logo

Persbericht: Maten voor gemeenten 2006

19 juli 2009

Gemeentelijke dienstverlening onder druk als gevolg van bezuinigingen

  • In 2004 bedroegen de uitgaven van gemeenten circa 38 miljard euro. Gecorrigeerd voor inflatie stegen de uitgaven in de periode 1999-2004 gemiddeld met 0,8% per jaar.

  • In diezelfde periode liep de productie van de gemeentelijke dienstverlening licht terug. De relatieve kostprijs van gemeentelijke diensten is in de betreffende periode met ongeveer 1% per jaar is toegenomen.

  • De groei van de gemeentelijke dienstverlening is afgeremd door de verzelfstandiging van een aantal gemeentelijke taken (gemeentelijke woningbedrijven, gemeentelijke vervoersbedrijven, delen van het openbaar onderwijs). Zonder deze effecten zou de groei van de uitgaven en de productie 0,5% per jaar hoger zijn uitgevallen. Ook na deze correctie heeft de omvang van de productie de groei van de bevolking nauwelijks bijgehouden.

  • Na de forse stijging van de gemeentelijke uitgaven in 2002, werd in 2003 pas op de plaats gemaakt. Het jaar 2004 stond in het teken van bezuinigingen. Daarmee reageren de gemeentelijke uitgaven met enkele jaren vertraging op de recessie in de marktsector die reeds vanaf 2001 inzette.

  • Naar het zich laat aanzien zal het niveau van de uitgaven in 2005 en 2006 (na correctie voor de gemiddelde inflatie) min of meer gelijk blijven. Het is te verwachten dat dit gepaard zal gaan met een verdere daling van de gemeentelijke productie.

Dit zijn de belangrijkste conclusies uit de SCP-publicatie Maten voor gemeenten 2006. Een analyse van de prestaties van de lokale overheid, die op donderdag 19 oktober jl. is verschenen. In het rapport geven de onderzoekers dr. Bob Kuhry en dr. Jedid-Jah Jonker een beeld van de uitgaven en prestaties van gemeenten in de periode 1999-2004. Het rapport biedt een verdere uitwerking en verdieping van de vier eerdere studies in deze reeks. Alle studies werden verricht op verzoek van het ministerie van BZK, dat in het kader van het Plan van Aanpak Transparantie in de financiële verhouding een beter inzicht wil krijgen in de relatie tussen taken en middelen op gemeentelijk niveau.

Gemeentelijke dienstverlening

Gemeenten leveren een breed scala aan diensten op uiteenlopende gebieden, zoals burgerlijke stand, brandweer, wegenonderhoud, onderwijs, zorg, cultuur, recreatie, bijstand, werkgelegenheid, milieubeheer, riolering, stadsreiniging, woningexploitatie, bouwvergunningen, woningdistributie, stedelijke vernieuwing en openbaar vervoer. De gemeentelijke productie op deze gebieden is gemeten met behulp van verschillende indicatoren die deels betrekking hebben op prestaties van gemeenten en deels op het gebruik van gemeentelijke diensten door burgers. De totale productie van gemeenten kan worden berekend met behulp van een gewogen optelling van de productie op de verschillende deelgebieden.

Groei uitgaven gemeenten

In de periode 1999-2004 groeiden de uitgaven van gemeenten met ruim 4% per jaar tot circa 38 miljard euro in 2004. Gecorrigeerd voor de algemene toename van het prijspeil is er in deze periode sprake van een stijging met gemiddeld 0,8% per jaar. De groei is echter vooral geconcentreerd in de beginperiode. 2002 was een jaar van uitbundige groei, die niet alleen tot uitdrukking kwam in de uitgaven maar ook in de omvang van het personeel. In 2003 maakten de uitgaven pas op de plaats en in 2004 was sprake van een daling met enkele procenten. Daarmee reageren gemeenten (net als het Rijk) vertraagd op de conjuncturele ontwikkelingen in de marktsector, waar al in 2001 een stagnatie in de groei optrad. Ook over een wat langere periode, vanaf 1995, is nauwelijks sprake van een groei van de uitgaven. Over die periode bezien blijven de gemeentelijke uitgaven niet alleen sterk achter bij de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product (BBP), maar ook bij de publieke uitgaven voor onderwijs, zorg en veiligheid. Overigens heeft dit achterblijven van de gemeentelijk uitgaven vooral te maken met de verzelfstandiging van een aantal taken (gemeentelijke woningbedrijven, gemeentelijke verzorgingshuizen en verpleeghuizen, openbaar vervoer en openbaar onderwijs).

Nauwelijks groei in gemeentelijk productievolume

De productie van gemeenten liep in de periode 1999-2004 licht terug. Uiteraard is ook dit ten dele een gevolg van de afstoting van taken. Na correctie voor toegevoegde en afgestoten taken bedraagt de gemiddelde jaarlijkse stijging van het productievolume circa 0,4% per jaar. Daarmee blijft de groei van de gemeentelijke productie achter bij de gemiddelde jaarlijkse groei van de bevolking in de betrokken periode (0,6%).

Stijging relatieve kostprijs gemeentelijke dienstverlening

In de periode 1999-2004 daalt de relatieve kostprijs in de marktsector met 0,5% per jaar. Bij de gemeentelijke dienstverlening is daarentegen sprake van een stijging met bijna 1%. Dit betekent dat gemeentelijke diensten per jaar 1% sneller in prijs stijgen dan het gemiddelde binnenlandse product. Deze prijsstijging bij de gemeentelijke dienstverlening wordt deels veroorzaakt door een betrekkelijk hoge incidentele looncomponent, deels door een afname van de productie per werknemer en daarnaast ook door een toename van de inzet van kapitaallasten, materiële middelen en uitbestedingskosten.

Sterke stijging kosten lokaal bestuur

Het openbaar bestuur in engere zin omvat de bestuursorganen (B&W en gemeenteraad) en de algemene ondersteuning. Aan de bestuursorganen werd in 2004 0,6 miljard euro uitgegeven, aan algemene ondersteuning 1,5 miljard. Met name in de periode tot en met 2003 blijkt bij beide onderdelen sprake van sterk stijgende reële kosten. Dit heeft onder meer te maken met een taakverzwaring door de dualisering van het gemeentebestuur en door de versterking van de rekenkamerfunctie op gemeentelijk niveau. Omdat de productie op deze terreinen zich slechts indirect laat meten, blijft onduidelijk in hoeverre deze kostenstijging zich vertaalt in kwalitatief betere dienstverlening of bestuur.

Een zorgelijk toekomstperspectief

De afgelopen jaren hebben de gemeentelijke middelen onder druk gestaan. Door de koppeling van de uitgaven voor het gemeentefonds aan die van de rijksbegroting hebben bezuinigingen op rijksniveau directe gevolgen voor het gemeentefonds. Bovendien zijn in 2003 afspraken gemaakt over de aanpassing van de normering (de criteria op grond waarvan gemeenten geld ontvangen), die voor gemeenten ongunstig uitpakken. Tenslotte komen de bezuinigingen van de rijksoverheid ook tot uitdrukking in lagere vergoedingen voor specifieke taken (zogenoemde specifieke uitkeringen).

Vanwege deze bezuinigingen, die ook nog in de komende jaren lijken te gaan doorwerken, en de eerder genoemde stijging van de relatieve kostprijs van de gemeentelijke dienstverlening is het de vraag of deze dienstverlening de komende jaren op hetzelfde niveau zal kunnen worden gehandhaafd.

 

Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2006 / Maten voor gemeenten 2006 / Persbericht: Maten voor gemeenten 2006

Menu