logo

Persbericht: Ondersteuning gewenst

24 juli 2009

Veel mensen met beperkingen wensen meer ondersteuning

• Nederland telt ongeveer 1,1 miljoen zelfstandig wonende volwassenen met langdurige lichamelijke (niet-zintuiglijke) beperkingen. Van deze mensen ontvangt ruim de helft (circa 580.000 mensen) een vorm van hulp en ruim een kwart (ongeveer 290.000 mensen) een Wvg-vervoersvoorziening.

• Ruim een kwart (bijna 300.000 mensen) zegt behoefte te hebben aan (vooral huishoudelijke) hulp en ontvangt deze nog niet of in onvoldoende mate.

• Van de 415.000 mensen die behoefte hebben aan een (extra) vervoersvoorziening heeft 30% deze niet omdat ze niet weten hoe ze dat moeten regelen.

• 22-54-jarigen geven vaker aan dat hun aanvragen om ondersteuning worden afgewezen dan 55-plussers.

• Ongeveer 20% van de mensen die een voorziening aanvroegen zegt onduidelijk te zijn geïnformeerd; één op de zeven aanvragers vindt dat een gevraagde voorziening ten onrechte niet is toegekend.

 

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Ondersteuning gewenst. Mensenmet lichamelijke beperkingen en hun voorzieningen op het terrein van wonen, zorg, vervoer en welzijn die op woensdag 24 mei jl. is verschenen. In het rapport geven onderzoekers dr. Mirjam de Klerk en dr. Roelof Schellingerhout een beeld van het gebruik van en de behoefte aan voorzieningen op het terrein van wonen, zorg, vervoer en welzijn door volwassenen met langdurige lichamelijke beperkingen. Het rapport is gebaseerd op enquêtes bij circa 2700 mensen met lichamelijke beperkingen, waarbij het accent lag op (niet-zintuiglijke) beperkingen bij het bewegen en het verrichten van handelingen. In het onderzoek is gevraagd naar de behoeften zoals mensen met lichamelijke beperkingen die zelf ervaren.

Het rapport kwam tot stand op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

dat veel belang hecht aan inzicht in de behoeften en ervaringen van mensen met beperkingen.

Het aantal mensen met langdurige lichamelijke beperkingen

Er zijn in Nederland ruim 1,1 miljoen niet in een instelling verblijvende mensen met matige of ernstige lichamelijke, langdurige beperkingen (minimaal drie jaar). Deze mensen hebben veel moeite met het uitvoeren van dagelijkse handelingen bij de persoonlijke verzorging en met verplaatsingen. Ze zijn niet meer in staat deze activiteiten zelf te verrichten. Ongeveer de helft ouder is dan 65 jaar.

Veel mensen hebben ondersteuning…

Van de mensen met langdurige lichamelijke beperkingen heeft ruim driekwart (circa 840.000 mensen) een aangepaste woning, ruim de helft (circa 580.000 mensen) een vorm van hulp (vooral informele zorg), bijna de helft (bijna 480.000 mensen) een mobiliteitshulpmiddel (zoals een rollator) en ruim een kwart (circa 290.000 mensen) een vervoersvoorziening in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten (de Wvg). Veel minder mensen maken gebruik van een welzijnsvoorziening, zoals een maaltijdverstrekking en klussenhulp (circa 135.000 mensen) of een dienstencentrum (circa 100.000 mensen).

… maar er is ook nog veel behoefte aan voorzieningen

Mensen met ernstige gezondheidsproblemen, alleenstaanden en mensen met lage inkomens (die minder mogelijkheden hebben om particuliere hulp in te schakelen) maken in het algemeen meer gebruik van voorzieningen dan anderen. Hoewel er nog veel behoefte bestaat aan ondersteuning, komen deze verstrekte voorzieningen dus terecht te komen bij degenen die ze het meest nodig hebben.

 

Los van de hulp die mensen soms al ontvangen, geeft ruim 40% (460.000 mensen) van de mensen met langdurige beperkingen aan dat zij behoefte hebben aan woningaanpassingen. Ruim een kwart (bijna 300.000 mensen) zegt behoefte te hebben aan (meer) hulp (vooral huishoudelijke verzorging), van wie ongeveer de helft (meer) thuiszorg wil.

Ruim eenderde (415.000 mensen) heeft behoefte aan een vervoersvoorziening; één op de vijf aan een specifieke Wvg-vervoersvoorziening (zoals een kilometer­vergoeding of een regiotaxi). Eén op de acht (135.000 mensen) heeft behoefte aan praktische dienstverlening zoals een klussenhulp.

 

In totaal zegt tweederde van de mensen met beperkingen behoefte te hebben aan minimaal één van de hier genoemde voorzieningen. Hierbij gaat het om de behoefte zoals mensen met beperkingen die zelf ervaren. Niet al deze mensen doen overigens daadwerkelijk een beroep op ondersteuning en als zij dat doen krijgen zij niet allemaal een indicatie voor de voorziening.

 

22-54-jarigen geven vaker aan dat hun aanvragen om ondersteuning worden afgewezen dan 55-plussers. Nader onderzoek zal moeten uitwijzen wat hiervan de achtergrond is. Van alle aanvragers vindt ongeveer één op de zeven dat een voorziening ten onrechte niet is toegekend. Bij de 22-54-jarigen loopt dit aandeel op tot het dubbele (30 tot 40%, afhankelijk van de voorziening).

Gebrekkige informatie één van de knelpunten

Van de mensen die een woningaanpassing zouden willen zegt één op de vijf (85.000 mensen) dat ze niet weten hoe ze dit moeten regelen. Van de mensen met een behoefte aan vervoersvoorzieningen heeft één op de drie (130.000 mensen) een vergelijkbaar probleem. Bovendien weet ongeveer een derde van de mensen met langdurige lichamelijke beperkingen niet waar zij informatie kunnen halen als er voorzieningen nodig zijn. Vooral alleenstaanden en mensen met een laag opleidingsniveau vinden het moeilijk om aan informatie te komen. Vanaf 1 januari 2007 zijn de gemeenten verant­woorde­lijk voor de informatievoorziening over de ondersteuning voor mensen met beperkingen.

De kwaliteit van de informatie laat soms ook te wensen over. Zo zegt ongeveer 20% van de cliënten die een voorziening aanvroegen bij de Wvg of het Centrum Indicatiestelling Zorg, dat zij onduidelijke informatie ontvingen.



Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2006 / Ondersteuning gewenst / Persbericht: Ondersteuning gewenst

Menu