logo

Persbericht: Investeren in vermogen

07 januari 2007

Op zoek naar inspirerende voorbeelden en kansrijke perspectieven

Allochtonen succesvol in het onderwijs en op de arbeidsmarkt, het onderwijs investeert meer in getalenteerde jeugd, twee miljoen koplopers in de kennissamenleving, een groeiend aantal moeders werkt voltijds, Nederlands poldermodel en sociale zekerheidsstelsel belangrijk voor succesvolle innovatie, boeren gaan maatschappelijk ondernemen, Nederlanders investeren in eigen gezondheid en verlenen veel informele zorg, kerkgangers blijken actieve vrijwilligers en burgers investeren in eigen woonomgeving.

Dit zijn enkele waarnemingen uit Investeren in vermogen , het Sociaal en Cultureel Rapport 2006, dat op donderdag 7 december jl. is verschenen.

Het 17 de Sociaal en Cultureel Rapport is anders van opzet dan de voorgaande rapporten. Ditmaal geen brede beschrijving van ontwikkelingen in een veelheid van sectoren (die functie wordt vooral vervuld door o.a. de monitor-rapportages van het SCP en volgend jaar de Sociale Staat van Nederland 2007 ), maar een meer thematische opzet met signalementen van inspirerende voorbeelden en kansrijke perspectieven op uiteenlopende terreinen.

Op de drempel van een nieuw jaar en een nieuwe kabinetsperiode vormt dit hopelijk een interessante invalshoek om de toekomst van ons land eens met andere ogen te bezien.

Succesvolle allochtonen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt

In tien jaar tijd is het aandeel niet-westerse allochtone studenten in het hoger onderwijs meer dan verdubbeld, van 6% in 1995 tot ruim 12% in 2005. In het hbo steeg het aandeel Turkse en Marokkaanse studenten dat aan een opleiding begon van 11% in 1995 tot respectievelijk 24% en 27% in 2005.

Ook op de arbeidsmarkt is sprake van een groeiend aandeel niet-westerse allochtonen dat succes heeft in hun loopbaan. Zo maakt een derde van de Surinamers tussen de 15 en 65 jaar deel uit van de middenklasse, terwijl dit bij de Antillianen iets lager ligt. Van de Turken heeft 17% een beroep op middelbaar niveau of hoger. Bij de Marokkanen ligt dit aandeel op 14%.

Onderwijs investeert meer in getalenteerde jeugd

Hoewel in het basisonderwijs de ontwikkeling nog echt op gang moet komen, is er in het voortgezet en hoger onderwijs steeds meer aandacht voor hoogbegaafde en getalenteerde studenten. Zo groeide het aantal scholen voor voortgezet onderwijs dat tweetalig onderwijs aanbiedt van 25 in 2000 tot 90 in 2006. Steeds meer scholen schenken extra aandacht aan bèta en techniek. Enkele tientallen scholen bieden aangepast onderwijs voor de groep hoogbegaafde leerlingen. Scholen met speciale aandacht voor artistiek talent of voor jongeren met topsportaspiraties bestonden al langer.

Voor talentvolle leerlingen uit de hoogste klassen van het voortgezet onderwijs zijn er sinds kort mogelijkheden om alvast een universitair onderwijsprogramma te volgen. Het wetenschappelijk onderwijs kent honours programma's en University Colleges voor getalenteerde studenten. De aandacht voor hetalenteerde jeugd neemt duidelijk toe. Selectie is niet langer taboe en onder studenten lijkt de 'zesjescultuur' enigszins op haar retour.

Vaardigheden voor de kennissamenleving

Om te kunnen functioneren in de kennissamenleving zijn informatie- en communicatievaardigheden van groot belang. In ict-gebruik kunnen twee kopgroepen worden onderscheiden. De eerste groep, een kleine 10% van de bevolking, bestaat voornamelijk uit schoolgaande of studerende jongeren die zich vooral onderscheiden door 'fungebruik' als langdurig online gamen en chatten. De tweede groep, ook een kleine 10% van de bevolking, bestaat uit informatiewerkers , hoogopgeleide werkenden die ict vooral functioneel toepassen. Ruim een derde van de bevolking heeft moeite de ict-ontwikkelingen bij te benen. Voor zover dat een gevolg is van het niet-bezitten van de benodigde apparatuur, zal deze achterstand de komende jaren worden ingelopen. Wat resteert is een belangrijk verschil in vaardigheid in het omgaan met ict.

Groeiend aantal voltijds werkende moeders

Van alle werkende moeders met minderjarige kinderen werkt een kleine 10% ten minste 35 uur per week. De afgelopen jaren nam het aantal voltijds (dwz 35 of meer uur per week) werkende moeders toe van 136.000 in 1996 tot 180.000 in 2005. Deze moeders zijn relatief hoog opgeleid en vaker dan gemiddeld werkzaam op een hoger of wetenschappelijk beroepsniveau. Uit interviews blijkt dat flexibele werktijden voor deze moeders cruciaal zijn om hun voltijdbaan te kunnen combineren met de zorg voor hun kinderen.

