logo

Persbericht: Interventies voor integratie

05 februari 2009

Te weinig zicht op effectiviteit van initiatieven ter bevordering van integratie

  • De laatste jaren zijn in Nederland tenminste 400 (gedocumenteerde) initiatieven en maatregelen genomen om de contacten tussen allochtonen en autochtonen te bevorderen.
  • In weinig andere landen lijkt het bevorderen van interetnisch contact een doel op zich.

  • Quoteringsmaatregelen om etnische concentratie tegen te gaan leveren over het algemeen vrij weinig resultaat op.

  • Succesvoller lijken initiatieven die ertoe leiden dat kansrijkere bewoners zich in achterstandswijken vestigen. Herstructureringsmaatregelen kunnen daartoe een bijdrage leveren.

  • Er bestaat te weinig zicht op de effectiviteit van interventies voor integratie.

Dit zijn enkele conclusies uit de SCP-publicatie Interventies voor integratie. Het tegengaan van etnische concentratie en bevorderen van interetnisch contact, die op woensdag 25 juli jl. is verschenen. Het rapport, onder redactie van dr. Mérove Gijsberts en dr. Jaco Dagevos, geeft een beeld van de verschillende soorten beleidsinterventies (maatregelen, subsidies en overige initiatieven) in Nederland en in het buitenland die een bijdrage kunnen leveren aan het tegengaan van etnische concentraties in woonwijken en het bevorderen van contacten tussen etnische minderheden en de autochtone bevolking. Om zicht te krijgen op de aard en de werking van dergelijke interventies is een uitgebreide literatuurstudie verricht. Het onderzoek is uitgevoerd op verzoek van de - toenmalige - Directie Inburgering en Integratie (DI&I) van het ministerie van Justitie.


Hausse aan interventies om autochtonen en allochtonen in contact te brengen

De laatste jaren zijn in Nederland op vooral lokaal niveau veel initiatieven en maatregelen genomen om de contacten tussen allochtonen en autochtonen te bevorderen. Bij een inventarisatie werden tenminste 400 - gedocumenteerde - initiatieven aangetroffen. In de meeste gevallen gaat het dan om een - veelal eenmalige - ontmoeting tussen allochtonen en autochtonen, zoals bijvoorbeeld een buurtfeest. Initiatieven die tot doel hebben elkaar beter te leren kennen, meer met elkaar samen te werken of elkaar hulp en ondersteuning te bieden, komen minder vaak voor.

Opvallend is dat het bevorderen van interetnisch contact vooral in Nederland lijkt voor te komen. Buiten Nederland is bij de inventarisatie weinig aangetroffen van beleidsinterventies die het bevorderen van interetnisch contact expliciet als doel hebben.


Aangezien er weinig evaluatieonderzoek beschikbaar lijkt te zijn, valt er ook weinig met zekerheid te zeggen over de effecten van deze interventies. Wel komt uit het onderzoek naar voren dat het opzetten van projecten vanuit gedeelde interesses of gemeenschappelijke belangen de meeste kans op resultaat bieden. Het kan dan gaan om mentorprojecten of taallessen, maar ook om het met elkaar sporten, eten of tuinieren. De opvoeding en het onderwijs van de kinderen kunnen eveneens een basis voor contact vormen. Waar allochtonen en autochtonen toch al vaker bij elkaar komen (zoals bijvoorbeeld op scholen en in buurtcentra), zijn kleine initiatieven soms al voldoende om contact tot stand te brengen. In andere gevallen lijkt een actieve aanpak - soms ook huis-aan-huis bezoek - beter.

Quoteringsmaatregelen leveren over het algemeen vrij weinig resultaat op

In binnen- en buitenland wordt veel ondernomen om etnische en/of armoedeconcentraties in woonwijken tegen te gaan. Alleen in Angelsaksische landen gaat dergelijk beleid vergezeld van evaluatieonderzoek om de effecten ervan te meten. In Nederland bestaat weinig zicht op de werking en het succes van dergelijke maatregelen.


Uit het onderzoek komt naar voren dat quoteringsmaatregelen - maatregelen waarbij een maximumgrens wordt gesteld aan het aantal allochtonen in een wijk om etnische concentratie tegen te gaan - over het algemeen vrij weinig resultaat opleveren. Meer resultaat mag verwacht worden van initiatieven die ertoe leiden dat kansarme inwoners naar de buitenwijken/randgemeenten verhuizen, terwijl kansrijke inwoners zich in de achterstandswijken vestigen. Dit gebeurt bijvoorbeeld op grote schaal in de Verenigde Staten. Herstructurering van wijken kan hiertoe een bijdrage leveren, bijvoorbeeld door het bouwen van duurdere woningen in de (binnen)stad en daarnaast sociale woningbouw in de buitenwijken/randgemeenten.

Voor het stimuleren van een trek naar de buitenwijken/randgemeenten blijken een intensieve begeleiding en een goede voorlichting van groot belang. Om de komst van hogere inkomensgroepen naar achterstandswijken te stimuleren, zijn een aantal voorwaarden essentieel zoals een gunstige ligging nabij het stadscentrum en een aantrekkelijke architectuur.


Meer zicht op effecten van initiatieven nodig

Er bestaat momenteel te weinig inzicht in de resultaten van de genomen initiatieven. Voor de toekomst is het daarom van belang initiatieven en maatregelen vergezeld te laten gaan van (deugdelijk) evaluatieonderzoek, zodat de effecten van het beleid kunnen worden gemeten. En dan nog resteert de vraag of eventuele positieve effecten op de lange termijn ook beklijven.

Home / Publicaties / Alle publicaties / Publicaties 2007 / Interventies voor integratie / Persbericht: Interventies voor integratie

Menu