logo

Persbericht: Regionale verschillen in de wachtlijsten

15 augustus 2009

Wachtlijsten voor verpleging en verzorging verschillen aanzienlijk per regio

• In oktober 2003 stonden ruim 54.000 mensen op een wachtlijst voor thuiszorg, verpleeghuiszorg of verzorgingshuiszorg.

• Bijna de helft van alle wachtenden staat op een wachtlijst voor een verzorgingshuis.

• Per regio varieert het aandeel wachtenden voor een verzorgingshuis van 30% tot 70%.

• De gemiddelde leeftijd van alle wachtenden ligt rond de 80 jaar. Driekwart van hen is vrouw.

• De gemiddelde wachttijd op een wachtlijst is ongeveer negen maanden, maar varieert per regio van vier tot 13 maanden.

• Van alle ruim 54.000 wachtenden maken bijna 35.000 mensen gebruik van een vorm van overbruggingszorg (meestal thuiszorg).

• Zonder overbruggingszorg zou er voor de thuiszorg geen wachtlijst zijn.

• De regionale verschillen in de wachtlijsten zijn niet te herleiden tot één enkele factor.

• Het oplossen van de wachtlijst voor de verpleeghuiszorg zou circa 7.000 nieuwe plaatsen vergen.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Regionale verschillen in de wachtlijsten verpleging en verzorging die op dinsdag 15 november jl. is verschenen.

In het rapport gaat onderzoeker dr. Edwin van Gameren nader in op de vraag hoe de regionale verschillen in de wachtlijsten voor verpleging en verzorging kunnen worden verklaard. Aandacht wordt onder meer besteed aan de verhouding tussen vraag en aanbod, de regionale organisatie van de zorg en de rol van de overbruggingszorg. Het onderzoek werd verricht op verzoek van het ministerie van VWS.

Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van de wachtlijstpeiling van oktober 2003 ( recentere cijfers waren nog niet beschikbaar).

Regionale verschillen in omvang en samenstelling wachtlijsten soms aanzienlijk

In de periode 2000-2003 zijn door extra middelen van de overheid de wachtlijsten voor verpleging en verzorging met bijna 50% verminderd. Bij de thuiszorg ging het om een vermindering van de wachtlijst met 64%, bij de verpleeghuiszorg was dit 39% en bij de verzorgingshuiszorg 23%.

Ondanks deze vermindering stonden er in oktober 2003 ruim 54.000 mensen op een wachtlijst voor thuiszorg (circa 19.500), verpleeghuiszorg (bijna 7.000) of verzorgingshuiszorg (bijna 28.000). Bijna de helft van de wachtenden stond op de wachtlijst voor een verzorgingshuis, maar tussen de regio's blijkt soms sprake van grote verschillen. Zo stond in Drenthe, Zeeland en Noord-Holland Noord ruim 70% van de wachtenden op de wachtlijst voor het verzorgingshuis, terwijl dit in bijvoorbeeld Flevoland, Amstelland/Meerlanden en Zuid-Holland Noord niet meer dan 30% bedroeg

Verder zijn er ook regionale verschillen in de kenmerken van de mensen op de wachtlijsten. Van alle wachtenden is bijna driekwart vrouw (meestal weduwen van hoge leeftijd). De gemiddelde leeftijd van de wachtenden ligt rond de 80 jaar.

Regionale verschillen in wachttijd bedragen soms maanden

De gemiddelde wachttijd op een wachtlijst is ongeveer negen maanden. De verschillen per zorgsoort lopen uiteen van ruim 5 maanden voor thuiszorg tot meer dan anderhalf jaar voor een verzorgingshuis. Als norm voor de maximale wachttijd geldt sinds 2000 een periode van hooguit 6 weken voor thuiszorg en verpleeghuiszorg en 13 weken voor verzorgingshuiszorg. Ongeveer driekwart van alle wachtenden wacht langer dan de formeel vastgestelde normtijd. De verschillen per regio kunnen aanzienlijk zijn. In Groningen bedroeg de gemiddelde wachttijd in oktober 2003 ruim vier maanden, terwijl dit in Drenthe en Utrecht rond de 13 maanden lag.

Binnen een regio kunnen de wachttijden voor de verschillende zorgvoorzieningen ook sterk uiteenlopen. Zo bestaat er in Drenthe een wachttijd van vier maanden voor de thuiszorg, maar van zestien maanden voor een verzorgingshuis. In aangrenzende regio's als Friesland en Groningen is de wachttijd voor het verzorgingshuis aanzienlijk korter: in Friesland bedraagt deze 10 maanden en in Groningen bijna zes maanden.

Overbruggingszorg is meestal thuiszorg

Van de ruim 54.000 wachtenden op een wachtlijst maken bijna 35.000 mensen (64%) gebruik van een vorm van overbruggingszorg. Wachtenden voor een verzorgingshuis hebben iets meer overbruggingszorg (69%) dan wachtenden voor een verpleeghuis (60%) of thuiszorg (57%).

Zouden er echter extra plaatsen bijkomen in verzorgingshuizen en verpleeghuizen, dan zou alle overbruggingszorg ten goede kunnen komen aan de wachtenden voor de thuiszorg. Een dergelijke verschuiving zou leiden tot een vermindering van het totaal aantal wachtenden van ruim 54.000 tot ruim 20.000 en zelfs tot een overcapaciteit in de thuiszorg.

Problematiek van de wachtlijsten blijft complex

Na een uitgebreide analyse van de meest relevante factoren - vraag en aanbod, indicatiestelling, bevolkingssamenstelling, inzet van overbruggingszorg - kan slechts geconcludeerd worden dat er geen eenduidige verklaring van regionale verschillen in de wachtlijsten bestaat. Wel is duidelijk dat er via de overbruggingszorg een sterke samenhang bestaat tussen de verschillende zorgvoorzieningen. Zo staat een deel van de wachtenden voor een verzorgingshuis vooral uit voorzorg op de lijst en is men voorlopig zeer tevreden met de geboden overbruggingszorg. Bij een eventuele extra inspanning zou een uitbreiding van de verpleeghuiszorg naar alle waarschijnlijkheid het meeste effect sorteren. Een oplossing van de wachtlijst voor het verpleeghuis zou neerkomen op een uitbreiding met circa 7.000 plaatsen. Het zal duidelijk zijn dat met een dergelijke uitbreiding aanzienlijke, structurele kosten gemoeid zullen zijn.


Menu