logo

Persbericht: Geld op de plank

05 februari 2009

Inkomensvoorzieningen worden vaak onbenut gelaten

  • Van de huishoudens die in 2003 recht hadden op huurtoeslag, maakte 27% dit recht niet te gelde. Van een tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en schoolkosten werd door 37% van de rechthebbenden geen gebruik gemaakt.
  • Bij de regelingen die specifiek bestemd zijn voor huishoudens met een inkomen op of onder het sociaal minimum maakte 45% van de rechthebbende huishoudens geen gebruik van de kwijtschelding van lokale heffingen, 68% vroeg geen bijstand aan in aanvulling op loon, pensioen of uitkering en 54% liet de langdurigheidstoeslag onbenut.

  • Cumulatie van niet-gebruik komt weinig voor. Huishoudens die recht hebben op meerdere voorzieningen maken zelden van geen enkele daarvan gebruik.

  • Om tot het aanvragen van een voorziening te komen is van belang of men bekend is met de regeling, of men ervoor in aanmerking denkt te komen en of men de uitkering (voor langere tijd) nodig meent te hebben. De verwachte duur en de complexiteit van de procedure zijn eveneens van invloed op de beslissing om al dan niet tot een aanvraag over te gaan.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Geld op de plank. Niet-gebruik van inkomens- voorzieningen , die op dinsdag 5 juni jl. is aangeboden aan staatssecretaris A. Aboutaleb van SZW.

In het rapport geven de onderzoekers drs. Jean Marie Wildeboer Schut en dr. Stella Hoff een beeld van het niet-gebruik van inkomensvoorzieningen als de huurtoeslag, de tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten, de kwijtschelding van lokale heffingen, de aanvullende bijstand en de langdurigheidstoeslag.

De omvang van het niet-gebruik is vastgesteld op grond van een aantal landelijke administratieve bestanden (peildatum 2003), aangevuld met een enquête onder ruim 1400 personen die potentieel recht hebben op ten minste één van de regelingen. De administratieve databestanden zijn ter beschikking gesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Het onderzoek kwam mede tot stand dankzij financiële bijdragen van de ministeries van SZW en OCW.


Huursubsidie

Het recht op huursubsidie (inmiddels huurtoeslag) hangt af van het inkomen, het vermogen en de samenstelling van het huishouden, en van het huurbedrag. Van alle huishoudens die in 2003 aan de normen voor huursubsidie voldeden - in dit onderzoek bijna 900.000 - maakte 27% er geen gebruik van. De misgelopen huursubsidie bedroeg gemiddeld 113 euro per maand. Binnen de groep rechthebbenden met een laag inkomen (tot 105% van de bijstandsnorm) ligt het aandeel niet-gebruikers lager, maar bedraagt nog altijd 18%.


Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos)

Huishoudens met kinderen in het voortgezet onderwijs of het middelbaar beroepsonderwijs kunnen in het kader van de Wtos in aanmerking komen voor een (gedeeltelijke) vergoeding van het lesgeld en de schoolkosten. Dit is afhankelijk van het inkomen van de ouders, de leeftijd van de kinderen en het type onderwijs dat zij volgen, alsook van het aantal meetellende kinderen In 2003 waren er ruim 300.000 leerlingen voor wie recht op een Wtos-vergoeding bestond. Van deze rechthebbenden bleek ruim een derde (37%) daar geen gebruik van te hebben gemaakt. Deze niet-gebruikers liepen hierdoor gemiddeld 780 euro per jaar mis. Onder de gerechtigden met een inkomen tot 105% van de bijstandsnorm bedroeg het aandeel niet-gebruikers 33%.


Kwijtschelding gemeentelijke heffingen

Gemeenten kunnen huishoudens met een minimuminkomen kwijtschelding verlenen voor bepaalde lokale heffingen, zoals de afvalstoffenheffing en het (inmiddels afgeschafte) gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting. Van de ruim 500.000 gerechtigden laat echter 45% de mogelijkheid tot kwijtschelding onbenut. Gegevens over de hoogte van gederfde bedragen zijn niet voorhanden.


Aanvullende bijstand

Huishoudens met een inkomen beneden de bijstandsnorm kunnen in aanmerking komen voor een aanvulling vanuit de algemene bijstand. In 2003 waren er circa 170.000 gerechtigden. Ruim tweederde deel (68%) van hen maakte echter geen gebruik van hun recht. Op jaarbasis liepen deze niet-gebruikers gemiddeld bijna 2500 euro mis. Bij steeds meer 65-plussers is sprake van een onvolledige AOW-uitkering vanwege verblijf in het buitenland tussen hun 15 e en 65 e jaar. Als er geen of slechts een klein aanvullend pensioen is, lopen zij het risico een benedenminimaal inkomen te ontvangen. Van de circa 54.000 AOW-ers met een huishoudinkomen onder het sociale minimum blijkt 70% geen aanvullende bijstand te ontvangen.