Sociale en culturele factoren bij succesvolle innovatie

Hoewel in het algemeen de Nederlandse innovatieprestaties het EU-gemiddelde nauwelijks overstijgen, blinkt ons land uit op een aantal punten, zoals de verspreiding van breedbandinternet, de mogelijkheden tot een leven-lang-leren, publiek gefinancierde Research & Development en grote hoeveelheden verleende octrooien. Binnen de industriële sector zijn farmaceutische bedrijven het meest innovatief, in de dienstensector zijn dat de computerservicebedrijven. Internationaal belangrijke sectoren zijn High Tech Systemen en Materialen, Food & Flowers, Water en de Creatieve Industrie. Belangrijke sociale en culturele voorwaarden voor innovatie zijn in de Nederlandse situatie o.a. een op samenwerking gerichte mentaliteit, openheid, betrouwbaarheid, een kleine machtsafstand, veel sociaal vertrouwen en een uitgebreide sociale zekerheid.

Boeren als maatschappelijke ondernemers

Een toenemend aantal boeren verbreedt het traditionele agrarische bedrijf met maatschappelijk relevante activiteiten. Te denken valt hier o.a. aan biologische teelt, toerisme, weidevogelbescherming, energieproductie, en zorg/hulpverlening. Zo steeg het aantal biologische land- en tuinbouwbedrijven van 700 in 199 tot ruim 1.000 in 2004,terwijl het aantal zogenoemde 'zorgboerderijen' toenam van 75 in 1998 tot 591 in 2005. De geïnspireerde boeren die bewust kiezen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, blijken gemiddeld een fors hogere omzet te behalen dan de boeren die om economische redenen het bedrijf verbreden. De meeste agrariërs ervaren bij de vernieuwing van hun bedrijfsvoering de regelgeving als belemmerend.

Investeren in eigen gezondheid

Circa 70% van de Nederlanders rookt niet, ruim de helft van de bevolking doet voldoende aan gezond bewegen en bijna de helft houdt zich aan het advies van een matig alcoholgebruik. Alleen de wenselijke 200 gram groente en 200 gram fruit per dag wordt door de overgrote meerderheid van de Nederlanders nog steeds niet gehaald. Verder leeft slechts één op de vier vrouwen en één op de acht mannen volgens de gewenste normen voor bewegen, roken en drinken tezamen. De overheid tracht al enige tijd een gezonde leefwijze te bevorderen en ook het bedrijfsleven speelt steeds vaker in op de behoefte van burgers om in de eigen gezondheid te investeren. Vooral het aanbod voor lichaam én geest, de zogenoemde 'wellness' mag zich verheugen in een groeiende belangstelling.

Veel Nederlanders verlenen informele zorg

Informele zorg wordt in Nederland vaak, veel, lang en met grote vanzelfsprekendheid verleend. In 2001 hielpen ruim 3,5 miljoen Nederlanders een huisgenoot, familielid, vriend of buur. Bijna 20% van hen zorgde voor een gezinslid, meestal de partner, ruim 80% ondersteunde iemand die elders woonde. In circa de helft van de gevallen ging het om een of meer ouders of schoonouders. Mensen die hun partner verzorgden deden dit gemiddeld 45 uur per week gedurende ruim 8 maanden. Mensen die een elders wonende ouder hielpen, deden dit gemiddeld 13 uur per week gedurende gemiddeld 9 maanden. Voor ruim een kwart van de informele zorgverleners vormt de hulpverlening een behoorlijke belasting; 7% van de hulpverleners raakt overbelast (circa 250.000 mensen) en daardoor ziek of overspannen dan wel in conflict met het werk of het eigen gezin.

Kerkgangers zijn actieve vrijwilligers

Hoewel de kerken de afgelopen decennia in snel tempo kleiner, leger en grijzer zijn geworden, vormen zij nog altijd belangrijke sociale netwerken. De Rooms Katholieke Kerk en de Protestantse Kerken in Nederland verwelkomen elk weekend ruim 800.000 kerkgangers en kunnen een beroep doen op 3500 priesters, predikanten en diakens, 800 pastorale werkers en 545.000 vrijwilligers. Nog belangrijker voor de samenleving is echter, dat kerkgangers in vergelijking met niet-religieuzen aanzienlijk vrijgeviger zijn bij het steunen van goede doelen en ook meer vrijwilligerswerk en informele hulp verrichten.

Burgers investeren in eigen woonomgeving

Door investeringen van particulieren in het groot onderhoud van de eigen woning zijn de afgelopen jaren een aantal oudere wijken in de vier grote steden in status gestegen. Deze wijken worden vaak bewoond door alleenstaanden en westerse allochtonen tussen de 35 en 54 jaar, terwijl nieuwe bewoners in de wijk vaak jonger zijn dan 35 jaar.

Daarnaast is de laatste jaren sprake van een groeiend aantal initiatieven van of in nauwe samenwerking met burgers om hun buurt veiliger, schoner sociaal hechter te maken. In buurten waar extra in bewonersparticipatie werd geïnvesteerd ervaart men sterker dan in andere buurten een afname van geweld, lastig vallen op straat en overlast van jongeren. Ook in herstructureringsbuurten die fysiek zijn aangepakt verminderde de overlast op straat, maar zien bewoners dit samengaan met een sterkere aanwezigheid van politie op straat.

Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2006 / Investeren in vermogen / Persbericht: Investeren in vermogen

Menu