim 76.000 vrijwilligers. De 900 instellingen voor het speeltuinwerk kennen voornamelijk vrijwilligers (22.500 in 2002). De 14 betaalde fte's zijn verbonden aan de landelijke koepelorganisatie. Bij de deelsector 'welzijn ouderen' beschikten de 426 instellingen in 2001 over

ruim 2500 fte's tegen ruim 40.000 vrijwilligers.

Veel activiteiten voor relatief weinig geld

Mede dankzij de vele vrijwilligers kan de welzijnssector met een relatief bescheiden budget en een zeer divers aanbod veel burgers van dienst zijn. Zo telde het sociaal-cultureel werk in 2001 ruim 11 miljoen gebruikers die in ruim 10 miljoen uren begeleid werden door ruim 23.000 betaalde krachten   (circa 12.000 fte) en circa 76.000 vrijwilligers. Bij het speeltuinwerk werd in 2000 ruim 3,5 miljoen maal gebruik gemaakt van de voorziening onder begeleiding van 22.500 vrijwilligers. In de deelsector 'welzijn ouderen' werden in 2001 circa 2,75 miljoen gebruikers  geholpen en begeleid door ruim 40.000 vrijwilligers. Het aantal betaalde krachten komt overeen met circa 2500 fte.


Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2005 / Aandacht voor welzijn / Persbericht : Aandacht voor welzijn

Menu