Langdurigheidstoeslag

De langdurigheidstoeslag is bedoeld voor mensen die een aantal jaren een minimuminkomen hebben en voor wie geen perspectief bestaat op inkomensverbetering door betaalde arbeid. Om voor de toeslag in aanmerking te komen, mag het huishoudinkomen vijf jaar achtereen niet hoger zijn geweest dan het sociaal minimum. Van de 84.000 huishoudens die in 2003 recht hadden op de langdurigheidstoeslag, maakte ruim de helft (54%) er geen gebruik van. Het bedrag waar men recht op heeft is afhankelijk van de samenstelling van het huishouden. In 2003 ging het om 318 à 454 euro per jaar.


Geen 'harde kern' van niet-gebruikers

Zijn het steeds dezelfde huishoudens die geen gebruik maken van hun rechten, of doet niet-gebruik zich telkens bij een andere groep voor? De bevindingen duiden op het laatste. Voorzover huishoudens op meerdere voorzieningen recht hebben, komt het zelden voor dat zij van geen enkele gebruik maken. Beleid gericht op terugdringing van het niet-gebruik van regeling A zal dus niet per se ook effect hebben op het niet-gebruik van regeling B.

Er zijn geen aanwijzingen dat het niet-gebruik zich vooral voordoet onder groepen die in het beleid als extra-kwetsbaar beschouwd worden: ouderen, laagopgeleiden, eenoudergezinnen of niet-westerse allochtonen. Niet-aanvragers behoren juist relatief vaak tot de jongeren tot 35 jaar, hoogopgeleiden, paren zonder kinderen en autochtonen.


Redenen voor niet-aanvragen

Het aandeel niet-aanvragers dat nog nooit van de regeling heeft gehoord, loopt uiteen van 14% (huursubsidie) tot 48% (Wtos). Ook wanneer men wel op de hoogte is van het bestaan van een bepaalde voorziening, is de kennis ervan vaak gebrekkig. Dit hoeft overigens geen reden te zijn voor niet-gebruik: ook van de wel-aanvragers zegt een deel (tenminste 23%) nauwelijks te weten wat de regeling inhoudt.

Bij iedere regeling is aan de niet-aanvragers gevraagd of zij in aanmerking denken te komen voor de desbetreffende voorziening. 33% (kwijtschelding) tot 69% (Wtos) meent er zeker geen recht op te hebben.

Vergeleken met de wel-aanvragers geeft een groot deel van de niet-aanvragers te kennen dat zij de regeling niet of slechts voor een korte tijd nodig denken te hebben. Soms ook vinden ze het te ontvangen bedrag niet de moeite waard. Verder zeggen niet-aanvragers ook minder vaak dan wel-aanvragers dat zij moeilijk kunnen rondkomen. Niet-aanvragers vinden dat de aanvraagprocedure veel tijd kost en rompslomp geeft of vinden het invullen van het aanvraagformulier moeilijk.

Opmerkelijk genoeg zijn het vooral wel-aanvragers die zeggen relatief vaak het gevoel te hebben er door anderen op aangekeken te worden of dat zij hun hand moeten ophouden. Ook melden zij vaker het vervelend te vinden als familie en vrienden weten van het gebruik van een bepaalde voorziening.


Een nieuwe methode: moeilijkheden en mogelijkheden

Voor dit onderzoek is op grond van een groot aantal landelijke administratieve databestanden voor elke regeling de groep rechthebbenden afgebakend. Een steekproef uit deze populatie is benaderd voor een aanvullende enquête. Deze aanpak is nieuw en veelbelovend, maar brengt ook moeilijkheden met zich mee. De administratieve bestanden bevatten niet alle voor het onderzoek noodzakelijke gegevens, terwijl ook het inkomensbegrip dat bij een bepaalde regeling hoort, soms moeilijk te simuleren bleek. Niettemin, zo blijkt uit nadere analyse, zijn de niet-gebruikpercentages die in de analyses zijn aangetroffen betrouwbaar voor het jaar 2003. Rechtensimulaties op basis van landelijke administraties en aanvullende enquêtering zijn te verkiezen boven de 'oude' methode waarbij de omvang van niet-gebruik uitsluitend op basis van enquêtes wordt vastgesteld.

 



Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2007 / Geld op de plank / Persbericht: Geld op de plank

Menu